Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    Nieuwe artikelen Huidige nummer Vorige nummers Themanummers Boekbesprekingen
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Huidige nummer
    Nummer 8 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    8 / 2026

    Huidige nummer
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Nummer 2026/8
  3. Reactie op: ‘Neutraliteit in de psychiatri...
Ingezonden brief

Reactie op: ‘Neutraliteit in de psychiatrie: over de genocide in Gaza’

M.J. van Hoof
Vorig artikel Volgend artikel

Collega’s De Ridder en Namavar [Neutraliteit in de psychiatrie: over de genocide in Gaza - Tijdschrift voor Psychiatrie] willen een gesprek over ‘de genocide in Gaza’ als zijnde een vaststaand juridisch feit, quod non, op gang brengen binnen ggz-instellingen en wat implicieter ‘nauwe banden met Israël’. Daartoe willen zij de betekenissen van medische en politieke neutraliteit verhelderen. Zoals psychiaters toch zouden moeten weten, is zwijgen traumatiserend, zo stellen zij. De manier waarop zij dit gesprek aanzwengelen, ondergraaft echter het argument en het doel.

Geopolitiek geweld met mensenrechtenschendingen is van alle tijden en plaatsen helaas getuige de verhalen van velen van onze patiënten én leden van onze beroepsgroep die hiermee intergenerationeel opgegroeid zijn, hiervoor gevlucht zijn, of wiens familie er nog altijd onder lijdt. Zij houden zelf voortdurend rekening met wat er zich interpersoonlijk aan triggers en betekenissen voordoet. Zij zijn met hun aandacht op alle relevante plaatsen tegelijk ‘aanwezig’. Het beïnvloedt hun stemming en gemoedsrust. Wat nu maakt dat uitgerekend Gaza en daarmee Israël focus van gesprek moet zijn ‘als voorbeeld’ voor iedereen binnen onze instellingen en wie bepaalt dat?

Psychiaters horen hun politieke kleur niet uit te dragen in de spreekkamer volgens de beroepscodes.1 Het staat buiten kijf dat elk mens recht heeft op de best mogelijke zorg die een psychiater kan bieden, ongeacht identiteit, overtuiging of positie in een conflict, dus medisch neutraal. Dit is een beschermingsnorm, geen waardegebonden norm zoals de auteurs het begrip verbasteren en vervolgens via de waarden implicaties van richting doen veranderen. Medische neutraliteit houdt geen imperatief in zich publiek politiek uit te spreken in conflicten. Op grond van welke premisses en bij wat voor soort conflicten zou dat het geval moeten zijn? Welke standaard van bewijsvoering zou daarbij gehanteerd moeten worden? En waarom zou de professional en niet de burger zich moeten uitspreken? Wat zijn de negatieve gevolgen voor patiënten als de psychiater of instelling positie kiest in een geopolitiek conflict? Niet oordelen biedt juist holding en beschermt de patiënt tegen willekeurige persoonlijke overtuigingen van wie hulpverlenen.

In het essay benoemen De Ridder en Namavar de context als essentieel voor de diagnostiek. De joodse of Israëlische patiënt en antisemitisme als een determinant van mentale gezondheid laten zij echter buiten beschouwing alsof die non-existent zijn of er niet toe zouden doen.2 Clinici die geraakt zijn door ‘eerdere genocides op dit continent’ worden geïnstrueerd zich over hun eigen pijn heen te zetten. Mogelijk hebben ze ‘meer nodig’ in de discussie over ‘de genocide in Gaza’. De auteurs laten zelf in hun argumentatie relevante context weg.

Tot slot: of ik als psychiater iets deel over mijn positie in een geopolitiek conflict n.a.v. overdracht of tegenoverdracht van een patiënt is eveneens geen vraag: natuurlijk niet. De taak van de psychiater is mee te leven met de patiënt, diens zorgen en interne worstelingen en deze binnen de context te verhelderen en waar mogelijk te behandelen. Ook zonder mijn positie in een geopolitiek conflict uit te meten kan ik meeleven en gepast therapeutisch reageren. De vraag aan de patiënt kan zijn hoe een en ander hem of haar raakt, hoe hij of zij er mee omgaat, waar hij of zij behoefte aan zou hebben. Zoals altijd en overal bij iedereen. Geen enkele patiënt is gebaat bij ongevraagde of bevooroordeelde stellingnames of handelwijzen van de dokter en zeker niet degene die gezien wordt als collectief behorend tot ‘de verkeerde kant’. Professionele verantwoordelijkheid heeft prioriteit boven tegenoverdracht.

Laten we vooral ons vak psychotherapeutisch gedegen uitvoeren voor elke patiënt.

 

Literatuur

1     NVvP. Beroepscode voor psychiaters. Utrecht: NVvP; 2010. www.psychiatrie.nl/kennisbank/beroepscode-nvvp-voor-psychiaters

2     Nesterko Y, Specht F, Stammel N, e.a. Mental health and experiences of anti-semitism in 2nd and 3rd offspring generation of holocaust survivors from Israel, Germany, and the USA. Int J Psychol 2025; 60: e70053.

 

Antwoord aan Van Hoof

Wij danken collega Van Hoof voor haar reactie op ons essay en lichten een en ander graag toe.

We willen beginnen met hetgeen waar Van Hoof haar artikel mee opent. Zij plaatst vraagtekens bij het bestaan van een genocide in Gaza. Zoals wij ook in ons essay stelden, wordt het geweld in Gaza door zowel een VN-commissie als vele genocide-experts als genocide geduid. Rechtspraak hierover vindt vaak pas achteraf plaats. Het vermijden van de term ‘genocidaal geweld’ of het ontkennen dat hier sprake van is, verandert het gesprek aanzienlijk. Als er geen gedeelde basis is over de aard en omvang van het geweld, is het haast onmogelijk om tot een inhoudelijke uitwisseling over de verantwoordelijkheid daarvan te komen. Wat ons zorgen baart, is dat het agenderen van Gaza zelf geproblematiseerd wordt, terwijl dát juist het onderwerp van ons essay is: kunnen we spreken? Laten we hierover alsjeblieft spreken.

We stellen in ons essay ‘pleitbezorging’ (als een van de CANmeds-rollen) centraal en onderzoeken hoe daar invulling aan te geven in tijden van geopolitiek geweld. Welke verantwoordelijkheid heb je als mens en als medisch professional? En welke spanningen kan dat oproepen in de spreekkamer? Aan de hand van voorbeelden en literatuur laten we zien hoe je als professional (en mens) de spanning tussen politieke betrokkenheid en uitingen enerzijds en het vermogen er voor alle patiënten te zijn anderzijds, kunt herkennen en hanteren. Omgang met tegenoverdracht is daarbij onderdeel van onze professionele verantwoordelijkheid.

Iets ‘politiek’ noemen, wat wijzelf ook regelmatig doen, kan overigens verwarrend zijn omdat het suggereert dat het alternatief ‘niet-politiek’ zou zijn. Dan kan het lijken alsof het spreken over Gaza politiek is en het niet-spreken over Gaza niet (de veronderstelde ‘neutrale’ optie). Precies dit kader - waarin opkomen voor mensenrechten als radicaal en/of activistisch wordt geframed en het nalaten daarvan als neutraal – draagt eraan bij dat mensenrechten en medische rechten nog altijd niet universeel zijn.

In ons essay stellen we dat het (publiekelijk) opkomen voor mensenrechten en specifiek voor medische rechten goed aansluit bij onze rol als pleitbezorger van (mentale) gezondheid. Het is daarmee in lijn met het principe van medische neutraliteit. Medische neutraliteit is, zoals Van Hoof ook stelt, inderdaad een beschermingsnorm. Maar daarmee is het óók een waardegebonden norm. Zo plaatst de WHO het recht op gezondheid expliciet binnen een waardekader waarin mensenrechten, gelijkheid en non-discriminatie centraal staan.¹

Medische neutraliteit maakt juist dat de verwevenheid van maatschappelijk onrecht met mentale gezondheid geagendeerd mag worden. Een ander voorbeeld in een eveneens gepolariseerd veld is het stilstaan bij de gevolgen van de klimaatcrisis voor onze mentale gezondheid.2 Ook hierover kunnen (politieke) uitingen in dienst staan van medische neutraliteit. Dat er meerdere relevante conflicten tegelijkertijd spelen, betekent niet dat deze allemaal tegelijk besproken moeten worden, noch dat de genocide in Gaza geen onderwerp van gesprek kan zijn.

We beschreven uitgebreid hoe de genocide in Gaza en de institutionele omgang daarmee impact hebben op zowel patiënten als behandelaars. De relatie van Nederland met Israël kreeg daarbij weinig aandacht, maar is wel relevant. Sinds de oprichting van de staat Israël hebben Nederland en Israël een sterke politieke en een substantiële economische verbondenheid.3 Een dergelijke verbondenheid brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Ggz-instelling Mediant geeft hier invulling aan door sinds najaar 2025 alle producten uit Israël, waaronder de medicatie van Teva, te boycotten. Het lijkt ons belangrijk om over dit soort opties het gesprek aan te gaan.

Van Hoof noemt de Joodse en Israëlische patiënt in één adem. We willen, hopelijk ten overvloede, benadrukken dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen Joodse mensen, Israëlische burgers, de staat Israël en het handelen van de Israëlische regering. Kritiek op de Israëlische regering is geen antisemitisme. Dat er een toename is van antisemitisme, is verschrikkelijk. Dat is echter geen reden om het gesprek over Gaza te vermijden. Integendeel: de toename van antisemitisme, alsmede de toename van moslimdiscriminatie, migrantenhaat en andere vormen van uitsluiting dienen, indien dit relevant is voor de betreffende patiënt, onderwerp te zijn van het gesprek in de spreekkamer én van pleitbezorging door zorgverleners.

Tot slot: Van Hoofs parafrase dat collega’s zich over ‘hun pijn heen moeten zetten’ doet geen recht aan ons schrijven. Wij stellen juist dat deze pijn aandacht en ruimte nodig heeft om een gesprek mogelijk te maken. Opdat we kunnen blijven zorgdragen voor onze mentale gezondheid in een wereld die in rap tempo militariseert, polariseert en opwarmt.

 

Literatuur

1             WHO. WHO Constitution. Health is a fundamental human right. www.who.int/about/governance/constitution

2             Molenaar T, Kraanen P. Hitte raakt ook de psyche – een oproep aan alle artsen. Medisch Contact 2025. www.medischcontact.nl/opinie/reacties/ingezonden-reactie/hitte-raakt-ook-de-psyche-een-oproep-aan-alle-artsen

3             Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ondernemen in Israël. www.rvo.nl/onderwerpen/landen-en-gebieden/israel

 

Auteurs

Bram de Ridder, psychiater, Arkin, Amsterdam.

Yasmin Namavar, psychiater, Amsterdam UMC, Amsterdam.

 

Correspondentie

Yasmin Namavar (y.namavar@amsterdamumc.nl).

 

Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Auteurs

Marie-José van Hoof, kinder- en jeugd- en volwassenenpsychiater, psychotraumatherapeut, orthopedagoog, bestuurder iMindU GGZ, Leiden, onderzoeksaffiliatie Amsterdam UMC.

 

Correspondentie

Marie-José van Hoof (hoofm@imindu.nl).

 

Geen strijdige belangen gemeld.

 

 

Editie

Dit artikel is onderdeel van: Editie 2026/8
Uitgave van de Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie waarin participeren de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie