Het Tijdschrift in 2026
Ook in het afgelopen jaar lieten Nederlandse en Vlaamse psychiaters opnieuw zien dat zij de traditie van wetenschappelijk schrijven koesteren. Wij ontvingen circa 120 reguliere artikelen, waarvan rond de 80% na review geaccepteerd wordt. Daarnaast publiceerden we zo’n 45 bijdragen voor de korte rubrieken.
Voor een wetenschappelijk tijdschrift hebben we een relatief hoog aanvaardingspercentage. U zou kunnen denken dat wij te soepel zijn, maar een betere conclusie is dat we in onze landen beschikken over goede auteurs die zorgvuldig schrijven. Bovendien nemen de reviewers, zowel uit de redactie als externe experts, de tijd om hun kritiek zo te verwoorden dat auteurs hun manuscripten daadwerkelijk kunnen verbeteren, waardoor deze publicabel worden.
Wat kunt u verwachten in 2026?
In de loop van het jaar liggen twee themanummers in het verschiet. Het eerste richt zich op neuropsychiatrie en de vraag in hoeverre die onze praktijk al beïnvloedt of in de toekomst zal beïnvloeden. Het tweede gaat over de grote epidemiologische cohortstudies die de afgelopen jaren in onze landen zijn uitgevoerd. Deze studies hebben geleid tot vele promoties en een indrukwekkend aantal internationale publicaties. Ook hier stellen we de vraag: wat leveren deze bevindingen op voor de dagelijkse praktijk? Wat weten we nu beter, en wat weten we eigenlijk nog steeds niet goed? Daarnaast kunt u artikelen verwachten over onder meer: vragen over afbouwen antipsychotica, autonomiebevorderend beleid bij suïcidaliteit en crisis bij mensen met een verstandelijke beperking.
Samenstelling van de redactie
Mijn eigen mandaat van tweemaal vier jaar als hoofdredacteur loopt formeel ten einde. Op verzoek van het bestuur van de Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie zal ik dit jaar nog aanblijven. In de loop van 2026 zal verder worden gezocht naar een goede opvolging.
Er waren dit jaar veel wisselingen in de redactie: zes mensen namen afscheid en er traden er zeven toe.
Kris Goethals heeft ongeveer veertien jaar in de redactie de stem van de forensisch psychiater verwoord. Hij reviewde ruim 150 manuscripten en wist vanuit zijn werkervaring in Vlaanderen en Nederland een brug te slaan tussen beide perspectieven.
Hij stond voor de psychiatrie als ambacht, zoals hij duidelijk maakte in zijn redactioneel ‘Op naar de psychiatrie met biomarkers: en wat dan?’ Eerder had hij reeds onder de titel ‘Draagt de neurowetenschapper de nieuwe kleren van de keizer?’ op een relativerende toon de consequenties van neurobiologische ontwikkelingen voor de opleiding tot psychiater besproken.1,2 Nog steeds lezenswaardig is zijn bijdrage over het respecteren van ethische en politieke grenzen in ons vak en de risico’s op machtsmisbruik.3 In de tijd dat hij zijn eerste redactioneel (in 2013) schreef, was hij opleider in Nederland en besprak de noodzaak om niet alleen de levensloop van patiënten, maar ook die van de psychiater zelf in ogenschouw te nemen.4
Annemiek Dols was vanaf 2021 een zeer actief redactielid. Zij was onder meer de aanjager bij het themanummer over de toekomst van de psychiatrie. In een redactioneel besprak zij de wachtlijstproblematiek in de Nederlandse ggz en hoe hier echt iets aan te doen is.5
Janna de Boer startte als aios-redactielid en vervolgde dat als psychiater. Zij was onder meer voorzitter van het bijzondere themanummer over taal en schreef een inleiding over de verwevenheid tussen taal en psychiatrie.6 Dat was ook het onderwerp waarop zij promoveerde in 2022. Daarnaast introduceerde zij het begrip ‘deprescriptie’ in de psychiatrie, wat ons kan helpen om op een systematische wijze psychofarmaca af te bouwen.7
Thomas Pattyn heeft ongeveer 5 jaar in de redactie gezeten. Hij schreef een redactioneel over AI en wetenschapscommunicatie, begin 2025 (nog steeds niet verouderd…).8 In zijn eerste redactioneel trok hij een indringende vergelijking tussen de zorg voor en het welzijn van hulpverleners en artsen tijdens de COVID-19-crisis en de beperkte aandacht voor de gevolgen die wetenschappelijk onderzoekers ondervinden.9
Katrien Skorobogatov was als Vlaams psychiater in opleiding gedurende ruim twee jaar redactielid. In haar redactioneel uit 2024 liet zij zien dat de genderkloof bij de benadering van psychiatrische ziekten nog altijd actueel is en hoe dat ook bijdraagt aan stigmatisering.10
Richard Bruggeman begon in 2021 als redactielid. Hij gaf aan hoe taakdeling een oplossing kan vormen voor het wereldwijde psychiatertekort.11
Voorts namen we afscheid van Carmen van Hooijdonk, die gedurende 3 jaar de rubriek wetenschapsnieuws verzorgde. Zij promoveerde zelf in deze tijd en gaat zich nu fulltime richten op onderzoekscommunicatie bij stichting KiKa. We danken Carmen hartelijk voor de gedegen wijze waarop zij de rubriek verzorgde.
Welkom
We verwelkomden in de loop van het jaar 7 nieuwe redactieleden.
Jakob van Gaalen, aios bij GGz InGeest en Levvel en promovendus op de TEMPO-studie naar afbouw van antidepressiva.
Koen Schruers, hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en hoofd van het zorgprogramma angst en psychotrauma bij Mondriaan Maastricht en Heerlen.
Edwin van Dellen, universitair hoofddocent bij het UMC Utrecht en hoofd van het zorgprogramma ‘GeRichte Interventies bij Psychose’ (GRIP).
Eline Regeer, hoogleraar Klinische psychopathologie in het bijzonder stemmingsstoornissen bij Universiteit Utrecht en werkzaam als psychiater bij Altrecht, afdeling Bipolaire stoornissen.
Katelijne van der Heijden is aios bij het Erasmus MC. Zij is vergevorderd met haar promotieonderzoek naar de veiligheid, farmacokinetiek en farmacodynamiek van het psychedelicum DMT.
Ilya Querter is in opleiding tot psychiater bij het Universitair Ziekenhuis Gent met verdere specialisatie in forensische psychiatrie.
Lina Al-Hassany is aios psychiatrie bij het Erasmus MC, wat zij combineert met een promotietraject over menstruatie- en stemmingsklachten bij jongeren.
Tot slot hebben wij Suzanne Stougie vanaf december als nieuwe wetenschapsredacteur. Suzanne heeft een achtergrond in de psychologie en gezondheidswetenschappen en veel ervaring in het vertalen van wetenschappelijke kennis naar een breder lezerspubliek.
Namens allen die zijn betrokken bij het Tijdschrift wensen wij u en uw naasten een mooi en inspirerend 2026!
Literatuur
1 Goethals KR. Op naar de psychiatrie met biomarkers: en wat dan? Tijdschr Psychiatr 2022; 64: 397-9.
2 Goethals K. Draagt de neurowetenschapper de nieuwe kleren van de keizer? Tijdschr Psychiatr 2019; 61: 596-8.
3 Goethals KR. Machtsmisbruik door psychiaters – of waarom we onszelf regelmatig een spiegel moeten voorhouden. Tijdschr Psychiatr 2016; 57: 708-10.
4 Goethals KR. Levenstijdperken van de psychiater (in opleiding). Tijdschr Psychiatr 2013; 55: 391-3.
5 Dols A. Geduld is geen schone zaak. Tijdschr Psychiatr 2024; 64: 185-8.
6 de Boer JN, Bus BAA, Van Duppen Z, e.a. De verwevenheid van psychiatrie en taal. Tijdschr Psychiatr 2023; 65: 131-3.
7 de Boer JN, Koomen LEM. Deprescriptie: het goede voornemen voor 2022. Tijdschr Psychiatr 2021; 63: 845-7.
8 Pattyn T. AI en psychiatrische wetenschappelijke literatuur: kans of uitdaging? Tijdschr Psychiatr 2025; 67: 153-4.
9 Pattyn T. ‘En hoe gaat het met u?’ Welzijn van artsen en onderzoekers. Tijdschr Psychiatr 2022; 64: 69-70.
10 Skorobogatov K. Genderongelijkheid bij onverklaarbare klachten. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 235-7.
11 Bruggeman R. Gedeelde taak is halve taak. Tijdschr Psychiatr 2022; 64: 553-4.
Auteurs
Rien Van, psychiater, directeur behandelzaken NPI, opleider psychiatrie, Arkin.
Correspondentie
Rien Van (rien.van@arkin.nl).
Geen strijdige belangen gemeld.
Citeren
Tijdschr Psychiatr. 2025;68(01):8-9