Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    Nieuwe artikelen Huidige nummer Vorige nummers Themanummers Boekbesprekingen
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Huidige nummer
    Nummer 6 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    6 / 2026

    Huidige nummer
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Artikelen
  3. Slaapstoornissen en slaaphygiëne bij adole...
Onderzoeksartikel

Slaapstoornissen en slaaphygiëne bij adolescenten in de ggz: een pilotstudie

M. van Rosmalen, G. Boersma, M. Lancel

Achtergrond Slaap is essentieel voor de lichamelijke en psychische ontwikkeling van adolescenten. Slaapproblemen komen vaak voor bij adolescenten met psychiatrische stoornissen, maar onderzoek naar de prevalentie van specifieke slaapstoornissen in deze populatie ontbreekt.

Doel In kaart brengen van de prevalentie van slaapstoornissen bij adolescenten met psychiatrische problematiek, en onderzoeken van de relatie met slaaphygiënegedrag.

Methode In een crosssectioneel pilotonderzoek vulden 50 adolescenten (16-24 jaar) in zorg bij een specialistische ggz-instelling de Holland Sleep Disorders Questionnaire en de Adolescent Sleep Hygiene Scale in. De prevalentie van slaapstoornissen en verschillen in slaaphygiënegedrag tussen adolescenten met en zonder slaapstoornis(sen) werden geanalyseerd met kruistabellen, χ²- en t-toetsen.

Resultaten 68% van de adolescenten scoorde boven de afkapwaarde voor minstens één en 54% voor minstens twee slaapstoornissen. Insomniastoornis (60%) en circadianeritme-slaap-waakstoornissen (44%) kwamen het meest voor. Comorbiditeit van meerdere slaapstoornissen was hoog. Adolescenten met slaapstoornissen rapporteerden significant slechtere slaaphygiëne, vooral wat betreft middelengebruik en pre-sleep emotionele arousal.

Conclusie Slaapstoornissen komen veel voor bij adolescenten met psychiatrische problematiek en zijn geassocieerd met slechtere slaaphygiëne. Het vroeg herkennen en behandelen van slaapstoornissen en verbeteren van slaaphygiënegedrag lijken derhalve essentieel voor een gezonde slaapkwaliteit en daarmee mogelijk een beter/sneller psychiatrisch herstel bij deze doelgroep.

Goede en voldoende slaap is essentieel voor zowel de fysieke, mentale als neurocognitieve ontwikkelingen bij adolescenten.1 Amerikaans onderzoek toont echter dat ruim 60% van de adolescenten op schooldagen korter slaapt dan de geadviseerde 8-10 uur.2 Dit kan onder meer samenhangen met het veranderen van de ouder-kindrelatie tijdens de adolescentie. Adolescenten krijgen meer autonomie en worden in toenemende mate zelf verantwoordelijk voor hun slaap-waakgedrag.

‘Slaaphygiëne’ omvat gedragingen die slaap bevorderen, zoals het aanhouden van regelmatige bedtijden en het vermijden van fel licht, beeldschermen en gebruik van sociale media rondom bedtijd.1 Veel jongeren zijn zich hiervan bewust, maar passen dit in de praktijk weinig toe, wat hun slaap negatief beïnvloedt.3,4 In een grote Nederlandse studie onder middelbare scholieren rapporteerde 20% slaapproblemen, die sterk gerelateerd bleken aan psychosociale klachten en risicogedrag, zoals middelenmisbruik en dwangmatig gamen.5

Waar slaapproblemen vervelend, maar veelal licht en van voorbijgaande aard zijn, worden slaapstoornissen gekenmerkt door frequente en langdurige slaapklachten die negatieve gevolgen hebben voor het dagelijks functioneren. De International Classification of Sleep Disorders-3 (ICSD-3) onderscheidt zes categorieën slaapstoornissen: insomniastoornis, parasomnia, circadianeritme-slaap-waakstoornissen, hypersomnia, slaapgerelateerde bewegingsstoornissen en slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen. Deze slaapstoornissen komen ook voor bij adolescenten, waarbij vooral insomniastoornis (7-40%) en verlate-slaapfasesyndroom (tot 14%) frequent worden gezien.2

Slaapproblemen treden ook bij adolescenten vaak samen op met psychiatrische klachten/aandoeningen.6,7 De slaapproblemen kunnen op zichzelf staan, maar ook een symptoom zijn van psychiatrische stoornissen, zoals een depressieve-stemmingsstoornis en posttraumatische-stressstoornis (PTSS). In de meeste prevalentiestudies bij adolescenten onderzocht men slaapproblemen of één bepaalde slaapstoornis bij adolescenten met één specifieke psychiatrische stoornis. Ook waren veel studies gericht op bredere leeftijdsgroepen, bijvoorbeeld jonge kinderen en adolescenten samen, en niet specifiek op adolescenten. Een groot Noors onderzoek waarin wel specifiek adolescenten werden onderzocht, toonde dat een insomniastoornis bij deze groep de kans op het ontstaan van een depressie verhoogt met een factor 4 tot 5.8 Daarnaast wees recent Chinees onderzoek bij adolescenten uit dat insomniastoornis de relatie tussen de ernst van jeugdtrauma en de ernst van een depressieve stoornis medieert.9

Deze bevindingen impliceren een bidirectionele relatie tussen slaap en psychiatrische stoornissen. Tevens versterkt het samen voorkomen van slaap- en psychiatrische stoornissen de impact op het algemeen functioneren en de kwaliteit van leven.2,6,10 Gezien deze negatieve interactie is kennis over de prevalentie van een breed spectrum van slaapstoornissen bij adolescenten met diverse psychiatrische aandoeningen van belang, maar deze is beperkt beschikbaar.

In de psychiatrische praktijk wordt gestoorde slaap nog geregeld beschouwd als een secundair symptoom van psychiatrische aandoeningen dat vanzelf zal verdwijnen bij succesvolle psychiatrische behandeling.7,11 Vaak echter persisteert de slaapstoornis.12 Het lijkt zelfs zo te zijn dat behandeling van slaapstoornissen ook een positief effect kan hebben op de ernst van de psychiatrische stoornis, zoals PTSS.13

Door de lacune in kennis over de interactie tussen slaap en psyche worden slaapstoornissen niet of (te) laat onderkend en niet of (te) laat behandeld.14 Het tijdig signaleren van en interveniëren op comorbide slaapstoornissen kan niet alleen leiden tot een verbetering van de slaap, maar ook van de psychiatrische uitkomst.

Het doel van het huidige pilotonderzoek is het in kaart brengen hoe vaak een breed scala aan slaapstoornissen voorkomt en om de associatie met slaaphygiënegedrag te onderzoeken bij adolescenten met psychiatrische problematiek. De prevalentie van slaapstoornissen onderzoeken we met behulp van de Holland Sleep Disorders Questionnaire (HSDQ). Daarnaast brengen wij het slaaphygiënegedrag in kaart met de Adolescent Sleep Hygiene Scale (ASHS). We veronderstellen dat adolescenten met slaapstoornissen minder gezond slaaphygiënegedrag hebben dan adolescenten zonder slaapstoornis. Hoewel er geen direct verband is aangetoond tussen specifieke slaapstoornissen en slaaphygiëne, is er wel bewijs voor een relatie tussen slecht slaaphygiënegedrag en een lage slaapkwaliteit.3

METHODE

Procedure

Dataverzameling vond plaats in de periode augustus 2024-juli 2025. Adolescenten ontvingen via het online-ROM-systeem Roqua (https://www.roqua.nl) een uitnodiging om vragenlijsten in te vullen en informed consent te geven voor het gebruik van hun gegevens voor onderzoeksdoeleinden. Leeftijd, geslacht (bij geboorte), woonplaats en DSM-5-hoofdclassificatie werden uit het elektronisch patiëntendossier verkregen. Leeftijd werd als continue variabele geanalyseerd, geslacht als dichotome. Het onderzoek werd beoordeeld als niet-WMO-plichtig (METc UMCG, 2024/195) en het werd uitgevoerd conform de richtlijnen van de Verklaring van Helsinki.

Steekproef en deelnemers

We voerden een crosssectioneel prevalentieonderzoek uit onder adolescenten van 16-24 jaar in behandeling bij de afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie en/of het adolescententeam van GGZ Drenthe. Inclusiecriteria waren het zelfstandig kunnen invullen van de vragenlijsten, het volledig invullen van de slaapvragenlijst en het ondertekenen van het informed-consentformulier. Van de 271 uitgenodigde cliënten voldeden er 50 aan deze criteria. Van deze 50 deelnemers vulden er 3 de slaaphygiënevragenlijst niet in; hun scores op deze lijst werden als ‘missing value’ gecodeerd.

Meetinstrumenten

Slaapstoornissen werden gemeten met de Holland Sleep Disorders Questionnaire (HSDQ).15 Hoewel deze vragenlijst niet genormeerd is voor adolescenten onder de 18 jaar, gebruikten we deze toch aangezien er geen andere vragenlijst beschikbaar is die slaapstoornissen bij deze populatie in kaart brengt én het taalniveau van de HSDQ vrij eenvoudig is (taalniveau B1). De HSDQ is een zelfrapportagevragenlijst met 32 items en is samengesteld uit clusters van slaapklachten/symptoombeschrijvingen volgens dezelfde zes hoofdcategorieën van slaapstoornissen als in de ICSD-3. De vragenlijst heeft een goede betrouwbaarheid en validiteit, waarbij het instrument goed differentieert tussen mensen met een specifieke, gediagnosticeerde slaapstoornis en mensen zonder deze classificatie. De invuller geeft bij elk item op een vijfpunts­likertschaal aan in hoeverre het item de afgelopen drie maanden op hem/haar van toepassing was. Er wordt een score per subschaal (slaapstoornis) berekend, die vervolgens wordt afgezet tegen de betreffende afkapscore.15

Op basis van deze afkapscores classificeerden we de aan- of afwezigheid van een slaapstoornis voor elke deelnemer als dichotome variabele. Met kruistabellen maakten we vervolgens inzichtelijk op welke slaapstoornissen positief gescoord werd.

Het is belangrijk te vermelden dat de HSDQ geen diagnostisch instrument is, maar een screeningsvragenlijst die hoofdcategorieën van slaapstoornissen differen­tieert. Een daadwerkelijke classificatie conform de ICSD-3 vereist aanvullend onderzoek, zoals een klinisch interview of polysomnografie. De resultaten van de HSDQ geven daarmee een indicatie voor de waarschijnlijkheid van een slaapstoornis binnen een bepaalde hoofdcategorie, maar vormen geen definitieve diagnostische classificatie. Wanneer we in dit artikel spreken over wel of geen slaapstoornis, betreft dit dus een sterke indicatie voor de aanwezigheid van een slaapstoornis.

De Adolescent Sleep Hygiene Scale (ASHS) is een zelfrapportagevragenlijst met een redelijk goede validiteit, waarbij de volledige schaal een aanvaardbare interne consistentie heeft.16 Dit validiteitsonderzoek toonde matige tot sterke correlaties tussen de ASHS(-domeinen) en zowel slaapkwaliteit als -duur. De 28 items worden beantwoord op een zespuntslikertschaal en betreffen de afgelopen maand. De items meten slaaphygiënegedrag op 9 domeinen: fysiologisch, cognitief, en emotioneel domein, slaapomgeving, slaap overdag, middelengebruik, bedtijdroutine, slaapstabiliteit en delen van bed/slaapkamer. De totaalscore geeft aan in welke mate er sprake is van adequate slaaphygiëne, waarbij hogere scores duiden op een betere slaaphygiëne. De totaalscore werd als continue slaaphygiënescore gebruikt.

Data-analyse

Voor de analyse maakten we een dichotome variabele ‘heeft slaapstoornis’ aan (1 = ten minste één slaapstoornis aanwezig, 0 = geen). Daardoor ontstonden twee groepen: met en zonder slaapstoornis. Met een shapiro-wilk-toets stelden we vast dat in beide groepen de verdeling van de ASHS-scores niet significant afweek van normaal (zonder slaapstoornis: W = 0,932; p = 0,267; met slaapstoornis: W = 0,985; p = 0,935). Uit de levenetest bleek dat de variantie van beide groepen gelijk was (F(1,45) = 0,000; p = 0,993).

Voor de vergelijking van de totaalscores en subschaalscores op de ASHS tussen beide groepen voerden we onafhankelijke t-toetsen uit. Om de kans op type I-fouten bij meervoudige toetsen te beperken, pasten we voor de analyses van de negen ASHS-subschalen en de ASHS-totaalscore bonferroni-correctie toe, met een aangepast significantieniveau van α = 0,0050 (0,05/10).

Exploratieve analyse

Om inzicht te krijgen in de prevalentie van specifieke slaapstoornissen binnen psychiatrische classificaties voerden we exploratieve ꭓ2-toetsen uit. Gelet op de beperkte steekproefomvang pasten we deze alleen toe bij de twee meest voorkomende slaapstoornissen (insomnia­stoornis en circadianeritme-slaap-waakstoornissen).

RESULTATEN

Beschrijvende gegevens

De gemiddelde leeftijd van de adolescenten was 19,9 (SD: 2,6; uitersten: 16-24) jaar. Er namen 17 jongens (34%) en 33 meisjes (66%) deel. De deelnemers kwamen uit 27 verschillende woonplaatsen, voornamelijk in Drenthe, maar ook enkele uit Groningen en Overijssel. Deze spreiding weerspiegelt het verzorgingsgebied van GGZ Drenthe.

Psychiatrische classificaties

De verdeling van de DSM-5-hoofdclassificaties is weergegeven in tabel 1. Stemmings- en persoonlijkheidsstoornissen kwamen het meeste voor, gevolgd door autismespectrumstoornissen. Bij verschillende deelnemers was nog geen classificatie vastgesteld.

 

Tabel 1. Verdeling van de psychiatrische DSM-5-hoofdclassificaties (n = 50)

Hoofdcategorie

Aantal (%)

Stemmingsstoornis

12 (24)

Persoonlijkheidsstoornis

9 (18)

Autismespectrumstoornis

8 (16)

Traumagerelateerde stoornis

5 (10)

AD(H)D

4 (8)

Angststoornis

3 (6)

Overige classificaties

1 (2)

Nog geen classificatie

8 (16)

 

Prevalentie slaapstoornissen

Zoals weergegeven in tabel 2 scoorde 68% van de adolescenten boven de afkapscore van ten minste één slaapstoornis. Ook bleek dat 54% voldeed aan twee of meer slaapstoornissen, en 26% zelfs aan drie of meer slaapstoornissen. De meest voorkomende combinatie was insomniastoornis met een circadianeritme-slaap-waak-stoornis (n = 8; 16%). Opvallend was dat insomniastoornis voorkwam in alle combinaties. Bij vijf adolescenten (10%) kwam daarbij zelfs dezelfde combinatie van vier verschillende slaapstoornissen voor (insomniastoornis, parasomnia, circadianeritme-slaap-waakstoornis en slaapgerelateerde bewegingsstoornis).

 

Tabel 2. Prevalentie van de slaapstoornis-hoofdgroepen (ICSD-3), uitgesplitst naar psychiatrische classificatie (n = 50)

 

N

Ten minste 1 slaapstoornis

n (%)

Insomniastoornis

n (%/%*)

Circadianeritme-slaap-waakstoornissen

n (%/%*)

Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen

n (%/%*)

Parasomnia

n (%/%*)

Hypersomnia

n (%/%*)

Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen

n (%/%*)

Totale steekproef

50

34 (68)

30 (60/88)

22 (44/65)

14 (28/41)

10 (20/29)

7 (14/21)

5 (10/29)

Stemmingsstoornis

12

7 (58)

7 (58/100)

4 (33/57)

1 (8/14)

2 (17/29)

1 (8/14)

2 (17/29)

Persoonlijkheidsstoornis

9

7 (78)

7 (78/100)

4 (44/57))

3 (33/43)

3 (33/43)

2 (22/29)

2 (22/29)

Autismespectrumstoornis

8

7 (88)

7 (88/100)

6 (75/86)

2 (25/29)

0 (0/0)

2 (25/29)

1 (13/14)

Traumagerelateerde stoornis

5

3 (60)

2 (40/67)

2 (40/67)

2 (40/67)

1 (20/33)

0 (0/0)

0 (0/0)

AD(H)D

4

3 (75)

1 (25/33)

0 (0/0)

1 (25/33)

0 (0/0)

2 (50/67)

0 (0/0)

Angststoornis

3

0 (0)

-

-

-

-

-

-

Overige classificaties

1

0 (0)

-

-

-

-

-

-

Nog geen classificatie

8

7 (88)

6 (75/86)

6 (75/86)

5 (63/71)

4 (50/67)

0 (0/0)

0 (0/0)

*Percentages zijn gebaseerd op het aantal cliënten per subgroep. ‘Ten minste 1 slaapstoornis’ betekent dat een cliënt op minimaal één van de slaapstoornis-hoofdgroepen boven de grenswaarde scoorde.

 

Insomniastoornis was de meest voorkomende slaapstoornis (60%), gevolgd door circadianeritme-slaap-waakstoornissen (44%). In de exploratieve analyses tussen de psychiatrische classificaties vonden we geen significante verschillen (insomniastoornis χ²(7) = 13,35; p = 0,064; circadianeritme-slaap-waakstoornissen χ²(7) = 13,11; p = 0,069). Wel was er bij beide slaapstoornissen een trend zichtbaar: insomniastoornis kwam vaker voor bij persoonlijkheids-, autismespectrum- en stemmingsstoornissen, terwijl circadianeritme-slaap-waakstoornissen met name vaak voorkwamen bij autismespectrumstoornissen. Voor de overige slaapstoornissen waren de aantallen te klein voor toetsing.

Slaaphygiënegedrag

Een onafhankelijke t-toets toonde dat adolescenten zonder slaapstoornis significant hogere slaaphygiënescores rapporteerden dan adolescenten met een slaapstoornis (t(45) = 3,80; p < 0,001). De effectgrootte was groot (Cohens d = 1,17), wat wijst op een substantieel verschil in slaaphygiëne tussen beide groepen. Dit verschil weerspiegelde zich vooral in de domeinen emotioneel (p = 0,002; d = 1,03) en middelengebruik (p = 0,006; d = 0,865), die ook na bonferroni-correctie significant hoger bleven in de groep zonder slaapstoornis. Tabel 3 toont de gemiddelde scores per subschaal.

 

Tabel 3. Gemiddelde ASHS-totaalscore en subschaalscores en standaarddeviaties per groep (n = 47)

 

Zonder slaapstoornis (n = 16), M (SD)

Met slaapstoornis(sen) (n = 31), M (SD)

Totaalscore

4,68 (0,48)

4,10 (0,50)*

Fysiologisch

4,79 (0,72)

4,40 (0,70)

Cognitief

3,49 (0,89)

2,97 (0,93)

Emotioneel

4,66 (0,83)

2,97 (0,93)*

Slaapomgeving

5,31 (0,53)

4,78 (0,94)

Slaap overdag

5,31 (1,08)

4,52 (1,41)

Middelengebruik

5,53 (0,83)

4,84 (1,36)*

Bedtijdroutine

4,25 (1,65)

3,48 (1,73)

Slaapstabiliteit

4,14 (1,12)

3,58 (1,29)

Delen bed/slaapkamer

5,34 (1,34)

4,74 (1,52)

*p < 0,0050 (significant na bonferroni-correctie).

 

DISCUSSIE

Prevalentie slaapstoornissen

Met dit pilotonderzoek brachten wij de prevalentie van slaapstoornissen en hun samenhang met slaaphygiënegedrag in kaart bij adolescenten in de specialistische jeugd-ggz. Slaapstoornissen bleken zeer frequent: 68% voldeed aan de criteria van ten minste één slaapstoornis. Dit is verrassend, aangezien er slechts bij 1 van de 50 deelnemers een slaapstoornisclassificatie was vermeld in het medisch dossier. Bij bijna alle adolescenten met een vanuit de HSDQ sterke indicatie voor één of meerdere slaapstoornissen was dit niet als zodanig klinisch geclassificeerd.

Het gevonden percentage ligt veel hoger dan de prevalenties die in algemene populatiestudies bij adolescenten worden gerapporteerd voor specifieke slaapstoornissen, zoals insomniastoornis (7-40%).2,6,17 Ook in een methodologisch vergelijkbare studie bij volwassenen met psychiatrische problematiek waren de gevonden prevalenties van slaapstoornissen doorgaans lager dan in onze steekproef (46%).18 Dit zou erop kunnen duiden dat adolescenten met psychiatrische problematiek extra kwetsbaar zijn voor slaapstoornissen. Net als in de algemene adolescentenpopulatie was insomniastoornis in onze steekproef de meest voorkomende slaapstoornis, maar het aandeel (60%) lag substantieel hoger dan in de eerder aangehaalde internationale studies.2,6,17

Ook circadianeritme-slaap-waakstoornissen kwamen veel voor (44%), in lijn met de kwetsbaarheid van adolescenten voor het verlate-slaapfasesyndroom.1 Het percentage in deze klinische groep is zelfs hoger dan doorgaans in populatiestudies wordt gerapporteerd, mogelijk door de bijkomende wisselwerking met psychiatrische problematiek. Recente studies tonen bijvoorbeeld aan dat een verlate slaapfase bij jongeren sterk samenhangt met ernstige depressieve symptomen.19

Slaapcomorbiditeit komt vaak voor: meer dan de helft van de adolescenten voldeed aan de criteria van twee of meer slaapstoornissen, en ruim een kwart zelfs van drie of meer. Dit benadrukt dat slaapstoornissen in deze populatie vaak niet geïsoleerd voorkomen, maar in clusters. Eerder onderzoek laat zien dat de negatieve effecten zich opstapelen wanneer slaapstoornissen samen optreden, met een toename in de ernst van psychopathologische klachten en een verdere afname van welbevinden.18

Dat insomniastoornis vaak samen met andere slaapstoornissen voorkomt, past bij de notie dat insomnia­stoornis zich frequent ontwikkelt in het beloop van andere slaapstoornissen.18 Insomniastoornis kwam het vaakst samen voor met een circadianeritme-slaap-waakstoornis. De diagnostische criteria van deze stoornissen overlappen echter gedeeltelijk (bijvoorbeeld wat betreft inslaapproblemen, verkorte slaapduur en negatieve effecten hiervan overdag), waardoor de gevonden comorbiditeit mogelijk deels een overschatting vormt door beperkt diagnostisch onderscheid.

Verklaring hoge prevalentie

Mogelijke verklaringen voor de hoge prevalentie van gestoorde slaap bij deze groep liggen onder meer in de ontwikkelingsfase, zoals veranderingen in de hormoonhuishouding en circadiane regulatie, en de nog doorgaande hersenontwikkeling.2,20 In de adolescentie zijn de hersengebieden die betrokken zijn bij beloning en emotie al sterk ontwikkeld, terwijl de prefrontale controlefuncties, die onder andere belangrijk zijn voor planning en impulsregulatie en bijdragen aan het ontwikkelen van routines, nog niet volledig uitgerijpt zijn. Dit maakt adolescenten impulsiever, reactiever op emotionele prikkels en gevoeliger voor keuze van directe beloning boven langetermijngevolgen. Tegelijkertijd neemt in deze fase de ouderlijke sturing af en krijgen adolescenten zo meer autonomie. Het feit dat adolescenten nog onvoldoende controle hebben over impulsen en planning, terwijl zij steeds meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun dagelijkse keuzes, zou een rol kunnen spelen bij een verhoogde vulnerabiliteit voor ontregeling in leefstijl en slaaphygiëne.2,20

Slaaphygiënegedrag

Adolescenten met een slaapstoornis rapporteerden slechter slaaphygiënegedrag dan hun leeftijdsgenoten zonder slaapstoornis. Specifiek op de domeinen ‘emotioneel’ en ‘middelengebruik’ werden significante verschillen gevonden. Hierbij moeten we vermelden dat ‘middelengebruik’ binnen de ASHS helaas beperkt is tot tabaksgebruik en alcoholconsumptie, waardoor de invloed van middelengebruik op slaapstoornissen mogelijk werd onderschat. Het domein ‘emotioneel’ meet in welke mate adolescenten in de avond sterke emoties ervaren die de slaap kunnen verstoren.

Onze resultaten komen overeen met eerdere bevindingen dat emotionele ontregeling en pre-sleep arousal belangrijke mechanismen lijken te vormen in het ontstaan en de instandhouding van slapeloosheid.21 Onze bevindingen indiceren dat het beter leren reguleren van emoties en het vermijden van stimulerende middelen belangrijke aangrijpingspunten vormen voor het verbeteren van de slaap.

Hoewel adolescenten zonder slaapstoornis beter slaaphygiënegedrag vertoonden, wijst dit niet noodzakelijkerwijs op optimale slaaphygiëne. Uit de scoreverdeling blijkt dat geen van de goed slapende adolescenten de hoogst mogelijke score behaalde, wat suggereert dat er nog aanzienlijke ruimte is voor verbetering van de slaapgezondheid. Dit sluit aan bij eerder onderzoek waaruit blijkt dat ook adolescenten uit de algemene populatie vaak ongunstige gedragingen vertonen rondom bedtijd, zoals beeldschermgebruik.3 Het benadrukt het belang van aandacht voor goede slaaphygiëneregels, ook bij adolescenten zonder slaapstoornis, om het risico op toekomstige slaapproblemen te verkleinen.

Verschillen in slaapstoornisprevalentie tussen psychiatrische stoornissen

Hoewel de groepsgrootte beperkt is en er dus geen harde conclusies te trekken zijn, werden in de exploratieve analyse verschillende trends zichtbaar. Insomniastoornis kwam relatief vaak voor bij stemmings- (58%), persoonlijkheids- (78%) en autismespectrumstoornissen (88%).

Bij stemmingsstoornissen is dit in lijn met de literatuur, waarin insomnia wordt beschouwd als een kernsymptoom van depressie.8

Wat betreft persoonlijkheidsstoornissen zijn minder studies beschikbaar en lopen de prevalenties uiteen, maar werden recent in een vergelijkbare volwassen populatie prevalenties van 32-45% gerapporteerd.18,22 Onze exploratieve analyses suggereren een relatief hoge prevalentie. Dit zou kunnen impliceren dat slaapstoornissen een onderschat probleem vormen bij deze groep.

Voor autismespectrumstoornissen sluiten onze bevindingen aan bij studies die laten zien dat slaapstoornissen bij deze groep frequent voorkomen. De relevantie ervan wordt verder onderstreept door studies die aantonen dat slaapstoornissen kunnen bijdragen aan beperkingen in het dagelijks functioneren.23 Opvallend is dat de door ons gevonden prevalentie (88%) hoger ligt dan de prevalenties die in een vergelijkbare volwassen populatie zijn beschreven (34%).¹⁹ Bij ADHD-, trauma- en angststoornissen vonden wij geen aanwijzingen voor frequente comorbiditeit met specifieke slaapstoornissen, wat mogelijk samenhangt met de beperkte omvang van deze subgroepen.

De trend dat circadianeritme-slaap-waakstoornissen vaak voor leken te komen bij autismespectrumstoornissen (75%) sluit aan bij bevindingen uit onderzoek bij volwassenen met psychiatrische problematiek, waar deze groep slaapstoornissen eveneens relatief vaak voorkomen bij deze groep, zij het met lagere prevalenties (26%).18 Ook sluit onze bevinding aan bij studies bij adolescenten met autisme, waarbij de ouders met name problemen rapporteerden die samenhangen met de circadiane ritmiek.23

Sterke punten en beperkingen

Dit onderzoek heeft enkele beperkingen. De voornaamste is de beperkte steekproefgrootte. Hierdoor was een volledige analyse binnen verschillende psychiatrische stoornissen niet mogelijk. Er is derhalve grootschaliger vervolgonderzoek nodig om de gerapporteerde bevindingen te verifiëren en te onderbouwen. Het is onduidelijk met welke reden het overgrote deel van de adolescenten die uitgenodigd werden voor het onderzoek, niet deelnam. Het is mogelijk dat er sprake is van een selectiebias, waarbij adolescenten met slaapproblemen eerder geneigd waren deel te nemen aan een onderzoek gericht op slaap. Dit zou geleid kunnen hebben tot een overschatting van de prevalentie van slaapstoornissen.

Daarnaast hebben we gebruikgemaakt van zelfrapportagevragenlijsten, die zoals bekend gevoelig zijn voor respons- en recallbias. Ook kan op basis daarvan geen definitieve slaapclassificatie gesteld worden.

De HSDQ is niet genormeerd voor adolescenten onder de 18 jaar. Hoewel we het instrument zorgvuldig hebben gekozen, dienen de scores met enige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, aangezien de psychometrische eigenschappen bij deze leeftijdsgroep niet zijn vastgesteld. De ASHS heeft een goede interne consistentie, maar meet gedrag en gewoonten op een relatief globaal niveau; observaties, dagboekdata of actigrafie zouden nuttige aanvullende inzichten kunnen opleveren.

Ook hebben we uitsluitend de psychiatrische hoofdclassificatie per cliënt meegenomen; eventuele nevenclassificaties niet. Daardoor is er geen rekening gehouden met eventuele psychiatrische comorbiditeit.

Een sterkte van dit pilotonderzoek is dat dit de eerste studie is naar de prevalentie van slaapstoornissen volgens de ICSD-classificatie in een klinische adolescentenpopulatie. Bovendien brachten we naast de slaapstoornissen ook de gedragsmatige risicofactor slaaphygiëne in kaart, waardoor een completer beeld ontstond. Vervolgonderzoek met grotere steekproeven en een longitudinale opzet is nodig om causale verbanden te verkennen.

CONCLUSIES EN IMPLICATIES

Dit pilotonderzoek laat zien dat slaapstoornissen bij adolescenten in de specialistische jeugd-ggz frequent voorkomen en vaak samenhangen met inadequaat slaaphygiënegedrag. Hoewel we in verband met de beperkte steekproefgrootte voorzichtig moeten zijn met de interpretatie, pleiten we – gezien de mogelijk vergaande gevolgen voor het verloop van het herstel van psychiatrische stoornissen – voor systematische aandacht voor slaaphygiënegedrag, slaapproblemen en de mogelijke aanwezigheid van slaapstoornissen bij deze doelgroep.

Hierbij denken we aan het routinematig screenen op slaapproblemen en -patronen in slaap-waakgedrag, het geven van psycho-educatie en het aanbieden van interventies gericht op slaaphygiëne, impulsregulatie en emotieregulatie. Bij circadianeritmeproblemen kan aanvullende flexibiliteit in het behandelaanbod nodig zijn, bijvoorbeeld door therapiesessies later op de dag te plannen. In sommige gevallen kan verwijzing naar gespecialiseerde slaapcentra gewenst zijn.

Op maatschappelijk niveau benadrukken onze resultaten het belang van preventieve maatregelen die de slaapgezondheid van adolescenten ondersteunen. Latere schoolstarttijden, zoals aanbevolen door de American Academy of Pediatrics en in verschillende regio’s in Amerika en Australië ingevoerd, vormen een concreet voorbeeld van een structurele interventie die samenhangt met langere slaapduur, betere slaapkwaliteit en gunstiger ontwikkelingsuitkomsten bij adolescenten.24 Daarnaast biedt de opkomst van draagbare technologie nieuwe kansen voor bijvoorbeeld monitoring en vroegsignalering, mits deze gegevens zorgvuldig en evidencebased worden ingezet.25

Samengevat tonen onze bevindingen dat slaapstoornissen in de jeugd-ggz eerder regel dan uitzondering lijken te zijn. De hoge prevalenties van slaapstoornissen en de bekende wederzijdse beïnvloeding tussen slaap en psychiatrische stoornissen benadrukken dat tijdige herkenning en gerichte behandeling van slaapstoornissen van essentieel belang zijn voor zowel de slaap als het bredere psychisch functioneren en welbevinden van adolescenten.

Literatuur

1 Van Eldik N, Pillen S. Slaapproblemen bij kinderen en jeugdigen. In: Lancel M, Van Veen M, Kamphuis J, red. Slaapstoornissen in de psychiatrie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2021. p. 469-98.

2 Kansagra S. Sleep disorders in adolescents. Pediatrics 2020; S204-9.

3 Bartel K, Gradisar M, Williamson P, e.a. Protective and risk factors for adolescent sleep: a meta-analytic review. Sleep Med Rev 2015; 21: 72–85.

4 Inhulsen MMR, Busch V, Kalk R, e.a. Adolescent sleep duration: associations with social-cognitive determinants and the mediating role of sleep hygiene practices. J Sleep Res 2023; 32: e13774.

5 Verkooijen S, de Vos N, Bakker-Camu BJW e.a. Sleep disturbances, psychosocial difficulties, and health risk behavior in 16,781 Dutch adolescents. J Clin Psychiatry 2018; 79: 17m11935.

6 Morales-Muñoz I, Gregory AM. Sleep and mental health problems in children and adolescents. Sleep Med Clin 2023; 18: 245-54.

7 Kahn M. Insomnia in infancy, childhood, and adolescence. Sleep Med Clin 2023; 18: 135-45.

8 Sivertsen B, Harvey AG, Lundervold AJ, e.a. Sleep problems and depression in adolescence: results from a large population-based study of Norwegian adolescents aged 16-18 years. Eur Child Adolesc Psychiatry 2013; 23: 681-9.

9 Luo B, Yang Y, Zhang D, e.a. Sleep disorders mediate the link between childhood trauma and depression severity in children and adolescents with depression. Front Psychiatry 2022; 13: 993284.

10 Kortesoja L, Vainikainen M, Hotulainen R, e.a. Bidirectional relationship of sleep with emotional and behavioral difficulties: a five-year follow-up of Finnish adolescents. J Youth Adolesc 2020; 49: 1277-91.

11 Fernandez-Mendoza J, Lenker KP, Calhoun SL, e.a. Trajectories of insomnia symptoms from childhood through young adulthood. Pediatrics 2022; 149: e2021053616.

12 Carney CE, Segal ZV, Edinger JD, e.a. A comparison of rates of residual insomnia symptoms following pharmacotherapy or cognitive-behavioral therapy for major depressive disorder. J Clin Psychiatry 2007; 68; 254-60.

13 Maher AR, Apaydin E, Hilton L, e.a. Sleep management in posttraumatic stress disorder: a systematic review and meta-analysis. Sleep Med 2021; 87: 203-19.

14 Baddam SKR, Canapari CA, Van de Grift J, e.a. Screening and evaluation of sleep disturbances and sleep disorders in children and adolescents. Psychiatr Clin N Am 2024; 47; 65-86.

15 Kerkhof GA, Geuke ME, Brouwer A, e.a. Holland sleep disorders questionnaire: a new sleep disorders questionnaire based on the international classification of sleep disorders‐2. J Sleep Res 2013; 22: 104-7.

16 De Bruin EJ, van Kampen RK, van Kooten T, e.a. Psychometric properties and clinical relevance of the adolescent sleep hygiene scale in Dutch adolescents. Sleep Med 2014; 15: 789-97.

17 De Zambotti M, Goldstone A, Colrain IM, e.a. Insomnia disorder in adolescence: diagnosis, impact, and treatment. Sleep Med Rev 2018; 39: 12–24.

18 Mijnster T, Boersma GJ, van Veen M, e.a. Sleep disorders in a naturalistic cohort of Dutch psychiatric outpatients: prevalence rates and associations with psychopathology symptom severity and well-being. J Sleep Res 2024; 33: e14009.

19 Dama MH, Martin J, Tassone VK, e.a. The association between delayed sleep-wake phase disorder and depression among young individuals: a systematic review and meta-analysis. Can J Psychiatry 2025; 70: 1-18.

20 Insel C, Cohen AO. More than just a phase: adolescence as a window into how the brain generates behavior. Curr Dir Psychol Sci 2025; 34: 149-56.

21 Riemann D, Dressle RJ, Benz F, e.a. Chronic insomnia, REM sleep instability and emotional dysregulation: A pathway to anxiety and depression? J Sleep Res 2025; 34: e14252.

22 Vanek J, Prasko J, Ociskova M, e.a. Insomnia in patients with borderline personality disorder. Nat Sci Sleep 2021; 13: 239-50.

23 Mazzone L, Postorino V, Siracusano M, e.a. The relationship between sleep problems, neurobiological alterations, core symptoms of autism spectrum disorder, and psychiatric comorbidities. J Clin Med 2018; 7: 102.

24 Yip T, Wang Y, Xie M, e.a. School start times, sleep, and youth outcomes: a meta-analysis. Pediatrics 2022; 149; e2021054068.

25 Wilms M, Søndergaard A, Jennum PJ, e.a. Validation of sleep-wake estimation from thigh-worn accelerometers against polysomnography in adolescents with and without mental disorders. BMC Psychiatry 2025; 25: 990.

Download PDF
Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Auteurs

Marlies van Rosmalen, klinisch psycholoog, Kinder- en Jeugdpsychiatrie, GGZ Drenthe, Assen.

Gretha Boersma, senior onderzoeker, Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie en Forensisch Psychiatrische Kliniek, GGZ Drenthe, Assen.

Marike Lancel, somnoloog en hoofd Research, Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie en Forensisch Psychiatrische Kliniek, GGZ Drenthe, Assen; bijzonder hoogleraar Slaap en psychopathologie, Rijksuniversiteit Groningen.

Correspondentie

Marlies van Rosmalen (marlies.van.rosmalen@ggzdrenthe.nl).

Geen strijdige belangen gemeld.

Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 26-3-2026.

Citeren

Tijdschr Psychiatr. 2026;68(06):294-300

Uitgave van de Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie waarin participeren de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie