Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    Nieuwe artikelen Huidige nummer Vorige nummers Themanummers Boekbesprekingen
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Huidige nummer
    Nummer 6 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    6 / 2026

    Huidige nummer
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Artikelen
  3. Medicatie bij de behandeling van patiënten...
Overzichtsartikel

Medicatie bij de behandeling van patiënten met een gokstoornis; een systematisch review

A. Neven, P. van Zundert, E. Suranto

Achtergrond Voor de behandeling van de gokstoornis zijn er geen geregistreerde medicijnen beschikbaar.

Doel Het beschrijven van de evidentie van medicatie voor de behandeling van patiënten met een gokstoornis.

Methode Wij voerden een systematische literatuurstudie uit naar de resultaten van gerandomiseerde onderzoeken naar de effectiviteit van medicatie bij patiënten met een gokstoornis in Medline, Embase en PsycInfo. Door de grote methodologische verschillen tussen de studies konden we geen meta-analyse uitvoeren.

Resultaten We includeerden 24 dubbelblinde, gerandomiseerde onderzoeken met in totaal 1547 patiënten, waarbij het effect op de gokstoornis werd beschreven en samengevat voor opiaatantagonisten, antidepressiva, antipsychotica, anti-epileptica, stemmingsstabilisatoren, glutamaatmodulatoren en een plantenextract met anti-oxidatieve werking (fytotherapie). In 21 van de studies ging het om een vergelijking met een placebo als controle, in 3 studies werden twee medicijnen onderling vergeleken. Van de 7 studies over opiaatantagonisten rapporteerden 4 een significant beter resultaat dan placebo. Wat betreft de overige middelen werd minder frequent een positief effect gezien.

Conclusie Vanwege de beperkte evidentie zou alleen aan patiënten bij wie niet-medicamenteuze interventies niet aanslaan, een opiaatantagonist zoals naltrexon of nalmefeen offlabel kunnen worden voorgesteld. Voor alle andere onderzochte geneesmiddelen is momenteel onvoldoende bewijs voor effectiviteit bij de behandeling van een gokstoornis.

Na een daling tussen 2018 en 2022 nemen sinds 2023 het aandeel en het aantal personen in de Nederlandse verslavingszorg met als primaire problematiek gokken weer toe. In 2024 is het aantal personen in behandeling voor primaire gokproblematiek gestegen tot ruim 2700 personen, dat is 4% van alle patiënten in behandeling bij de Nederlandse verslavingszorg.1 Ondanks deze toename zoekt nog maar een beperkt aantal patiënten met gokproblemen hulp en worden gokproblemen vaak niet uitgevraagd.2

Over het algemeen leidt gokken echter niet vaak tot een stoornis, waarbij sprake is van onder andere controleverlies en meer geld en tijd wordt gespendeerd aan gokken. In de DSM-5 spreekt men van een gokstoornis en deelte deze in bij de groep verslavingsstoornissen; in de DSM-IV werd de stoornis nog geclassificeerd als pathologisch gokken en ondergebracht bij de groep impulscontrolestoornissen.3 De gokstoornis gaat vaak gepaard met andere stoornissen, zoals stoornissen in middelengebruik, stemmingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen.4

Hoewel er nog maar weinig onderzoek is gedaan naar de behandeling van de gokstoornis, lijkt psychotherapeutische behandeling een effectieve benadering. De meeste evidentie is er daarbij voor cognitieve gedragstherapie (CGT), waarbij in een recente meta-analyse werd gevonden dat bij 65-82% van de patiënten CGT een grotere afname gaf van gokken ten opzichte van de controlegroep.5 CGT is echter niet in alle gevallen (blijvend) effectief en daarom wordt er soms gebruikgemaakt van offlabel medicamenteuze behandelingen. In dit overzichtsartikel hebben we daarom de beschikbare evidentie voor de medicamenteuze behandeling van een gokstoornis verzameld, beschreven en samengevat.

Methode

Wij verrichtten een systematische literatuurstudie naar de effectiviteit van medicatie bij de gokstoornis. Daarbij includeerden we alleen geblindeerde, gerandomiseerde studies uit de Engelstalige en Nederlandstalige literatuur. Alle typen gokstoornissen werden geïncludeerd, mits geclassificeerd volgens de DSM of vastgesteld met een gevalideerde vragenlijst. Comorbiditeit was geen exclusiecriterium. Alle studies waarin subjectief danwel met een gevalideerde schaal werd gemeten of het gokken of de drang hiernaar afnam, includeerden we. Daarvoor raadpleegden we Medline, Embase en PsycInfo met als einddatum 19 augustus 2025 (figuur 1). De zoektermen die wij gebruikten, waren ‘gokstoornis’ (en varianten hiervan) en ‘farmacotherapie’ (zie onlinebijlage 1).

 

Figuur 1. stroomschema zoekstrategie Medline, Embase en PsycInfo

 

Deze zoekopdracht leverde 667 artikelen op, waarbij de titels en abstracts door twee van ons (AN en PvZ) onafhankelijk werden beoordeeld en werden verwerkt met het computerprogramma Rayyan. 642 artikelen vielen af omdat er geen patiënten met een gokstoornis werden geïncludeerd, farmacotherapie niet werd onderzocht of omdat er geen gerandomiseerde opzet was.

We bereikten consensus over 25 geïncludeerde artikelen. Er werden geen additionele artikelen gevonden via kruisreferenties. Na bestudering van de volledige tekst van de 25 geïncludeerde artikelen viel er alsnog één studie af, omdat er geen randomisatie had plaatsgevonden. Van alle geïncludeerde studies werd de methodologische kwaliteit geanalyseerd met de RoB2-methode (zie onlinebijlage 2). Vanwege de heterogeniteit van de studies verrichtten we geen meta-analyse.6

Resultaten

In totaal includeerden we 24 studies, gepubliceerd tussen 2000 en 2024.7-9,11-31 In 21 studies ging het om het effect van opiaatantagonisten (n = 7), antidepressiva (n = 7), antipsychotica (n = 2), een stemmingsstabilisator (n = 1), anti-epileptica (n = 2), de glutamaatmodulator N-acetylcysteïne (n = 1) en het plantenextract silymarin (fytotherapie) (n = 1) ten opzichte van een placebo. In de overige studies werden twee verschillende potentieel effectieve medicijnen met elkaar vergeleken (n = 3) (tabel 1). In veel studies werd de Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale – Modified for Pathological Gambling (PG-YBOCS) afgenomen, een door de onderzoeker afgenomen vragenlijst, waarin zowel de drang naar gokken als het feitelijke gokgedrag wordt gemeten.

 

Tabel 1. gerandomiseerde studies naar het effect van medicatie op pathologisch gokken

Publicatie, land

N

Studiepopulatie

Duur

Psychotherapie

Interventie

Meetinstrument

Primaire uitkomsten

Bias RoB2-methode

Opiaatantagonisten

 

Kim e.a. 20017

VS

83

36% man, 49 jaar

Type niet vermeld

12 weken

 

Naltrexon max. 250 mg vs. placebo

PG-CGI-PT

PG-CGI-MD

G-SAS

Wekelijkse afname:

-0,117 (p < 0,001)

-0,111 (p < 0,001)

-1,147 (p < 0,019)

Enige zorgen

Grant e.a. 20088

VS

77

39% man, 47 jaar

Type niet vermeld

18 weken

 

Naltrexon 50 mg vs. 100 mg vs. 150 mg vs. placebo

PG-YBOCS-totaal

PG-YBOCS: drang

PG-YBOCS: gedrag

G-SAS

CGI-S

Afname naltrexon vs. placebo:

16,99,7 vs. 18,6  12,9 (p = 0,009)

9,55,5 vs. 10,2  7,1 (p = 0,005)

7,44,2 vs. 8,4  5,5 (p = 0,013)

26,915,7 vs. 29,5  21,2 (p = 0,016)

4,53,0 vs. 4,6  3,6 (p = 0,008)

Enige zorgen

Toneatto e.a. 200910

Canada

52

93% man, 40 jaar

Type niet vermeld

11 weken

CGT

Naltrexon max. 250 mg vs. placebo

Gokfrequentie per 30 dagen

Naltrexon vs. placebo

7,95,0 vs. 7,1  4,9 (ns)

Hoog risico

Kovanen e.a. 201611

Finland

101

68% man, 46 jaar

Type niet vermeld

20 weken

Psychosociale ondersteuning

Naltrexon 50 mg zo nodig vs. placebo zo nodig

PG-YBOCS

Naltrexon vs. placebo:

23,8  10,3 vs. 25,4  13,1 (p = 0,5)

Hoog risico

Grant e.a. 200612

VS

207

56% man, 46 jaar

Type niet vermeld

16 weken

 

Nalmefeen 25 mg vs. 50 mg vs. 100 mg vs. placebo

PG-YBOCS

– Placebo: 16,18  13,13

– 25 mg: 14,01  6,99 (p = 0,007)

– 50 mg: 12,14  9,18 (p < 0,02)

– 100 mg: 13,82  9,30 (p = 0,12)

Enige zorgen

Grant e.a. 201013

VS

233

58% man, 47 jaar

Type niet vermeld

3 weken

 

Nalmefeen 20 mg vs. 40 mg vs. placebo

PG-YBOCS

Respons:

– Placebo: 46,8%

– 20 mg: 56,1% (ns)

– 40 mg: 59,5% (ns)

Enige zorgen

Alho e.a. 202214

Finland

126

70% man, 45 jaar

Type niet vermeld

12 weken

Psychosociale ondersteuning

Naloxon 4 dd 4 mg intranasaal zo nodig vs. placebo

G-SAS

T = 6,640; p = 0,2488

Enige zorgen

Antidepressiva

 

Hollander e.a. 200015

VS

15

67% man, 39 jaar

Type niet vermeld

16 weken

 

Fluvoxamine 50 mg 8 weken en placebo 8 weken

PG-CGI

PG-YBOCS

Percentage verbetering: 40,6% vs. 16,6% (p < 0,005)

Percentage verbetering: 33,4% vs. 28% (ns)

Hoog risico

Blanco e.a. 200216

Spanje

32

66% man, 42 jaar

Type niet vermeld

6 maanden

 

Fluvoxamine max. 200 mg vs. placebo

Geld per week

Aantal uur per week

-1,2 (p = 0,09)

-0,9 (p = 0,16)

Hoog risico

Kim e.a. 200217

VS

45

33% man, 49 jaar

Type niet vermeld

8 weken

 

Paroxetine max. 60 mg vs. placebo

G-SAS

PG-CGI

t = 4,411 (p = 0,042)

t = 5,439 (p = 0,025)

Enige zorgen

Grant e.a. 200318

VS

76

61% man, 45 jaar

Type niet vermeld

16 weken

 

Paroxetine max. 60 mg vs. placebo

PG-CGI

PG-YBOCS

Respons: 58,8% vs. 48,6% (p = 0,390)

≥ 30% afname: 63,3% vs. 50,0% (p = 0,290)

Enige zorgen

Blanco e.a. 200919

VS

38

53% man, 47 jaar

Type niet vermeld

16 weken

 

Paroxetine max. 60 mg/dag vs. placebo

PG-YBOCS

19,2  13,9 (p = 0,01)

NS tussen de groepen

Hoog risico

Saiz-Ruiz e.a. 200520

Spanje

60

90% man, 39 jaar

Type niet vermeld

6 maanden

 

Sertraline max. 150 mg vs. placebo

CCPGQ

Responders:

– Sertraline: 74%

– Placebo 72% (p = 0,9)

Enige zorgen

Black e.a. 200721

VS

39

72% man, 43 jaar

Type niet vermeld

12 weken

 

Bupropion vs. placebo

PG-YBOCS

G-SAS

-0,77 vs. -0,81 (p = 0,875)

-0,58 vs. -0,70 (p = 0,687)

Enige zorgen

Antipsychotica

 

Fong e.a. 200822

VS

21

52% man, 45 jaar

Videopoker

7 weken

 

Olanzapine 10 mg vs. Placebo

BGCS

DGS

CGI-PG

NS

NS

4,11  3,33 vs. 4,00  3,67 (ns)

Enige zorgen

McElroy e.a. 200823

VS

42

43% man, 49 jaar

Type niet vermeld

12 weken

 

Olanzapine max. 15 mg vs. placebo

PG-YBOCS

-0,85, 95%-BI: -6,26-4,56; p = 0,752

Hoog risico

Stemmingsstabilisatoren

 

Hollander e.a. 200524

VS

40

59% man, 45 jaar

Type niet vermeld

10 weken

 

Lithium 900 mg vs. placebo

PG-YBOCS

CGI

F = 18,69; df = 1,28; p < 0,001

F = 7,49; df=1,28; p = 0,001

Enige zorgen

Anti-epileptica

Berlin e.a. 201325

VS

42

45% man, 48 jaar

Type niet vermeld

14 weken

 

Topiramaat max. 300 mg vs. Placebo

PG-YBOCS-subschaal obsessie

12,65  6,17 vs. 12,957,62 (p = 0,257)

Enige zorgen

De Brito e.a. 201726

Brazilië

38

53% man, 48 jaar

Type niet vermeld

12 weken

CGT

Topiramaat max. 300 mg vs. placebo

G-SAS

PG-YBOCS

25,8  7,9 vs. 19,9  13,0 (p = 0,017)

22,0  5,6 vs. 16,3  7,5 (p = 0,010)

Enige zorgen

Overige middelen

 

Grant e.a. 2014a27

VS

28

82% man, 48 jaar

Type niet vermeld

12 weken

CGT en motiverende gespreksvoering

N-acetylcysteïne tot 3000 mg vs. placebo

PG-YBOCS

23,5  7,5 vs. 20,4  5,5 (ns)

Hoog risico

Grant e.a. 202428

VS

43

58% man, 50 jaar

Type niet vermeld

8 weken

 

Silymarin 2 dd 150-300 mg vs. placebo

PG-YBOCS

G-SAS

Verschil:

-0,16 (p = 0,95)

0,41 (p = 0,89)

Enige zorgen

Onderlinge vergelijkingen

 

Hollander e.a. 200229

Italië, VS

42

76% man, 32 jaar

Type niet vermeld

14 weken

 

Lithium gemiddeld 795,6 mg/dag vs. valproaat gemiddeld 873,7 mg/dag

PG-YBOCS

CGI-I-respons

Lithium: 22,3  15,1 (p < 0,01)

Valproaat: 20,7  14,3 (p < 0,01)

Lithium: 60,9%

Valproaat: 68,4%

Enige zorgen

Dannon e.a. 2005a30

Israël

36

100% man, 29 jaar

Type niet vermeld

12 weken

 

Naltrexon max. 150 mg vs. bupropion max. 450 mg

Respons (2 weken niet gokken en verbetering op de CGI)

76,9% vs. 75,0%

Enige zorgen

Dannon e.a. 2005b31

Israël

31

100% man, 36 jaar

Type niet vermeld

12 weken

 

Topiramaat max. 200 mg/dag vs. fluvoxamine max. 200 mg/dag

CGI-I

PG-YBOCS

Topiramaat: F = 10,5; p < 0,01

Fluvoxamine: F = 3,7; p < 0,08

Topiramaat: 14,9  12,5 (p < 0,44)

Fluvoxamine: 13,7  12,9 (p < 0,48)

Hoog risico

95%-BI: 95%-betrouwbaarheidsinterval; CCPGQ: Criteria for Control of Pathological Gambling Questionnaire; CGI-PG: Clinical Global Impression-pathologic gambling; CGT: cognitieve gedragstherapie; DGS: Desire to Gamble Scale; G-SAS: Gambling Symptom Assessment Scale; ns: niet significant; PG-YBOCS: Pathologic Gambling adaptation of the Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale

 

Opiaatantagonisten

In vier studies onderzocht men het effect van naltrexon. In een onderzoek uit 2001 werden 83 patiënten dubbelblind gerandomiseerd naar naltrexon tot 250 mg/dag (gemiddeld 187,5 mg) of placebo en in totaal 11 weken gevolgd.7 Patiënten werden de eerste week enkelblind ingesteld op placebo, gevolgd door dubbelblind naltrexon of placebo. Er waren drie primaire uitkomstmaten: de Pathological Gambling-Clinical Global Impression-Patient-rated (PG-CGI-PT), de medical doctor rated CGI (PG-CGI-MD) en de Gambling Symptom Assessment Scale (G-SAS). In totaal vielen 38 patiënten binnen twee weken uit, onder andere vanwege meer dan 50% afname op de G-SAS in de placebofase en dus werden slechts 45 patiënten gerandomiseerd en op effect onderzocht. Alle drie primaire uitkomstmaten namen significant meer af in de naltrexon- dan in de placebogroep.

In een onderzoek uit 2008 includeerde men 77 patiënten die dubbelblind gerandomiseerd werden naar naltrexon 50 mg, 100 mg, 150 mg of placebo gedurende 18 weken.8 Placeboresponders in week 1 (> 50% reductie op de G-SAS) werden geëxcludeerd. Alle scores op de PG-YBOCS namen in de naltrexongroepen significant af ten opzichte van placebo. Tussen de verschillende naltrexongroepen was geen significant verschil. Ook de G-SAS en CGI namen in de naltrexongroep significant af ten opzichte van placebo. In een tweede studie bleek naltrexon vooral bij patiënten met een positieve familieanamnese voor alcoholmisbruik effectief.9

Andere onderzoekers includeerden 52 deelnemers met een gokstoornis en alcoholmisbruik die dubbelblind werden gerandomiseerd naar maximaal 250 mg naltrexon versus placebo gedurende 11 weken.10 Alle deelnemers volgden ook CGT. De gokfrequentie en het alcoholgebruik namen in de naltrexongroep niet meer af dan in de placebogroep.

In een Fins onderzoek includeerde men 101 patiënten die dubbelblind zo nodig gedurende 20 weken naltrexon 50 mg of placebo konden nemen.11 Alle patiënten kregen psychosociale ondersteuning. De primaire uitkomstmaat was de score op de PG-YBOCS. Geen van de uitkomstmaten op de PG-YBOCS (totaal- en subscores) was significant beter in de naltrexon- dan in de placebogroep.

Er waren twee onderzoeken naar nalmefeen. 207 patiënten kregen gerandomiseerd en dubbelblind 25 mg, 50 mg of 100 mg nalmefeen of placebo gedurende 16 weken.12 Alleen in de groepen met 25 mg en 50 mg nalmefeen nam de PG-YBOCS-totaalscore significant af ten opzichte van placebo, in tegenstelling tot de 100 mg-groep.

Dezelfde auteursgroep includeerde 233 deelnemers en randomiseerde hen dubbelblind naar nalmefeen 20 mg of 40 mg of placebo.13 Deelnemers werden alleen geïncludeerd bij een score ≥ 21 op de PG-YBOCS. Respons werd gedefinieerd als ≥ 35% vermindering op de PG-YBOCS na drie weken. In de 20 mg-groep was 46,8% responder, in de 40 mg-groep 56,1% en in de placebogroep 59,5% (p = 0,264). Wanneer de deelnemers die ten minste één week medicatie hadden ingenomen post-hoc werden geanalyseerd, bleek de 40 mg-groep een significant lagere eindscore op PG-YBOCS te hebben dan de placebogroep (t = -1,96; p = 0,035). In een tweede studie bleek nalmefeen vooral bij patiënten met een positieve familieanamnese voor alcoholmisbruik effectief.9

126 patiënten kregen gerandomiseerd naloxon intranasaal 4 mg zo nodig maximaal 4 keer per dag of placebo gedurende 12 weken.14 Er waren geen significante verschillen in de primaire uitkomstmaat G-SAS of in de secundaire gokuitkomstmaten.

Antidepressiva

In twee studies onderzocht men het effect van fluvoxamine. In het eerste onderzoek includeerde men 15 patiënten die dubbelblind werden gerandomiseerd naar 8 weken fluvoxamine 50 mg per dag waarna 8 weken placebo, of andersom (cross-overtrial).15 Verbetering op de PG-CGI in de fluvoxamineconditie was significant groter dan in de placeboconditie. Er waren geen significante verschillen in PG-YBOCS.

In een tweede onderzoek includeerde men 32 patiënten en randomiseerde hen dubbelblind naar fluvoxamine 200 mg per dag of placebo gedurende 6 maanden.16 De eerste twee weken werd 100 mg/dag fluvoxamine voorgeschreven, daarna 200 mg/dag. De primaire uitkomsten waren de hoeveelheid tijd en geld die deelnemers besteedden aan gokken. Beide uitkomstmaten verschilden niet tussen de groepen. Echter, subgroepanalyses toonden dat mannelijke en jongere patiënten significant minder tijd aan gokken besteedden in de fluvoxamine- dan in de placebogroep.

In drie studies werd het effect van paroxetine tot maximaal 60 mg geanalyseerd. In de eerste studie includeerde men 45 patiënten die 8 weken gevolgd werden.17 Alle patiënten kregen de eerste week placebo, degenen die meer dan 50% lager scoorden op de G-SAS werden geëxcludeerd. De G-SAS nam in de paroxetinegroep significant meer af dan in de placebogroep. Ook de CGI was aan het eind van de studie (week 6 t/m 8) significant lager in de paroxetinegroep.

In de twee andere onderzoeken includeerde men resp. 76 en 38 patiënten en volgde hen 16 weken.18,19 In deze studies was er geen significant verschil tussen beide groepen in respons op de verschillende uitkomstmaten.

60 patiënten werden dubbelblind gerandomiseerd naar sertraline 50-150 mg (gemiddeld 95 mg) of placebo gedurende 6 maanden.20 Deelnemers werden als responder gezien als ze twee vragen op de Criteria for Control of Pathological Gambling Questionnaire (CCPGQ) positief beantwoordden. Aan het eind van de studie was er geen significant verschil tussen de groepen in het percentage responders en andere uitkomstmaten.

Ten slotte randomiseerde men dubbelblind 39 patiënten die bupropion 150-450 mg (gemiddeld 324 mg) of placebo kregen gedurende 12 weken.21 Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in de PG-YBOCS, G-SAS en CGI.

Antipsychotica

In beide onderzoeken werd het effect van olanzapine geanalyseerd. In het eerste onderzoek includeerde men 21 personen die verslaafd waren aan videopoker en geen psychotische stoornis hadden.22 Ze werden dubbelblind gerandomiseerd naar olanzapine 10 mg of placebo gedurende 7 weken. In het tweede onderzoek includeerde men 42 patiënten met een gokstoornis en randomiseerde hen dubbelblind naar olanzapine maximaal 15 mg (gemiddeld 8,9 mg) of placebo gedurende 12 weken.23 Bij geen van de uitkomstmaten was er een significant verschil tussen de groepen.

Stemmingsstabilisatoren

40 patiënten met zowel een bipolaire spectrumstoornis als een gokstoornis werden eerst dubbelblind gerandomiseerd naar lithium (0,6-1,2 meq/l) of placebo.24 De gemiddelde dosering aan het eind van de studie was 1150 mg lithium per dag (0,87 meg/l). Een responder werd gedefinieerd als iemand met meer dan 35% afname op de PG-YBOCS en een score van 1 of 2 (veel tot zeer veel verbetering) op de CGI. Zowel de PG-YBOCS- als de CGI-scores namen meer af in de lithiumgroep. De scores op de PG-YBOCS waren in week 8 en 10 significant verschillend: in de lithiumgroep 69% responders versus 31% in de placebogroep (p < 0,02). Verbeteringen in de gokuitkomsten hingen duidelijk samen met verbetering en de maniescores (r = 0,48; p = 0,009).

Anti-epileptica

In beide geïncludeerde onderzoeken werden de deelnemers dubbelblind gerandomiseerd voor topiramaat tot maximaal 300 mg/dag of placebo. In het eerste onderzoek includeerde men 42 patiënten met een gokstoornis.25 De eerste 6 weken volgden ze een opbouwschema en de laatste 8 weken bleef de dosering stabiel. Deelnemers moesten minimaal 50 mg/dag blijven innemen, anders werd deelname beëindigd. De gemiddelde maximale dosis in de topiramaatgroep was 222,5 mg/dag. Er waren geen significante groepsverschillen in de PG-YBOCS-totaal- en -subscores.

In het tweede onderzoek werden 38 deelnemers 12 weken gevolgd.26 De gemiddelde dosis was 180,7 mg/dag. Alle deelnemers kregen vier sessies CGT. Zowel de scores op de PG-YBOCS als die op de G-SAS namen significant meer af in de topiramaatgroep, evenals de aan gokken bestede tijd en het eraan gespendeerde geld.

Overige middelen

28 deelnemers met een gokstoornis en nicotineafhankelijkheid werden dubbelblind gerandomiseerd naar N-acetylcysteïne tot 300 mg/dag versus placebo gedurende 12 weken.27 Hoewel de primaire uitkomstmaat (PG-YBOCS) na 12 weken niet significant verschilde tussen beide groepen, was dit na 24 weken follow-up wel significant (t = 2,069; p = 0,043).

In een ander onderzoek werden 43 patiënten gerandomiseerd naar het plantenextract en antioxidant silymarin (extract van mariadistel (Silybum marianum)), 2 x daags 150-300 mg, of placebo gedurende 8 weken.28 De vermindering in zowel PG-YBOCS-scores als G-SAS verschilden niet significant tussen beide groepen.

Onderlinge vergelijkingen

42 patiënten met een gokstoornis maar geen bipolaire stoornis werden enkelblind gerandomiseerd naar lithium of valproïnezuur.29 De dosering werd bepaald op basis van de spiegel, gemiddeld werd 795,6 mg lithium genomen en 873,7 mg valproïnezuur. Na 14 weken waren er geen verschillen tussen beide groepen: 61% van de lithiumgroep was responder en 68% van de valproïnezuurgroep.

Israëlische onderzoekers includeerden 36 patiënten die werden gerandomiseerd naar naltrexon tot 150 mg of bupropion tot 450 mg gedurende 12 weken.30 Van de deelnemers kreeg 79% de maximale dosis bupropion en 32% de maximale dosis naltrexon. Alleen de onderzoekers die de vragenlijst afnamen, werden geblindeerd voor de medicatie. Respons werd gedefinieerd als 2 weken niet gokken en verbetering op de CGI-I. In de completersanalyse was 75% van de bupropiongroep responder en 77% van de naltrexongroep.

Dezelfde groep onderzoekers randomiseerde 31 patiënten enkelblind naar topiramaat tot 200 mg/dag of fluvoxamine tot 200 mg/dag.31 Na 12 weken was er in een completersanalyse in beide groepen sprake van 75% zelfgerapporteerde volledige remissie. De CGI verbeterde in beide groepen significant. Er werden geen statistische vergelijkingen gemaakt tussen beide groepen.

Discussie

Opiaatantagonisten

De resultaten van deze systematische literatuurstudie, met 24 dubbelblind gerandomiseerde onderzoeken met in totaal 1547 patiënten, laten zien dat de onderzoeken in het algemeen slechts een beperkte effectiviteit tonen. De onderzochte behandelduur varieerde van 3 weken tot 6 maanden. De meeste effectiviteit, hoewel beperkt, werd gevonden voor opiaatantagonisten. Van de 7 geïncludeerde studies rapporteerde men in 4 een significant beter resultaat dan placebo. In de overige 3 vond men geen verschil. Dit verschil wijst er mogelijk op dat eventuele effectiviteit afhankelijk is van specifieke studiecondities. In studies met een korte looptijd (3 weken), zo nodig medicatie, gelijktijdig psychotherapie of zonder gevalideerde uitkomstmaten werd namelijk geen effect gevonden.10,11,13

Bij studies met dagelijkse toediening en een behandelduur van 8 tot 16 weken beschreef men positieve effecten van naltrexon en nalmefeen. Opvallend is dat er geen lineaire dosis-responsrelatie kon worden aangetoond, waarbij lagere doseringen vergelijkbaar effectief waren als hogere, wat kan wijzen op een plafond­effect.8,12 In een vervolgstudie werd vooral een positief effect gezien bij patiënten met een positieve familieanamnese voor alcoholmisbruik, hetgeen geassocieerd kan zijn met de effectiviteit van opiaatantagonisten bij de stoornis in alcoholgebruik.9

Andere medicatie

De evidentie voor andere medicatie is beperkt. Binnen de antidepressiva lieten slechts 3 van de 7 (kleinere) studies met fluvoxamine en paroxetine een significant effect zien,15-17 terwijl men dit in andere studies niet kon repliceren.18-21 Er is derhalve geen overtuigend bewijs dat SSRI’s effectief zijn bij de behandeling van gokstoornis. Voor antipsychotica, in het bijzonder olanzapine, werden in de 2 beschikbare onderzoeken geen gunstige effecten gevonden.22,23 Eén studie met lithium, bij patiënten met een bipolaire stoornis, liet een significante reductie van het gokgedrag zien.24 De 2 studies met topiramaat toonden tegenstrijdige resultaten, waarbij monotherapie ineffectief bleek,25 terwijl topiramaat in combinatie met CGT wel tot symptomatische verbetering leidde.26 De enige studie naar een glutamaatmodulator (N-acetylcysteïne) liet geen verschil zien na 12 weken, maar wel een laat effect na 24 weken follow-up.27

Kwaliteit van de studies

De kwaliteit van de geïncludeerde studies was over het algemeen matig, zeker als we die vergeleken met studies naar de effectiviteit van CGT bij de gokstoornis.5 Bij 6 studies was er een hoog risico op bias en bij de overige studies waren er enige zorgen.6 Geen enkele studie had een laag risico. Veel onderzoeken waren kleinschalig, met een korte behandelduur en vaak zonder intention-to-­treatanalyse. In de meeste studies sloot men patiënten met comorbiditeit zoals middelengebruik of stemmingsstoornissen uit, waardoor de resultaten mogelijk niet representatief zijn voor de klinische praktijk. Bovendien werd het type gokstoornis zelden gespecificeerd. Daarnaast was er aanzienlijke heterogeniteit in uitkomstmaten. Er werden uiteenlopende instrumenten gebruikt, zoals de PG-YBOCS, G-SAS en verschillende CGI-schalen, naast gedragsmaten zoals tijd of geld besteed aan gokken.

Dit beperkt de vergelijkbaarheid met studies naar het effect van medicatie en CGT. Gezien deze beperkingen dienen toekomstige onderzoeken te worden opgezet met grotere steekproeven, gestandaardiseerde en gevalideerde meetinstrumenten en een duidelijk gedefinieerde klinische responsmaat. Daarbij is het wenselijk om patiënten met comorbide stoornissen te includeren, het subtype gokstoornis te beschrijven, te rapporteren of deelnemers gelijktijdig of eerder psychotherapeutische behandeling hebben ontvangen en de effectiviteit van medicatie te vergelijken met die van CGT. Verder is een behandelduur van ten minste 12 weken aangewezen, evenals het gebruik van een placebo-inloopfase om vroege placeboresponders te identificeren.

Vergelijking met eerdere meta-analyses

Eerdere meta-analyses ondersteunen in grote lijnen onze bevindingen. Alleen bij opiaatantagonisten werd consequent een statistisch significant, zij het bescheiden, effect op de ernst van het gokgedrag gevonden, met gerapporteerde gestandaardiseerde gemiddelde verschillen tussen -0,4 en -0,8 (klein tot matig groot effect).32-35 Voor andere medicatie werd geen overtuigend voordeel ten opzichte van placebo gevonden. In één van deze meta-analyses liet men zien dat de uitval lager was wanneer medicatie werd gecombineerd met psychotherapie, en benadrukte men de grote placeborespons (30-70%) als belangrijke verklarende factor voor inconsistente resultaten.33 Ook in de cochrane-review werd geconcludeerd dat de meeste studies van lage methodologische kwaliteit waren, met onvoldoende beschrijving van blindering en uitkomstmaten, en dat niet altijd een intention-to-treatanalyse werd toegepast.34

Gezamenlijk wijzen deze meta-analyses erop dat, hoewel er enige aanwijzing is voor effectiviteit van opiaatantagonisten, de kwaliteit van het bewijs beperkt blijft en verdere goed opgezette onderzoeken door verschillende onderzoeksgroepen noodzakelijk zijn. In al deze overzichtsstudies werden overigens minder artikelen (14-22) beschreven dan wij includeerden, waardoor onze studie een breder overzicht geeft van de beschikbare literatuur.

Beperkingen

Vanwege het relatief hoge aantal beschikbare gerandomiseerde studies includeerden we geen openlabelstudies. Hoewel de kwaliteit van openlabelstudies lager is dan die van gerandomiseerde studies, zouden de eerstgenoemde een vollediger beeld kunnen geven van mogelijk effectieve medicamenteuze interventies. Verder zochten we alleen in de Engelstalige en Nederlandstalige literatuur en zouden artikelen in andere talen gemist kunnen zijn.

Conclusie

In dit overzichtsartikel beschreven wij 24 studies waarin de effectiviteit van medicatie bij de gokstoornis werd geanalyseerd. Zowel in de 24 geïncludeerde studies als in de eerder gepubliceerde reviews en meta-analyses, gebaseerd op een deel van de door ons geïncludeerde studies, komt naar voren dat er alleen voor opiaatantagonisten in (relatief) lage en dagelijkse dosering enige aanwijzingen zijn voor effectiviteit bij de gokstoornis. De kwaliteit van de studies is matig en patiënten met comorbiditeit werden vaak uitgesloten. Vanwege de beperkte betrouwbaarheid van de evidentie zou alleen aan patiënten bij wie niet-medicamenteuze interventies niet aanslaan, een opiaatantagonist zoals naltrexon of nalmefeen offlabel aangeboden kunnen worden. Voor alle andere onderzochte medicatie is momenteel onvoldoende bewijs.

Literatuur

1 Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS). Gokken. Aantal personen verslavingszorg 2024. www.ladis.eu/nl/middelen/gokken.

2 Håkansson A, Karlsson A, Widinghoff C. Treatment seeking for gambling disorder in nationwide register data – observations around a major shift in legislation. Front Public Health 2024; 12: 1293887.

3 Van den Brink W. Verslavingsgedrag van DSM-IV naar DSM-5. Tijdschr Psychiatr 2014: 56: 206-10.

4 Mestre-Bach G, Potenza MN. Pharmacological management of gambling disorder: an update of the literature. Expert Review of Neurotherapeutics 2024; 4: 391-407.

5 Pfund RA, Ginley MK, Kim, HS, e.a. Cognitive-behavioral treatment for gambling harm: umbrella review and meta-analysis Clin Psychol Rev 2023; 105: 102336.

6 Sterne JAC, Savović J, Page MJ, e.a. RoB 2: a revised tool for assessing risk of bias in randomised trials. BMJ 2019; 366: l4898.

7 Kim SW, Grant JE, Adson DE, e.a. Double-blind naltrexone and placebo comparison study in the treatment of pathological gambling. Biol Psychiatry 2001; 49: 914-21.

8 Grant JE, Kim SW, Hartman BK. A double-blind, placebo-controlled study of the opiate antagonist naltrexone in the treatment of pathological gambling urges. J Clin Psychiatry 2008; 69: 783-9.

9 Grant JE, Kim SW, Hollander E, e.a. Predicting response to opiate antagonists and placebo in the treatment of pathological gambling. Psychopharmacology (Berl) 2008; 200: 521-7.

10 Toneatto T, Brands B, Selby P. A randomized, double-blind, placebo-controlled trial of naltrexone in the treatment of concurrent alcohol use disorder and pathological gambling. Am J Addict 2009; 18: 219-25.

11 Kovanen L, Basnet S, Castrén S, e.a. A randomised, double-blind, placebo-controlled trial of as-needed naltrexone in the treatment of pathological gambling. Eur Addict Res 2016; 22: 70-9.

12 Grant JE, Potenza MN, Hollander E, e.a. Multicenter investigation of the opioid antagonist nalmefene in the treatment of pathological gambling. Am J Psychiatry 2006; 163: 303-12.

13 Grant JE, Odlaug BL, Potenza MN, e.a. Nalmefene in the treatment of pathological gambling: multicentre, double-blind, placebo-controlled study. Br J Psychiatry 2010; 197: 330-1.

14 Alho H, Makela N, Isotalo J, e.a. Intranasal as needed naloxone in the treatment of gambling disorder: a randomised controlled trial. Addict Behav 2022; 125: 107127.

15 Hollander E, DeCaria CM, Finkell JN, e.a. A randomized double-blind fluvoxamine/placebo crossover trial in pathologic gambling. Biol Psychiatry 2000; 47: 813-7.

16 Blanco C, Petkova E, Ibáñez A, e.a. A pilot placebo-controlled study of fluvoxamine for pathological gambling. Ann Clin Psychiatry 2002; 14: 9-15.

17 Kim SW, Grant JE, Adson DE, e.a. A double-blind placebo-controlled study of the efficacy and safety of paroxetine in the treatment of pathological gambling. J Clin Psychiatry 2002; 63: 501-7.

18 Grant JE, Kim SW, Potenza MN, e.a. Paroxetine treatment of pathological gambling: a multi-centre randomized controlled trial. Int Clin Psychopharmacol 2003; 18: 243-9.

19 Blanco C, Potenza MN, Kim SW, e.a. A pilot study of impulsivity and compulsivity in pathological gambling. Psychiatry Res 2009; 167: 161-8.

20 Saiz-Ruiz J, Blanco C, Ibáñez A, e.a. Sertraline treatment of pathological gambling: a pilot study. J Clin Psychiatry 2005; 66: 28-33.

21 Black DW, Arndt S, Coryell WH, e.a. Bupropion in the treatment of pathological gambling: a randomized, double-blind, placebo-controlled, flexible-dose study. J Clin Psychopharmacol 2007; 27: 143-50.

22 Fong T, Kalechstein A, Bernhard B, e.a. A double-blind, placebo-controlled trial of olanzapine for the treatment of video poker pathological gamblers. Pharmacol Biochem Behav 2008; 89: 298-303.

23 McElroy SL, Nelson EB, Welge JA, e.a. Olanzapine in the treatment of pathological gambling: a negative randomized placebo-controlled trial. J Clin Psychiatry 2008; 69: 433-40.

24 Hollander E, Pallanti S, Allen A, e.a. Does sustained-release lithium reduce impulsive gambling and affective instability versus placebo in pathological gamblers with bipolar spectrum disorders? Am J Psychiatry 2005; 162: 137-45.

25 Berlin HA, Braun A, Simeon D, e.a. A double-blind, placebo-controlled trial of topiramate for pathological gambling. World J Biol Psychiatry 2013; 14: 121-8.

26 de Brito AMC, de Almeida Pinto MG, Bronstein G, e.a. Topiramate combined with cognitive restructuring for the treatment of gambling disorder: a two-center, randomized, double-blind clinical trial. J Gambl Stud 2017; 33: 249-63.

27 Grant JE, Odlaug BL, Chamberlain SR, e.a. A randomized, placebo-controlled trial of N-acetylcysteine plus imaginal desensitization for nicotine-dependent pathological gamblers. J Clin Psychiatry 2014; 75: 39-45.

28 Grant JE, Driessens C, Chamberlain SR. Silymarin (milk thistle) treatment of adults with gambling disorder: a double-blind, placebo-controlled trial. Clin Neuropharm 2024; 47: 54-8.

29 Hollander E, Pallanti S, Quercioli L e.a. Lithium and valproate treatment of pathological gambling: a randomized single-blind study. J Clin Psychiatry 2002; 63: 559-64.

30 Dannon PN, Lowengrub K, Musin E, e.a. Sustained-release bupropion versus naltrexone in the treatment of pathological gambling: a preliminary blind-rater study. J Clin Psychopharmacol 2005; 25: 593-6.

31 Dannon PN, Lowengrub K, Gonopolski Y, e.a. Tiporamate versus fluvoxamine in the treatment of pathological gambling. A randomized, blind-rater comparison study. Clin Neuropharm 2005; 28: 6-10.

32 Bartley CA, Block MH. Meta-analysis: pharmacological treatment of pathological gambling. Expert Rev Neurother 2013; 13: 887-94.

33 Kraus SW, Etuk R, Potenza MN. Current pharmacotherapy for gambling disorder: a systematic review. Exp Opinion Pharmacotherapy 2020; 21: 287-96.

34 Dowling N, Merkouris S, Lubman D, e.a. Pharmacological interventions for the treatment of disordered and problem gambling. Cochrane Database Rev 2022; 9: CD008936.

35 Ioannidis K, Del Giovane C, Tzagarakis C, e.a. Pharmacological management of gambling disorder: systematic review. Comprehensive Psychiatry 2025; 137: 152566.

NOOT

Franka Steenhuis, literatuurspecialist van de Parnassia Groep Bibliotheek, verleende ons assistentie bij het zoeken naar literatuur.

Download PDF
Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Bijlagen

Online bijlage 1 Online bijlage 2

Auteurs

Arjen Neven, psychiater, Parnassia Groep, Den Haag; opleider forensische psychiatrie, Fivoor; lid van het Landelijke Expertise- en Innovatiecentrum Dubbele Diagnose (LEDD), Trimbos-instituut, Utrecht.

Pieter van Zundert, aios psychiatrie, Centrum Dubbele Problematiek, Parnassia Groep, Den Haag.

Eka Suranto, psychiater, Fivoor, Rotterdam.

Correspondentie

Arjen Neven (a.neven@parnassia.nl).

 

Geen strijdige belangen gemeld.

 

Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 3-5-2026.

Citeren

Tijdschr Psychiatr. 2026;68(06):308-316

Uitgave van de Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie waarin participeren de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie