Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    Nieuwe artikelen Huidige nummer Vorige nummers Themanummers Boekbesprekingen
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Huidige nummer
    Nummer 5 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    5 / 2026

    Huidige nummer
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Artikelen
  3. Naar een postkoloniale psychiatrie? De act...
Essay

Naar een postkoloniale psychiatrie? De actuele relevantie van Frantz Fanon

J. De Vleminck

Achtergrond Naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag was er in 2025 hernieuwde aandacht voor de postkoloniale denker Frantz Fanon. In zijn receptiegeschiedenis is er het laatste decennium een accentverschuiving merkbaar van Fanon als politiek activist naar Fanon als psychiater.

Doel Beknopte verkenning van zowel het historische belang als de actualiteitswaarde van het psychiatrische werk van Fanon en een korte bijdrage aan de ontsluiting van dit werk voor de Nederlandstalige lezer.

Methode Beschouwing gebaseerd op literatuuronderzoek van primaire en recente secundaire literatuur, inclusief een recente narratieve literatuurreview over Fanon via PubMed.

Resultaten De herwaardering van Fanons psychiatrische teksten bewerkstelligt een adequater beeld van zijn bijdrage aan de dekolonisering van de psychiatrie en geeft een inkijk in de ontwikkeling van zijn revolutionaire klinische praktijkvoering als psychiater.

Conclusie Hoewel de dekolonisering grotendeels achter ons ligt, blijft Fanon een actueel referentiepunt voor zowel de sociale als de transculturele psychiatrie. Zijn werk blijft een postkoloniaal appel uitoefenen op het bredere psychiatrische vakgebied. Fanon houdt een pleidooi voor consequent cultuursensitieve psychiatrische zorg en herinnert de psychiatrie aan haar maatschappelijke opdracht inzake de bewustmaking van institutioneel racisme.

Naar aanleiding van de honderdste geboortedag van de Martinikaans-Franse postkoloniale denker Frantz Fanon (1925-1961) speelden recent twee nieuwe biopics in de filmzalen.1,2 In tegenstelling tot het lange tijd dominante clichébeeld van Fanon als politiek activist, gebaseerd op zijn postuum gepubliceerde politieke manifest De verworpenen van de aarde (1961), focussen beide films op Fanons psychiatrische activiteit in Algerije. Ze geven zo een unieke inkijk in de geschiedenis van de koloniale psychiatrie en de eerste aanzetten tot de dekolonisatie ervan. Eveneens getuigen ze van een recente blikverschuiving in de academische receptie van Fanon die wellicht mede het effect is van de heruitgave van zijn psychiatrische teksten in 2015.3,4 Ook Fanons meest recente en bejubelde biografie5 getuigt van deze explicietere focus op de psychiatrie in vergelijking met de belangrijkste voorgaande levensgeschiedenissen.6-9

In deze bijdrage wil ik de lezer laten kennismaken met Fanon als psychiater. Op basis van Fanons verzameld psychiatrisch werk, de bekendste kritische interpreterende biografieën en een recente narratieve literatuurreview via PubMed kom ik tot een herwaardering van zijn vroege werk Zwarte huid, witte maskers (1952), dat ik gebruik als intellectueel vertrekpunt voor een verkenning van enkele van zijn relevantste psychiatrische teksten.3-9 Fanons veelal onbekende vakpublicaties getuigen van zijn vernieuwende klinische praktijkvoering en blijven inspirerend voor de cultuursensitieve reflex in de huidige psychiatrische praktijk.10

 

Frantz Fanon (fotograaf onbekend)

De vormingsjaren in Martinique en Frankrijk

Fanon groeit op in de havenstad Fort-de-France, hoofdstad van de toenmalige Franse kolonie Martinique. Zijn racistische ervaringen op het prestigieuze Lycée Victor Schoelcher en als soldaat in het Franse Bevrijdingsleger tijdens de Tweede Wereldoorlog versterken zijn ‘geleefde ervaring’ (expérience vécue, Erlebnis) en bewustzijn als zwarte geneeskundestudent in Lyon. De ervaring van vervreemding (aliénation) door zijn eigen afkomst resoneert met de aliënatie die hij ervaart in de toenmalige psychiatrische bejegening van patiënten als ‘vervreemden’ (aliénés). De rol van socio-economische onderdrukking en racisme voor de psychopathogenese vormen van dan af aan een rode draad in Fanons bio-psychosociale benadering avant la lettre. De opheffing van de vervreemding als effect van de koloniserende blik, stipuleert Fanon als de belangrijkste taak van de psychiatrie. Met de mantra ‘waanzin is psychopathologie van de vrijheid’ definieert hij het faciliteren van psychische vrijheid als het doel van de psychiatrische behandeling.

Fanons psychiatrische opleiding te Lyon is gekleurd door de overheersend neurobiologische traditie via zijn leermeester Jean Dechaume in het ziekenhuis van Grange-Blanche. De neurobiologische benadering, die hij als reductionistisch ervaart, zal zijn werk echter blijvend bepalen, maar laat zich complementeren met een diepgaande en brede interesse in de humane wetenschappen. Zo volgt Fanon in Lyon college bij onder meer de filosoof Maurice Merleau-Ponty. Naast de fenomenologie zijn ook de psychoanalyse (Jacques Lacan), de antropologie (Claude Lévi-Strauss) en het existentialisme (Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir) van vormend belang voor de eigenheid van Fanons maatschappelijk geëngageerde psychiatrische blik.7 Fanon pleit voor een psychiatrie opnieuw overdacht vanuit het veld van de humane wetenschappen en gericht op een holistische benadering van de lijdende mens.

Fanons kritisch onderzoek van de biologisch-reductionistische opvatting van psychische stoornissen als ‘natuurlijke soorten’ vormt de inzet van zijn psychiatrische dissertatie, die hij in 1951 verdedigt aan de medische faculteit te Lyon. Het proefschrift is toegespitst op ‘een geval van Friedreichs ataxie’, een erfelijke neurologische aandoening die niet zelden met uiteenlopende psychiatrische ziektebeelden gepaard gaat.11 Dit thesisonderzoek betreft de grenzen van de louter neurologische causaliteit in het psychiatrische domein, inclusief een kritiek op het biologisch essentialisme, maar het vormt ook het theoretisch fundament van een omvattender kritiek op de toenmalige geneeskunde en psychiatrie, met name de koloniale bias en het raciaal biologisme ervan.

Met de concrete uitwassen daarvan komt Fanon in aanraking tijdens zijn huisbezoeken in Algerijnse migrantenmilieus te Lyon. Deze ervaringen vormen de inzet van zijn eerste artikel, ‘Het Noord-Afrikaans syndroom’ (1952). Deze tekst vormt een bijtende aanklacht tegen de eurocentrische medische blik die het psychisch lijden van Algerijnen in de Franse metropool essentialistisch interpreteert en zo dehumaniseert. Fanon ontmaskert het ‘syndroom’ als het pijnlijke effect van het xenofoob maatschappelijk klimaat.12 Dergelijke kritiek op de racistisch-koloniale blik van de toenmalige essentialistische neurobiologische psychiatrie vormt het fundament van zijn verdere oeuvre en de inzet van zijn ethisch-humanistisch gemotiveerde psychiatrische engagement.

Zwarte huid, witte maskers (1952) en de invloed van Tosquelles te Saint-Alban

De inzet van Fanons proefschrift laat zich eigenlijk al aflezen in een manuscript van eind jaren 1940, dat door zijn uiterst subjectief perspectief en zijn eclectische stijl niet aan de academische criteria beantwoordt. Dit ‘essay over vervreemding’ verschijnt als Zwarte huid, witte maskers (1952). Met het boek onder de arm meldt Fanon zich bij de Catalaanse psychiater François Tosquelles, die op dat ogenblik de kliniek van Saint-Alban-sur-Limagnole, in de Lozèrestreek, een nieuw psychiatrisch elan verschaft. Saint-Alban wordt het centrum van de ‘institutionele psychiatrie’. Fanon verblijft er anderhalf jaar en noemt Tosquelles ook nog veel later zijn ‘leermeester’.13,14

Fanon deelt met Tosquelles een fascinatie voor de socio-psychopathogenese, het onderzoek naar de impact van het sociale milieu op de genese en de behandeling van psychiatrische stoornissen. Dit institutioneel psychiatrisch werk vindt plaats in een experimentele setting waarbij de kliniek als collectiviteit wordt ingezet voor de resocialisatie van de patiënt. Patiënten participeren aan het productieve en creatieve leven van de zorginstelling, wat Fanon later ‘sociale therapie’ noemt.15 Dergelijke therapeutische reactivatie is echter slechts de tweede stap van een proces waarbij Fanon en Tosquelles in eerste instantie de effectiviteit van elektroconvulsietherapie (ECT) volgens de methode van Cerletti en Bini bepleiten.16,17 Met het geïndiceerde aanwenden van ECT, inclusief aandacht voor de experimenten met de eerste antipsychotica, zal Fanon dus ook belang blijven hechten aan de biologische onderbouw en behandeling van psychiatrische stoornissen.

Fanons magnum opus is ongetwijfeld het vandaag tot postkoloniale cultklassieker uitgegroeide Zwarte huid, witte maskers (1952). In dit essay fileert Fanon het Franse kolonialisme en racisme, gefundeerd in een psychiatrische analyse die zich, gelardeerd met humor en uitstapjes in de romanliteratuur, transformeert tot radicale maatschappijkritiek. Zijn eerdere kritiek op de biologische reïficatie van psychische stoornissen trekt hij verder door in zijn analyse van het essentialiseren van zwarte personen door de objectiverende blik van de (witte) ander. De afgedwongen aanpassing aan de koloniale witte normen, het dragen van de ‘witte maskers’ uit de titel, werkt de vervreemding van de gekoloniseerde in de hand, aldus Fanon. Psychiatrie moet deze vervreemding opheffen en wordt zo bij hem politiek met andere middelen.18

Het Algerijnse engagement in Blida-Joinville

Met het certificaat van médecin-chef op zak verlaat Fanon in september 1953 Saint-Alban en wordt interim-ziekenhuisdirecteur in Pontorson. Tegen het einde van dat jaar verlaat hij Frankrijk voorgoed en wordt hij aangesteld als afdelingshoofd (chef de service) in het psychiatrisch ziekenhuis Blida-Joinville in Algerije, het geboorteland van zijn eerdere patiënten in Lyon. Blida, bekend als de ‘hoofdstad van de waanzin’, was een tweedelijns­ziekenhuis waarnaar men patiënten met persisterende klachten vanuit het Mustafa Pasha-ziekenhuis te Algiers verwees. Fanon botst er met de koloniale psychiatrie, zoals die in Algerije is ontwikkeld door de Franse psychiater Antoine Porot, de vader van de zogenaamde ‘school van Algiers’.19 Ondanks zijn schijnbaar humanistische aspiraties belichaamt Porot de psychiatrie van het Vichy-regime, waarbij patiënten geketend en van elkaar gescheiden worden. Zijn psychiatrische opvattingen getuigen van een ‘wetenschappelijk’ racisme dat de Algerijn voorstelt als een ‘leugenaar, dief, luiaard en moordenaar’.20 Onder Fanon transformeert het gesticht van Porot voor het eerst tot een therapeutische ruimte.

In Blida is Fanon verantwoordelijk voor twee afdelingen: Europese vrouwen en Algerijnse mannen. Ondanks tegenkanting van de Franse autoriteiten zet hij door met een ongekend psychiatrisch experiment: de institutionele psychiatrie van Saint-Alban in de Algerijnse context implementeren. Al snel ervaart Fanon de eurocentrische premissen van het project. Daar waar de principes van de institutionele psychiatrie een gunstige uitwerking hadden bij de Europese vrouwen, met onder meer het opzetten van een ziekenhuiskrant21 en een schilder- en naaiatelier, slaat Fanons aanpak bij de Algerijnse mannen totaal niet aan.

Wat Fanon en zijn medewerker Jacques Azoulay uit het oog waren verloren, was de noodzaak van een cultuursensitieve aanpak, zoals ze optekenen in hun artikel ‘Methodologische moeilijkheden van de sociale therapie op een afdeling van moslimmannen’ (1954).15 De situatie neemt een positieve wending door het organiseren van een Moors café, performances van lokale musici en verhalenvertellers en geanimeerde voetbalwedstrijden. Een zorgvuldig doorgevoerde cultuursensitieve ‘zorg voor de instelling’ die hand in hand gaat met voortschrijdende resocialisatie en participatie aan het eigen genezingsproces resulteert in een verdere opheffing van vervreemding. Dergelijke aandacht voor een afgestemd ‘milieu’ als facilitator voor herstel fungeert als voorloper van de huidige aandacht voor ‘nidotherapie’ (van ‘nest’) in de geestelijke gezondheidszorg, waarbij ingezet wordt op de zorgvuldige afstemming van de omgeving in interactie met de patiënt.22

Fanon respecteert de Algerijnse cultuur zonder in het essentialisme van Porots racistische etnopsychiatrie te vervallen. Hij verdiept zich in de culturele praktijken van maraboets die met het uitdrijven van djinns, die de persoonlijkheid van de patiënt overnemen, een eigen antwoord gaven op de omgang met psychisch lijden. Fanon thematiseert dan al het vandaag actuele onderwerp van de integratie van traditionele verklaringsmodellen en behandelpraktijken als hefboom tot herstel in de psychiatrie.23 Hij dynamiseert patiënten om de betekenis van vrijheid te (her)ontdekken en verschaft hun zo opnieuw eigenwaarde als een belangrijk wapen tegen koloniale vervreemding.

Wanneer in november 1954 de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog uitbreekt, wordt Blida een baken van antikoloniaal verzet. Na anonieme doodsbedreigingen vraagt Fanon om overplaatsing naar Tunesië, dat sinds 1956 onafhankelijk was en als bolwerk fungeert voor het Algerijnse verzet.

Ballingschap in Tunis

Fanons Tunesische avontuur betekent een verdere intensifiëring van zijn politiek engagement voor de Algerijnse zaak. Het betekent echter allerminst het einde van zijn klinische activiteiten, conform de gedachte van psychiatrie als politiek met andere middelen. In het kosmopolitische Tunis zal Fanon zijn psychiatrische behandelpraktijk zelfs verder perfectioneren. In het Razi-ziekenhuis in La Manouba, eveneens opgericht door Porot, stoot zijn institutionele aanpak echter meteen op verzet. Fanon bewerkstelligt dan ook al snel een overplaatsing en wordt hoofd van de neuropsychiatrische afdeling van het algemeen ziekenhuis Charles-Nicolle in Tunis. In deze context voltrekt zich in 1958 een ware omwenteling in zijn denken en praxis.

Vanuit een kritiek op Tosquelles ontwikkelt Fanon het eerste psychiatrisch dagziekenhuis in Noord-Afrika, zoals beschreven in het tweedelige ‘Waarde en beperkingen van psychiatrische daghospitalisatie’ (1959).24,25 In plaats van de context van het ziekenhuis in te richten als een parallelle samenleving die binnen de muren de patiënten in staat stelt om opnieuw sociale contacten te ontwikkelen, breekt Fanon nu ook de buitenmuren van het ziekenhuis open naar de sociaal-culturele omgeving. Hij meent zo te verhinderen dat de ziekenhuissamenleving door het koloniaal denken wordt gecontamineerd en laat de lokale gemeenschap en de psychiatrische zorg interageren.

Het grote voordeel van deze methode is dat patiënten nauw contact houden met hun familie en in voeling blijven met de lokale gemeenschap. Deze innovatieve werkvorm promoot een maximale vrijheid om in verbinding met de context in contact te komen met de innerlijke conflicten. Vervolgens kan zich een nieuwe relatie tot de wereld ontwikkelen. Fanons dekolonisering van de psychiatrie mondt uiteindelijk uit in het zich bevrijden van het psychiatrische ziekenhuis als symbool van de koloniale macht.

Naast zijn klinische werk in Charles-Nicolle vormen ook zijn colleges aan de Universiteit van Tunis (1959-1960) het laboratorium voor internationale congreslezingen en publicaties, waarbij het politieke en het klinische de keerzijden van dezelfde medaille vormen.26 Pas wanneer hij in 1960 ambassadeur voor Afrika van het Algerijnse regime in Accra te Ghana wordt, is hij genoodzaakt om zijn psychiatrische activiteiten op te schorten. Nadat vervolgens acute leukemie wordt gediagnosticeerd, werpt hij zich koortsachtig op het manuscript dat bekend zal worden als zijn intellectueel politiek testament, De verworpenen van de aarde (1961), dat besluit met het psychiatrische essay ‘Koloniale oorlog en geestesstoornissen’.27 Na een gefaalde behandeling in Moskou richt hij de laatste hoop op genezing in de VS. Hij overlijdt er begin december 1961. In juli 1962 wordt Algerije onafhankelijk. Fanon vindt er uiteindelijk zijn laatste rustplaats.

Tot slot: Fanons actualiteitswaarde

Fanon heeft een belangrijke stem gehad in de eerste aanzetten tot dekolonisering van de psychiatrie.14 Hij staat vooral aan de wieg van een moderne, kritische etnopsychiatrie, als voorloper van de huidige transculturele psychiatrie.4,23

Tot op de dag van vandaag vormt Fanons werk een belangrijke referentie voor de verdere doorwerking van de koloniale geschiedenis en racisme in het psychisch lijden van huidige onderdrukte groepen, resulterend in sociaal-culturele ongelijkheid. Zijn psychiatrische teksten vormen een blijvende inspiratiebron voor het psychotherapeutisch werk met deze patiëntenpopulatie.28 In zekere zin blijft Fanon ons eraan herinneren hoe ook voor de hedendaagse psychiatrie een maatschappelijke verantwoordelijkheid inzake de bewustwording en bewustmaking voor institutioneel racisme is weggelegd.29-30

Behalve de inspirerende teksten voor het huidige veld van de sociale psychiatrie, inclusief zijn inzichten over zowel cultuursensitief werk vanuit een institutioneel-psychiatrische inspiratie (Blida) als over vermaatschappelijking van de zorg via psychiatrische dagcentra (Tunis), kunnen we Fanon eveneens lezen als een nog steeds relevante kritiek op het taxonomisch universalisme in de psychopathologie.31

Ook in een al te eenzijdige DSM-georiënteerde psychiatrie dreigt het risico van de abstractie van de sociaal-culturele factoren, waarvan Fanon het belang benadrukt. Ondanks de verhoogde aandacht voor deze laatste factoren sinds DSM-5 hebben eerder geformuleerde kritieken nog actualiteitswaarde.32 Zo verschaft een diagnose als posttraumatische stressstoornis enerzijds erkenning en toegang tot zorg, maar ze heeft als ideologische implicatie dat hiermee de sociale ongelijkheid en wantoestanden die mede aan de basis liggen van het psychisch lijden uit het oog verdwijnen.33

Fanon is nog steeds een inspirerend denker wiens psychiatrische praktijkvoering historisch getekend wordt door het koloniale tijdperk waaraan ook zijn eigen denken tegen wil en dank onderhevig blijft. Zo kon hij zich als arts nooit volledig onttrekken aan zijn status van representant van een koloniaal regime. Ondanks Fanons historisch gedetermineerde eigen blinde vlekken is zijn werk ook nu nog een breed maatschappelijke inspiratiebron voor een holistische opvatting van geestelijke gezondheid passend binnen een progressieve visie op wereldgezondheid (global health).34,35

Literatuur

1 Barny J-C. Fanon. Canada/Luxembourg/France: BET Cinélux; 2024.

2 Zahzah A. Chroniques fidèles survenues au siècle dernier à l’hôpital Blida-Joinville au temps où Dr Frantz Fanon était chef de la cinquième division entre 1953 et 1956. Algérie/France: Atlas Film Production; 2025.

3 Fanon F. Écrits sur l’aliénation et la liberté. Oeuvres II. Parijs: La Découverte; 2015.

4 Gibson NC, Beneduce R. Frantz Fanon, psychiatry and politics. Londen: Rowan & Littlefield; 2017.

5 Shatz A. Frantz Fanon. Een leven in revoluties. Utrecht: ten Have; 2025.

6 Macey D. Frantz Fanon. A life. Londen: Granta; 2000.

7 Cherki A. Frantz Fanon. Portrait. Parijs: Seuil; 2000.

8 Fanon J. Frantz Fanon: De la Martinique à l’Algérie et à l’Afrique. Parijs: L’Harmattan; 2004.

9 Manuellan M-J. Sous la dictée de Fanon. Parijs: L’Amourier; 2017.

10 Kraanen PMC. Psychiatrie verbonden met de maatschappij: leidende kracht in socio-ecologische crisis. Tijdschr Psychiatr 2025; 67: 287-90.

11 Fanon F. Altérations mentales, modifications caractérielles, troubles psychiques et déficit intellectuel dans l’hérédo-dégéneration spino-cérébelleuse. À propos d’un cas de maladie de Friedreich avec délire de possession [proefschrift universiteit Lyon]. 1951. In: Fanon F. Écrits sur l’aliénation et la liberté. 2018. p. 203-83.

12 Fanon F. Le ‘syndrome nord africain’. Esprit 1952; 187: 237-48.

13 Masó J. François Tosquelles. Soigner les institutions. Parijs: L’Arachnéen; 2021.

14 Robcis C. Disalienation. Politics, philosophy, and radical psychiatry in postwar France. Chicago: The University of Chicago Press; 2021.

15 Fanon F, Azoulay J. Le socialthérapie dans un service d’hommes musulmans: difficultés méthodologiques (1954). In: 3 p. 366-88.

16 Tosquelles F, Fanon F. Sur quelques cas traités par la méthode de Bini (1953). In: 3 pp. 293-9.

17 Tosquelles F, Fanon F. Indications de la thérapeutique de Bini dans le cadre des thérapeutiques institutionnelles (1953). In: 3 p. 299-308.

18 Fanon F. Zwarte huid, witte maskers (1952). Amsterdam: Octavo Publicaties; 2018.

19 Keller R. Colonial madness. Psychiatry in French North Africa. Chicago: University of Chicago Press; 2007.

20 Porot A. Notes de psychiatrie Musulmane. Ann Med Psychol 1918; 74: 377-84.

21 Egalité N. Our newspaper as care: Narrative approaches in Fanon’s psychiatric clinic. J Med Humanit 2025; 46: 437-50.

22 Tyrer P. Nidotherapy: a cost-effective systematic intervention. World Psychiatry 2019; 18: 144-5.

23 Bhugra D, Bhui K, red. Textbook of cultural psychiatry. Cambridge: Cambridge University Press; 2018.

24 Fanon F. L’hospitalisation de jour en psychiatrie, valeur et limites. 1959. In: 3 p. 491-513.

25 Fanon F. L’hospitalisation de jour en psychiatrie, valeur et limites. Deuxième partie: considérations doctrinales. 1959. In: 3, pp. 514-29.

26 Fanon F. Rencontre de la société et de la psychiatrie. 1959. In: 3, pp. 530-50.

27 Fanon F. De verworpenen van de aarde (1961). Utrecht: Ten Have; 2024.

28 Turner L, Neville AH, red. Frantz Fanon’s psychotherapeutic approaches to clinical work. Practicing internationally with marginalized communities. New York: Routledge; 2020.

29 Ben-Cheikh I. Psycho-education on racism. Psychiatry’s role and responsibility in dismantling institutional racism. Int J Soc Psychiatry 2020; 68: 239-43.

30 Lambert M, Lachal J, Mansouri M, e.a. Syndrome méditerranéen et monde médical français, un préjugé raciste encore actif. Un parallèle avec l’article sur le ‘syndrome nord-africain’ de Frantz Fanon. Rev Med Interne 2022; 43: 399-401.

31 Khalfa J. Fanon, psychiatre révolutionnaire. 2018. In: 3 p. 163-202.

32 De Jong JTVM. Culturele uitingsvormen van psychische aandoeningen. Tijdschr Psychiatr 2022; 64: 529-34.

33 Goozee H. Decolonizing trauma with Franz Fanon. Int Pol Sociol 2020; 15: 102-20.

34 Horton R. Offline: Frantz Fanon and the origins of global health. Lancet 2018; 392: 720.

35 Ali SH, Rose JR. The post-colonialist condition, suspicion, and social resistance during the West African Ebola epidemic: The importance of Frantz Fanon for global health. Soc Sci Med 2022; 305: 1150-66.

Download PDF
Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Auteurs

Jens De Vleminck, doctor in de wijsbegeerte en psychoanalyticus, faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, KU Leuven.

Correspondentie

Dr. Jens De Vleminck (jens.devleminck@kuleuven.be).

 

Geen strijdige belangen gemeld.

 

Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 26-1-2026.

Citeren

Tijdschr Psychiatr. 2026;68(04):247-250

Uitgave van de Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie waarin participeren de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie