De psychiater moet zich aanpassen: professionele ontwikkeling in een veranderende ggz-praktijk
Achtergrond De professionele werkelijkheid van de psychiater is complex en dynamisch en vraagt voortdurend om aanpassingen van de invulling van de eigen professionele rol.
Doel Komen tot een denkkader van professionele ontwikkeling in het licht van deze noodzaak tot professionele adaptatie.
Methode Literatuurstudie en conceptuele analyse.
Resultaten Professioneel adaptatievermogen krijgt vorm in het doorlopen van een adaptieve cyclus waarin men bekwaam raakt in professionele metacompetenties.
Conclusie Oefenen in professionele metacompetenties verdient aandacht in de opleiding tot psychiater; het landelijk opleidingsplan biedt hier mogelijkheden voor.
Psychiaters moeten zich in de uitoefening van hun vak voortdurend aanpassen aan veranderingen in het werkveld. Dit ‘levenslang leren’ gaat verder dan het op peil houden van kennis en kunde met bij- en nascholing.1,2 Niet alleen de state of the art van het vakgebied verandert, ook de context waarin ze werken, is voortdurend in beweging.
De maatschappelijke context verandert: technologische ontwikkelingen, verschuivingen in zorgvraag en -aanbod en de afstemming met aanpalende werkdomeinen vragen om aanpassingen in de inzet van de psychiater. Nieuwe ecologische, (geo)politieke en ideologische uitdagingen dwingen tot herbezinning op de positionering en legitimatie van het vakgebied. Dit geldt op macroniveau voor de professie als geheel, maar dringt onherroepelijk door tot het microniveau van de individuele psychiater: patiënten komen met andere vragen en verwachtingen, regionale samenwerkingsafspraken worden gewijzigd, organisatieveranderingen binnen de instelling hebben invloed op het werk, enzovoorts. Ook de persoonlijke context verandert: privéomstandigheden, life events en ervaringen op de werkvloer hebben impact op hoe je je professionele rol wilt en kunt vormgeven.
Hoe ga je als psychiater om met deze complexe dynamiek van de professionele werkelijkheid? Hoe blijf je goed invulling geven aan je professionele rol – voor je patiënten, voor het vakgebied in bredere zin en voor jezelf als (duurzaam inzetbare) professional? En hoe kunnen we artsen hierop voorbereiden tijdens de opleiding? In dit essay ga ik uit van de stelling dat wegkijken geen optie is; wie zich niet proactief aanpast, zal vroeg of laat in de knel komen in de uitoefening van het vak. De centrale vraag is dan: wat houdt doorlopende professionele ontwikkeling precies in, gegeven dat zowel de professionele rol van de psychiater als de persoonlijke invulling daarvan voortdurend aan verandering onderhevig is?
In dit essay presenteer ik een raamwerk voor professionele ontwikkeling dat recht probeert te doen aan deze voortdurende noodzaak tot adaptatie. Na een overzicht van de wetenschappelijke literatuur over zgn. ‘adaptieve expertise’ pleit ik voor een benadering van professionele ontwikkeling als het doorlopen van een adaptieve cyclus waarin je bekwaam raakt in professionele metacompetenties. Hierbij borduur ik voort op een model van medische professionaliteit dat ik eerder in dit tijdschrift heb beschreven.3,4 Tot slot volgen enkele aanbevelingen voor de aankomende evaluatie van het landelijk opleidingsplan (LOP).5
Adaptieve expertise
In de wetenschappelijke literatuur over adaptieve expertise staat het onderscheid met routine-expertise centraal. Routine-expertise heeft betrekking op het beheersen en uitvoeren van hoogwaardige procedures om efficiënt en accuraat te handelen in de beroepscontext. Adaptieve expertise veronderstelt routine-expertise, maar omvat daarbovenop het vermogen nieuwe oplossingen te ontwikkelen voor professionele problemen in veranderende omstandigheden.6-12 Het onderscheid werd ruim 40 jaar geleden geïntroduceerd in een artikel over de ontwikkeling van probleemoplossende vaardigheden bij kinderen.13 Sindsdien is het toegepast op allerlei domeinen, waaronder de gezondheidszorg. Uitgangspunt is de verwachting dat de toekomst van zorgberoepen steeds onvoorspelbaarder wordt.14 Zorgprofessionals zullen steeds vaker voor nieuwe en onverwachte uitdagingen komen te staan in de uitoefening van het vak. Methoden, procedures en zienswijzen die men eerder in de opleiding heeft geleerd, volstaan niet zonder meer in nieuwe contexten.
Wat kenmerkt de adaptieve professional? Adaptieve experts reageren anders op uitdagingen in hun werk dan routineuze experts. Problemen zijn niet slechts een uitnodiging om bestaande kennis toe te passen, maar ook een kans om nieuwe kennis te ontwikkelen, te innoveren en de praktijk te verbeteren.9 Dit adaptieve vermogen wordt in verband gebracht met een waaier aan individuele eigenschappen.6-10 Het is niet altijd duidelijk of genoemde factoren voorwaarden zijn voor of manifestaties van adaptieve expertise.10
Enerzijds gaat het over persoonlijkheidskenmerken (zoals openheid, emotionele stabiliteit en zorgvuldigheid), intelligentieniveau, cognitieve flexibiliteit, copingvaardigheden en self-efficacy. Anderzijds worden specifieke metacognitieve vaardigheden genoemd (zoals het zich actief verhouden tot het eigen leerproces en iteratief zoeken naar (dis)confirmatie van eigen hypothesen), goed ontwikkeld conceptueel inzicht in het werkdomein en een epistemische grondhouding gekenmerkt door kritische bescheidenheid, verdragen van onzekerheid en het omarmen van complexiteit in het werk.6-10 Dergelijke metacognitieve vaardigheden vinden we ook terug onder de noemer van ‘metacompetenties’. Met deze term worden overstijgende, ‘hogere-orde’-vaardigheden aangeduid die nodig zijn om (eerste-orde-, bijvoorbeeld medische) competenties adequaat uit te voeren. Het betreft het vermogen expertise in de juiste contexten te plaatsen en aan te passen op wat de specifieke situatie vraagt.15-18
Een veelgebruikt construct is de ‘optimal adaptability corridor’ (OAC); zie figuur 1.6,9,19 Hierin is adaptieve expertise weergegeven als efficiëntie in vakkundig handelen, gecombineerd met innovatiekracht (positie rechtsboven). De OAC is de veronderstelde optimale ontwikkelroute waarlangs een novice (laag efficiënt en weinig innovatief) zich ontwikkelt tot adaptieve expert. De stippellijnen geven alternatieve routes aan die suboptimaal of zelfs gevaarlijk kunnen zijn, zeker in de gezondheidszorg.
Figuur 1. De optimal adaptability corridor (OAC)

Mensen die in de opleiding slechts leren om bestaande methoden toe te passen volgens huidige professionele standaarden, lopen het risico vastgeroest te raken in hun professionele routines (positie rechtsonder). Vanuit die positie is het uiterst moeizaam je professionele handelen aan te passen als de context daarom vraagt. Daartegenover staat de persoon die zonder werkervaring de professionele praktijk radicaal omdenkt met creatieve, ‘out of the box’-ideeën in reactie op nieuwe uitdagingen (positie linksboven). Zulke innovatiekracht is van grote toegevoegde waarde voor de (g)gz, maar brengt ook risico’s met zich mee. Zonder kennis van zaken iets nieuws bedenken voor een complexe realiteit als de (g)gz is niet alleen inefficiënt (je leert niet van het verleden en zult het wiel opnieuw gaan uitvinden), maar kan ook, zeker in de directe patiëntenzorg, leiden tot wanpraktijken.
De OAC laat zien dat adaptieve professionele ontwikkeling zich voltrekt in een voortdurend spanningsveld. Enerzijds moet je je weg vinden in de bestaande professionele praktijk, de daarin vervatte kennis, methoden, procedures en veronderstelde concepten, normen en waarden. Anderzijds moet je leren hier niet te veel aan vast te houden en de bestaande praktijk, en de fundamenten waar ze op rust, ter discussie te stellen en waar nodig te veranderen. Hoe doe je dat?
Adaptieve expertise en professionele ontwikkeling
Het adequaat omgaan met dit spanningsveld vraagt om iets wat in de literatuur over adaptieve expertise onderbelicht blijft: de inbedding van expertise in de bredere professionele context. Het volgende model kan helpen om deze bredere professionele context in beeld te krijgen (zie figuur 2). Het identificeert en integreert drie dimensies van (medische) professionaliteit: als competentie, identiteit en omvattende normatieve praktijk.3
Figuur 2. Een gelaagd model van medische professionaliteit: als competentie, identiteit en collectieve praktijk3

Kernboodschap is dat medische professionaliteit méér is dan het lege artis toepassen van medische competenties. Expertise krijgt nadere invulling – raakt bezield als het ware – wanneer deze onderdeel wordt van een professionele identiteit waarin persoonlijke normen, waarden en leergeschiedenis geïntegreerd raken met de normen, waarden en denkkaders die het vak definiëren. Expertise krijgt pas een legitimerende richting – een nadere bestemming – wanneer deze professionele identiteit zich ontwikkelt in de bredere normatieve (ethische, juridische, economische en sociaal-politieke) context van het ‘sociale contract’ tussen de professie en de samenleving. Het sociale contract is een geheel van impliciete en expliciete afspraken dat uiting geeft aan de waarden, normen en overtuigingen van onze collectieve zorgpraktijk. Dit weerspiegelt het maatschappelijk goed dat het bestaansrecht van de professie bepaalt: waarom er een medische beroepsgroep is, met haar rechten en plichten, teneinde goede gezondheidszorg te realiseren in onze samenleving.20,21
Medische professionaliteit wordt hier dus niet opgevat als een (CanMEDS-)competentie náást andere competenties van de medisch expert, maar als een omvattender beroepsfenomeen dat zich manifesteert in de afstemming tussen deze beroepscompetenties, de persoonlijke invulling hiervan door de professional en de bredere normatieve context van de (g)gz.22
Dit model laat zien dat het niet zonder meer duidelijk is wat het betekent om ‘adaptief’ expertise toe te passen. Het beschreven onderzoek naar adaptieve expertise richt zich op 1. het aanpassen van je competenties om nieuwe problemen (met nieuwe technieken) op te lossen (de binnenste cirkel in figuur 2) , maar laat de eigen verhouding tot deze aanpassingen buiten beschouwing. Doorontwikkelen van expertise vraagt ook 2. om afstemming met de eigen identiteitsontwikkeling zodat je op authentieke en duurzame wijze je werk blijft doen en 3. oriëntatie op de bredere context van de instelling, de beroepsgroep en de maatschappij, zodat de invulling van je professionele handelen afgestemd blijft op het sociale contract. Wat te doen wanneer deze dimensies van professionaliteit met elkaar in conflict komen? Wanneer bijvoorbeeld het je (moeten) bekwamen in een nieuwe werkwijze ten koste gaat van je passie voor het werk, of wanneer dit haaks staat op wat andere betrokkenen in het zorgproces (op micro-, meso- en/of macroniveau) van je verwachten?
Professionele metacompetenties
Adaptieve expertise blijft stuurloos zonder een actieve, overstijgende oriëntatie op je eigen professionele identiteit en de bredere normatieve context van je werk. Deze oriëntatie is een manifestatie van specifieke metacompetenties die ik gemakshalve professionele metacompetenties noem: de overstijgende vaardigheden die nodig zijn om (eerste-orde-, medische) competenties zodanig vorm te geven dat ze afgestemd blijven op de gelaagde professionele realiteit van de zorgprofessional.
Professionele metacompetenties krijgen vorm in een adaptieve cyclus van professionele ontwikkeling: een iteratief proces waarin je experimenteert met en reflecteert op de invulling van je werk, gegeven de voortdurende dynamiek van het vak (zie figuur 3). Deze actieve oriëntatie op de invulling van de professionele rol leidt idealiter tot een (om)vorming van expertise die congruent raakt met en verdieping vindt in de eigen bezieling voor het werk en gericht blijft op het maatschappelijk goed dat de professie ten diepste legitimeert. Tegelijkertijd zal dit hoogstens van korte duur zijn: nieuwe veranderingen in elk van deze dimensies van professionaliteit geven een volgende impuls, vaak voordat iemand de cyclus volledig heeft doorlopen. De adaptieve cyclus komt nooit tot stilstand, maar kan wel tenderen richting een zekere professionele bestemming: een manier en inbedding van werken die passen bij wie je bent en wilt zijn als professional en voldoende toegevoegde waarde hebben voor het geheel van zorg waar je onderdeel van uitmaakt.
Figuur 3. De adaptieve cyclus van professionele ontwikkeling

Professionele metacompetenties omvatten de eerdergenoemde metacompetenties samenhangend met adaptieve expertise, maar vergen tevens een overstijgend bewustzijn van de persoonlijke en bredere normatieve context van deze expertise. Ze zijn als zodanig nog nauwelijks expliciet beschreven in de literatuur, maar komen wel impliciet aan bod, bijvoorbeeld als het gaat om leiderschap. Medisch/professioneel leiderschap – de vaardigheid om vanuit een overstijgende missie en visie samen met anderen tot verbetering van patiëntenzorg te komen – vergt immers een actieve en verbindende oriëntatie op het vakgebied en de rol van de professional, gegeven de bredere context van een zich veranderend zorglandschap.23
Ook persoonlijk leiderschap in professionele context, d.w.z. het vermogen sturing te geven aan de persoonlijke invulling van de professionele rol, vraagt in een veranderende werkomgeving om voortdurende oriëntatie op eigen normen en waarden in het licht van de beroepsuitoefening.24 Een ander voorbeeld is zgn. conceptuele competentie: het vermogen sensitief te raken voor de theoretische aannames van het vak en het weefsel van normen en waarden dat de zorgpraktijk vormgeeft.25,26 Deze vaardigheid is cruciaal om je proactief te verhouden tot verschuivende ethisch-relationele, sociaal-politieke en conceptuele fundamenten van het vak.
Aanbevelingen voor de opleiding
Een veelgehoorde opvatting is dat artsen in opleiding tot psychiater (aiossen) eerst ‘het vak moeten leren’, voordat ze zich gaan bezighouden met de achtergronden en bredere context van hun werk. Adaptieve expertise komt in de huidige opleiding psychiatrie nauwelijks aan bod, professionele metacompetenties evenmin. Dit is een groot gemis. Het ggz-landschap verandert in rap tempo; aiossen zullen hun expertise anders moeten gaan vormgeven dan ze geleerd hebben tijdens de opleiding. Zonder aandacht voor professioneel adaptatievermogen in de opleiding lopen ze het risico vast te lopen in de uitoefening van het vak.
De basis is echter al wel gelegd. Met het landelijk opleidingsplan psychiatrie heeft de NVvP zes jaar geleden de stap gezet het competentiegericht opleiden volgens CanMEDS in te delen langs drie leerlijnen: medische expertise, sociaal-maatschappelijke betrokkenheid en professionaliteit.5 Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat de psychiater de rol van medisch expert vervult in een bredere sociaal-maatschappelijke context en dat de afstemming hiermee aandacht behoeft in professionele vorming.3,4 Ik pleit ervoor om deze kerngedachte nader uit te werken in termen van het doorlopen van de adaptieve cyclus, zoals weergegeven in figuur 3.
Dit houdt méér in dan een invuloefening. Ten eerste zal men in leerlijn 1 (medische expertise) expliciet aandacht moeten besteden aan adaptieve expertise op de stageplek. Dit vraagt óók om bijscholing van supervisoren om aiossen hierin goed te begeleiden en overvraging te voorkomen. Professioneel adaptatievermogen wordt gestimuleerd in een leeromgeving die actief experimenteren met creatieve oplossingen in complexe situaties combineert met reflectie op bestaande kennis en kunde, om zo inzicht en zelfsturend leren te bevorderen. Supervisoren, mentoren en opleiders dragen een veilig en stimulerend leerklimaat uit, coachen opleidelingen en geven zelf het goede voorbeeld in het doorlopen van de adaptieve cyclus.10,12
Ten tweede zal het zich verhouden tot de (adaptieve) inzet van expertise structureel een plek moeten krijgen. De maatschappelijke opdrachten (leerlijn 2) zijn bij uitstek geschikt om aiossen de bredere sociaal-maatschappelijke context van het sociale contract te laten ervaren. Organiseer deze in afstemming met netwerkpartners en maak de verbinding met werkzaamheden op de stageplek, zodat de (om)vorming van expertise écht geïntegreerd raakt met dit sociaal-maatschappelijk perspectief. In het huidige opleidingsplan wordt professionaliteit (leerlijn 3) beschreven als het vermogen tot zelfreflectie en reflectie in relatie tot anderen en het zich eigen maken van professionele deugden als integriteit en bereidheid rekenschap af te leggen.5
Hoewel dit een mooie aanzet is, ontbreekt verdere concretisering, waardoor het in de praktijk een abstracte en weinig zelfbewuste exercitie blijft. Verbind dergelijke professionele metacompetenties daarom nadrukkelijk met leiderschap en thematiseer ze tegen de achtergrond van het doorlopen van de adaptieve cyclus. Het mentoraat heeft hier een belangrijke rol, door gaandeweg de vraag centraal te stellen hoe je als psychiater je rol wilt vervullen, gegeven je persoonlijke eigenschappen, omstandigheden en (morele) ambities en de sociaal-maatschappelijke uitdagingen van het vak.
Leiderschap vraagt tot slot ook om besef van de historische, theoretische en normatieve grondslagen van het vak en de vaardigheid de vertaalslag te maken naar de eigen werkcontext. Neem deze thema’s op in het onderwijs en werk ze uit in de maatschappelijke opdrachten. We moeten het opleidingscurriculum niet nóg voller maken. Dit vraagt echter niet om lastige keuzes, maar om creatieve integratie van de leerlijnen.
Conclusie
Psychiaters moeten zich in de uitoefening van hun vak voortdurend aanpassen aan veranderingen, zowel op vakinhoudelijk, als op persoonlijk, organisatorisch en sociaal-maatschappelijk vlak. Vreemd genoeg is hier weinig aandacht voor in de opleiding. In dit essay introduceer ik de adaptieve cyclus van professionele ontwikkeling als een doorlopende actieve oriëntatie op de eigen expertise in het licht van deze dynamische professionele werkelijkheid. Het succesvol doorlopen van deze cyclus vergt oefening in professionele metacompetenties, waar je niet vroeg genoeg in de opleiding mee kunt beginnen. De aankomende evaluatie van het landelijk opleidingsplan psychiatrie biedt kans om hier serieus mee aan de slag te gaan.
Literatuur
1 Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten. Handboek (her)registratie en herintreding. Utrecht: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst; 2024.
2. Duvivier RJ. Toekomstgerichte bij- en nascholing. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 567-8.
3 Strijbos DW. De professionaliteit van de psychiater: de blik naar binnen en naar buiten. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 544-7.
4 Strijbos DW. Professionele identiteitsvorming en deugden in de opleiding tot psychiater. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 395-8.
5 Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De psychiater: medisch expert, sociaal-maatschappelijk betrokken, professioneel. Opleidingsplan voor de psychiater. Utrecht: NVvP; 2020.
6 Schwartz DL, Bransford JD, Sears D. Efficiency and innovation in transfer. In: Mestre JP, red. Transfer of learning from a modern multidisciplinary perspective. Greenwich (CT): Information Age Publishing; 2005. p. 1-51.
7 Carbonell KB, Stalmeijer RE, Könings KD, e.a. How experts deal with novel situations: a review of adaptive expertise. Educ Res Rev 2014; 12: 14-29.
8 Woodruff JN. Accounting for complexity in medical education: a model of adaptive behaviour in medicine. Med Educ 2019; 53: 861-73.
9 Cupido N, Ross S, Lawrence K, e.a. Making sense of adaptive expertise for frontline clinical educators: a scoping review of definitions and strategies. Adv Health Sci Educ Theory Pract 2022; 27: 1213-43.
10 Pelgrim E, Hissink E, Bus L, e.a. Professionals’ adaptive expertise and adaptive performance in educational and workplace settings: an overview of reviews. Adv Health Sci Educ Theory Pract 2022; 27: 1245-63.
11 Chaukos D, Genus S, Mylopoulos M. Uncertainty in the clinic: the importance of adaptive expertise for dealing with complexity. Acad Psychiatry 2023; 47: 680-3.
12 Fluit L, Kuijer-Siebelink W, Nieuwenhuis L. Adapt at Work: eindrapportage. www.adaptatwork.nl
13 Hatano G, Inagaki K. Two courses of expertise. Res Clin Cent Child Dev 1984; 6: 27-36.
14 Susskind RE, Susskind D. The future of the professions: how technology will transform the work of human experts. Oxford: Oxford University Press; 2015.
15 Brown RB. Meta-competence: a recipe for reframing the competence debate. Personnel Rev 1993; 22: 25-36.
16 Bourantas D, Agapitou V. Leadership meta-competencies: discovering hidden virtues. Londen: Routledge; 2016.
17 Sheikhbahaeddinzadeh E, Ashktorab T, Ebadi A. Meta competency, prerequisites improving the postgraduate psychiatric nursing students’ clinical competency: a qualitative study. J Educ Health Promot 2025; 14: 207.
18 Zenk L, Pausits A, Brenner B, e.a. Meta-competences in complex environments: an interdisciplinary perspective. Think Skills Creat 2024; 53: 101515.
19 Pusic MV, Hall E, Billings H, e.a. Educating for adaptive expertise: case examples along the medical education continuum. Adv Health Sci Educ Theory Pract 2022; 27: 1171-89.
20 Cruess RL, Cruess SR. Expectations and obligations: professionalism and medicine’s social contract with society. Perspect Biol Med 2008; 51: 579-98.
21 Bhugra D. Medicine’s social contract. J R Soc Med 2024; 117: 102-3.
22 KNMG. Medische professionaliteit: KNMG Manifest. Utrecht: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. 2007.
23 Platform Medisch Leiderschap. Raamwerk medisch leiderschap. Enschede: Universiteit Twente & KNMG; 2015. www.platformmedischleiderschap.nl
24 Nijs M, Bueno de Musquita J. De essentie van leiderschap in de psychiatrie. Amsterdam: Boom; 2022.
25 Aftab A, Waterman GS. Conceptual competence in psychiatry: recommendations for education and training. Acad Psychiatry 2021; 45: 203-9.
26 Aftab A, Sadler JZ, Kious BM, e.a. Conceptual competence in psychiatric training: building a culture of conceptual inquiry. BJPsych Bull 2025; 49: 126-31.
Auteurs
Derek Strijbos, opleider psychiatrie en psychiater, Dimence Groep, Zwolle; bijzonder hoogleraar Filosofie in de ggz, faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, Radboud Universiteit, Nijmegen.
Correspondentie
Prof. dr. Derek Strijbos (d.strijbos@dimencegroep.nl).
Geen strijdige belangen gemeld.
Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 26-3-2026.
Citeren
Tijdschr Psychiatr. 2026;68(05):254-258