Methylfenidaat bij de stoornis in cocaïnegebruik
Voor de stoornis in cocaïnegebruik bestaat geen geregistreerde medicatie. Biso e.a. onderzochten in een review en meta-analyse het effect van methylfenidaat op craving naar en gebruik van cocaïne bij deze stoornis.1 Ze includeerden zowel gerandomiseerde (n = 8) als niet-gerandomiseerde (n = 12) studies, met grote heterogeniteit in studieopzet. In 4 studies werd in een laboratoriumsetting kortdurend methylfenidaat 0,5 mg/kg intraveneus gegeven. In 5 andere studies werd eenmalig 20 mg methylfenidaat oraal toegediend met een korte onderzoeksduur van één tot enkele dagen. In de overige studies was de onderzoeksduur 2 weken tot 7 maanden en de orale dosering 40-90 mg/dag.
In 7 onderzoeken was er geen verandering in craving en in 6 onderzoeken was er wel een significante afname, waarvan op 1 na in alle studies de deelnemers ook waren geclassificeerd met ADHD. In alle studies met intraveneus toegediende methylfenidaat nam de craving juist toe. In de 6 studies waarbij urinecontroles werden geanalyseerd, was er in slechts 1 studie een significante afname van cocaïnegebruik ten opzichte van placebo. 6 studies werden opgenomen in de meta-analyse: er was geen significant verschil in craving (n = 2; effect size: -0,33; p = 0,636) of gebruik van cocaïne middels urinecontrole (n = 4; effect size: 0,01; p = 0,933) ten opzichte van placebo.
De auteurs geven zelf al aan dat er grote heterogeniteit was in medicatiedoses en toedieningsvorm, studieduur en rapportage van de resultaten. Ook is het logisch dat bij intraveneuze toediening van methylfenidaat de craving toeneemt, gezien de snelle spiegelstijging en hogere piekconcentratie. Oraal werden er soms relatief lage doses methylfenidaat (20-90 mg/dag of 0,5-1,2 mg/kg/dag) voorgeschreven. Er zijn aanwijzingen dat bij patiënten met een stoornis in cocaïnegebruik en ADHD pas hogere doses methylfenidaat effectief zijn, gezien de opgebouwde tolerantie en dopaminerge downregulatie.2
Verder zie ik als nadeel dat ook in de meta-analyse 2 studies zijn opgenomen met een afwijkende opzet. In de ene studie werd eenmalig een lage dosis methylfenidaat (20 mg) gegeven en na 4 en 7 dagen geanalyseerd. In de andere studie met een onderzoeksduur van 21 dagen werd methylfenidaat gecombineerd met intraveneus toegediende cocaïne en werd primair bekeken hoe veilig dit was. Dit in tegenstelling tot de overige 4 studies met een klinische opzet en een onderzoeksduur van 6-14 weken. Voorts is het poolen van slechts 2 studies met de uitkomstmaat craving nauwelijks zinvol. Ten slotte is het vanuit klinisch perspectief een nadeel dat studies met andere stimulerende drugs of met voorgeschreven (lis)dexamfetamine niet werden geïncludeerd.
Uiteindelijk geeft deze review en meta-analyse niet meer duidelijkheid over de effectiviteit van methylfenidaat bij een stoornis in cocaïnegebruik en werd door de beperkingen in de methode onvoldoende bewijs gevonden om methylfenidaat voor te schrijven bij deze stoornis.
Literatuur
1 Biso L, Lebosi M, Bonaso M, e.a. Methylphenidate for the treatment of cocaine use disorder: A systematic review and meta-analysis. J Addict Med 2025 24: 10.1097.
2 Konstenius M, Jayaram-Lindström N, Guterstam J, e.a. Methylphenidate for attention deficit hyperactivity disorder and drug relapse in criminal offenders with substance dependence: a 24-week randomized placebo-controlled trial. Addiction 2014; 109: 440-9.
Auteurs
Arjen Neven, psychiater, Centrum Dubbele Problematiek Parnassia; opleider, Fivoor.
Correspondentie
Arjen Neven (a.neven@parnassia.nl).
Geen strijdige belangen gemeld.
Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 20-2-2026.
Citeren
Tijdschr Psychiatr. 2026;68(05):259-259