Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    Nieuwe artikelen Huidige nummer Vorige nummers Themanummers Boekbesprekingen
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Huidige nummer
    Nummer 3 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    3 / 2026

    Huidige nummer
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Artikelen
  3. Juryrapport publicatieprijs artsen in ople...
Juryrapport Publicatieprijs

Juryrapport publicatieprijs artsen in opleiding tot psychiater 2024-2025

R.M.C. Klaassen, D.S. Everaerd, M.J.A. Van Den Bossche, K. van Lith, P.F.P. van Eijndhoven

Goed wetenschappelijk onderzoek, constructieve kennisuitwisseling met en een passende vertaling naar de praktijk zijn belangrijk voor het vak van de psychiater. Nieuwsgierigheid, een belangrijke factor hierin, komt elke dag van pas op de werkvloer: als het klopt ontstaan er – deels individueel, deels in overleg met collega’s – hypotheses, nieuwe vragen op elk moment tijdens diagnostiek en behandeling van mensen met hun systeem eromheen tijdens ons werk in de psychiatrie. Het is vaak van grote waarde als dergelijke vragen en inzichten verder reiken dan de eigen ­werkvloer.

Stimulans voor publicaties door arts-assistenten

Vanuit de redactie van het Tijdschrift voor Psychiatrie willen we daarom deze nieuwsgierige houding met wetenschappelijke onderbouwing stimuleren, juist ook voor jonge collega’s, die soms nog aarzelen om zelf te schrijven. We doen dat op verschillende manieren. In de redactie van het Tijdschrift zitten structureel één of twee aios/ASO-redacteuren – zij zijn gepromoveerd of met promotieonderzoek bezig. De redactie wil hiermee aankomend psychiaters aanmoedigen te schrijven. Ook de jaarlijkse publicatieprijzen dragen hieraan bij.

Prijzen

Elk jaar worden drie prijzen van ieder € 750 uitgereikt voor artikelen gepubliceerd in het Tijdschrift voor Psychiatrie geschreven door een arts in opleiding tot psychiater.

Er zijn drie prijzen: voor wetenschappelijke kwaliteit, voor klinisch belang en voor originaliteit en taal. Daarmee is er ruimte voor verschillende soorten bijdragen. Ook dit jaar hebben aiossen/ASO’s en hun medeauteurs weer een scala aan onderwerpen onder de aandacht gebracht.

De prijzen werden dit jaar door de juryvoorzitter uitgereikt op het Voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie op donderdag 16 april 2026 tijdens de plenaire ochtendsessie.

Jury

Met veel plezier hebben we dit jaar als jury maar liefst 27 artikelen van artsen in opleiding tot psychiater doorgelezen. De jury bestond dit jaar uit twee leden van de redactie van het Tijdschrift voor Psychiatrie (Rianne Klaassen, voorzitter, en Daphne Everaerd), één lid van het bestuur van de Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie (Maarten Van Den Bossche) en twee leden van de Commissie Wetenschappelijke Activiteiten van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (Koen van Lith en Philip van Eijndhoven).

De juryleden beoordeelden de artikelen op de drie items: wetenschappelijke kwaliteit, klinisch belang en originaliteit en taal. Bij ieder item kon een artikel 0, 1, 2 of 3 punten verdienen.

Alle onafhankelijke scores van de 5 juryleden werden opgeteld en hieruit kwam een totaalscore naar voren. Juryleden die tevens medeauteur waren, scoorden het desbetreffende artikel niet mee. In het eropvolgende juryberaad bespraken we de top 10-artikelen en onderbouwden we de uiteindelijke keuzes.

Een artikel kon hierbij slechts in één categorie een prijs winnen.

Artikelen

In de periode september 2024 t/m augustus 2025 waren er 14 Vlaamse en 13 Nederlandse inzendingen; de onderverdeling in soort artikelen vindt u in tabel 1.

 

Tabel 1. Aantal publicaties met een aios/ASO uit Nederland en België als eerste auteur, september 2024 t/m augustus 2025

Categorie

Nederland

België

Totaal

Onderzoeksartikel

4

2

6

Overzichtsartikel

2

3

5

Klinische Praktijk

5

8

13

Essay

2

1

3

 

Eervolle vermeldingen

Dit jaar was het niveau uitzonderlijk hoog en er waren meer gegadigden voor een prijs, waarbij we nog twee aiossen/ASO’s en hun artikel eervol willen vermelden.

Gosse Mol voor het artikel ‘ECT bij patiënten met diepe hersenstimulatie: de eerste Nederlandse casuïstiek’.1 Dit artikel beschrijft twee zeldzame casussen van ECT bij DBS. De jury waardeert het academisch gehalte en de relevantie voor een kleine groep patiënten. De jury merkt op dat het artikel vooral aangeeft dat ECT bij DBS mogelijk is. De auteurs formuleren concrete adviezen die klinisch toepasbaar zijn. Het artikel krijgt een eervolle vermelding vanwege de originaliteit en het feit dat het een zeldzaam onderwerp betreft.

Paul Van Haren en Jakob van Gaalen voor het artikel ‘Afbouwen van psychofarmaca: een kritisch overzicht van de wetenschappelijke evidentie’.2 Deze review is gebaseerd op internationaal gepubliceerde consensus. Het is grotendeels een samenvatting van eerder internationaal gepubliceerd werk. De jury vindt het artikel goed uitgevoerd en klinisch relevant, waardoor het een eervolle vermelding verdient.

Prijs voor wetenschappelijke kwaliteit

In de categorie wetenschappelijke kwaliteit gaat de prijs naar Wolf Pörtzgen voor het overzichtsartikel: ‘Geen respons bij herstarten zelfde middel: tachyfylaxie bij psychofarmaca’.3

Pörtzgen en collega’s beschrijven helder de praktijk om bij een recidiefepisode een psychofarmacon voor te schrijven dat eerder succesvol was en tegelijkertijd het dilemma van tachyfylaxie: een mindere werkzaamheid van ditzelfde middel. Zij voeren een degelijke scoping review volgens de PRISMA-ScR-richtlijnen uit voor stemmingsstabilisatoren, antidepressiva en antipsychotica en concluderen dat het risico op tachy­fylaxie, ook al komt het slechts bij een minderheid van de patiënten voor, meegewogen moet worden bij de (her)start van psychofarmaca, maar ook bij de afbouw van medicatie. Bij het starten van een behandeling moet de clinicus dus ook al anticiperen op het beloop op lange termijn.

De jury vindt het artikel goed geschreven, actueel en relevant voor de dagelijkse praktijk. De wetenschappelijke kwaliteit is hoog door de systematische aanpak en het leidt tot duidelijke aanbevelingen.

Wolf Pörtzgen was destijds arts in opleiding tot psychiater bij Parnassia Noord-Holland en Amsterdam UMC, Vrije Universiteit, afd. Psychiatrie, Amsterdam. Hij is thans werkzaam als aios, profilering kinder- en jeugdpsychiatrie bij Levvel, Amsterdam.

Prijs voor klinisch belang

De prijs voor klinisch belang gaat naar Indra Ausloos en Tom Vanbrabant voor hun artikel ‘Mentaal welzijn na behandeling met elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor bij eindstadium mucoviscidose’.4

Mucoviscidose, ook wel taaislijmziekte of cystic fibrosis, is de meest voorkomende levensbedreigende genetische aandoening, die tot recent alleen symptomatisch, dan wel met een ingrijpende longtransplantatie, behandeld kon worden. Sinds enkele jaren is er een behandeling (elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor) die ingrijpt op het onderliggende ziekteproces. Ausloos, Vanbrabant en collega’s onderzochten 27 patiënten met eindstadium van mucoviscidose die deze nieuwe behandeling ondergingen en vonden bij allen een duidelijke, significante fysieke verbetering. Echter, bij ongeveer een derde ging die verbetering gepaard met ernstige psychiatrische klachten (nieuw of verergerd), waaronder depressie, suïcidaliteit en manie.

De studie levert een belangrijke en vernieuwende bijdrage aan de ziekenhuispsychiatrie. Uniek aan deze studie is dat de auteurs als een van de eersten systematisch onderzoeken wat de psychiatrische consequenties zijn van een medische doorbraakbehandeling bij een uiterst kwetsbare patiëntengroep in het eindstadium van mucoviscidose. Met een zorgvuldig uitgevoerde mixed-methodsopzet combineren de auteurs kwantitatieve klinische gegevens met kwalitatieve interviews, waardoor zowel de frequentie als de betekenis van mentale veranderingen zichtbaar wordt.

De studie maakt duidelijk dat (spectaculaire) somatische verbetering niet automatisch samenvalt met psychisch herstel, maar juist kan leiden tot nieuwe vormen van ontregeling, identiteitsvragen en existentiële onzekerheid. Door inzicht te geven in deze psychologische mechanismen biedt het artikel unieke handvatten en een sterk pleidooi voor proactieve, geïntegreerde multidisciplinaire zorg bij somatische innovaties.

Indra Ausloos en Tom Vanbrabant waren destijds arts in opleiding tot psychiater bij het Universitair Ziekenhuis te Leuven. Indra is nu werkzaam als psychiater in het regionaal ziekenhuis Heilig Hart in Tienen, Tom als zorgpsychiater in de gevangenis van Antwerpen.

Prijs voor taal en originaliteit

In de categorie taal en originaliteit gaat de prijs dit jaar naar Ray Madaran voor het artikel ‘Barrières en faciliterende factoren bij het zoeken van mentale hulp voor jongeren in Suriname’.5

Dit artikel behandelt een maatschappelijk en klinisch uiterst relevant onderwerp binnen de uitdagende en onderbelichte context van de kinder- en jeugdpsychiatrie in Suriname. Tegen de achtergrond van mentale problemen bij jongeren wereldwijd benadrukken Madaran en collega’s dat dit met name is onderzocht in geïndustrialiseerde landen. Hun doel was inzicht te verkrijgen in hulpzoekende jongeren in Suriname, waartoe zij op basis van diepte-interviews bij jongeren in Paramaribo en Wanica een thematische analyse hebben gedaan.

Madaran en medeauteurs onderscheiden zich door het creatieve gebruik van peer-interviews, wat bijgedragen heeft aan openheid bij de deelnemers en heeft geleid tot verrassende en zeer relevante bevindingen. Met name de identificatie van taalbegrip als belangrijke barrière voor het zoeken naar mentale hulp biedt een vernieuwend en contextgevoelig inzicht dat directe implicaties heeft voor praktijk en beleid. De studie combineert wetenschappelijke zorgvuldigheid met culturele sensitiviteit.

Ray Madaran was destijds arts in opleiding tot kinder- en jeugdpsychiater bij Levvel, Amsterdam. Thans is hij werkzaam als kinder- en jeugdpsychiater verbonden aan het Psychiatrisch Centrum Suriname.

Tot slot

De redactie en de jury waren onder de indruk van zowel het grote aantal artikelen van aiossen/ASO’s als de hoge kwaliteit. We prijzen de inzet van alle aiossen/ASO’s om een artikel te publiceren, en hopen dat de prijs anderen aanmoedigt om ook wetenschappelijke artikelen te schrijven. We feliciteren de prijswinnaars en hun medeauteurs.

Literatuur

1 Mol GJJ, Goedemans T, Rutten S, e.a. ECT bij patiënten met diepe hersenstimulatie: de eerste Nederlandse casuïstiek. Tijdschr Psychiatr 2025; 67: 291-5.

2 van Haaren PCF, van Gaalen JM, Kupka RW, e.a. Afbouwen van psychofarmaca: een kritisch overzicht van de wetenschappelijke evidentie. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 603-10.

3 Pörtzgen W, Batelaan NM, van Bergen A, e.a. Geen respons bij herstarten zelfde middel: tachyfylaxie bij psychofarmaca. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 537-43.

4 Ausloos I, Vanbrabant T, Paeps M, e.a. Mentaal welzijn na behandeling met elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor bij eindstadium van mucoviscidose. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 579-85.

5 Madaran RNA, Leijdesdorff SMJ, Lumsden VJF, e.a. Barrières en faciliterende factoren bij het zoeken van mentale hulp voor jongeren in Suriname. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 516-21.

Download PDF
Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Auteurs

Rianne Klaassen, kinder- en jeugdpsychiater en opleider, Levvel, Amsterdam; medeoprichter www.ease.nl.

Daphne Everaerd, (ouderen)psychiater en opleider psychiatrie, afd. Psychiatrie, Radboudumc Nijmegen.

Maarten Van Den Bossche, psychiater, afd. Ouderen- en Neuropsychiatrie, UPC KU Leuven; hoofddocent, Center for Neuropsychiatry, Onderzoeksgroep Psychiatrie, Departement Neurowetenschappen, Leuven Brain Institute, KU Leuven.

Koen van Lith, kinder- en jeugdpsychiater, Parlan Jeugdzorg, Alkmaar, lid Commissie Wetenschappelijke Activiteiten (CWA) van de NVvP.

Philip van Eijndhoven, psychiater en plaatsvervangend opleider psychiatrie, afd. psychiatrie, Radboudumc Nijmegen, lid CWA van de NVvP.

Correspondentie

Dr. Rianne Klaassen (r.klaassen@levvel.nl).

 

Geen strijdige belangen gemeld.

 

Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 4-2-2026.

Citeren

Tijdschr Psychiatr. 2026;68(04):158-160

Uitgave van de Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie waarin participeren de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie