Mentalization-based treatment bij de antisociale-persoonlijkheidsstoornis: een RCT onder daders met een proeftijd
Waarom dit onderzoek?
Het risico op delinquent gedrag en recidive is hoger bij mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis. Er werd echter weinig onderzoek gedaan naar het behandelen van deze doelgroep wegens een historische scepsis over de behandelbaarheid. Dit terwijl bekend is dat mentalization-based treatment (MBT) voor antisociale-persoonlijkheidsproblematiek bij een populatie die niet per se reeds in aanraking is gekomen met justitie, effectief kan zijn door een verbetering in het mentaliserend vermogen. In een gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT) onderzochten Fonagy e.a. de effectiviteit van MBT bij daders met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis.1
Onderzoeksvraag
Hoe effectief is MBT, vergeleken met alleen de gebruikelijke proeftijd, in het verminderen van agressief gedrag bij daders met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis?
Hoe werd dit onderzocht?
Na een uitgebreid screeningsproces in Engeland en Wales werden 313 mannen van 21 jaar en ouder met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis, in hun proeftijdperiode na veroordeling voor een misdrijf, gerandomiseerd. Vervolgens werden zij geblindeerd toegewezen aan een groep die MBT gericht op behandeling van deze persoonlijkheidsstoornis kreeg aangeboden naast de gebruikelijke proeftijdfollow-up óf aan een controlegroep met alleen de gebruikelijke proeftijdfollow-up. De behandelgroep nam 12 maanden deel aan wekelijkse groepssessies en maandelijkse individuele sessies. De primaire uitkomstmaat was de Overt Agression Scale-Modified (OAS-M), een agressiemeetinstrument afgenomen 12 maanden na de start. Als secundaire uitkomstmaten werden onder meer verschillende agressieschalen afgenomen. Ook werd opnieuw diagnostiek verricht naar de antisociale-persoonlijkheidsstoornis, andere psychiatrische stoornissen, het mentaliserend vermogen en recidive. Dataverzameling vond plaats door een team van ‘traditionele’ onderzoekers en onderzoekers met ervaringsdeskundigheid. De gegevens werden geanalyseerd volgens het intention-to-treatprincipe met een lineair mixed-effectsmodel, gecorrigeerd voor aanvangskenmerken en met gedurende 2 jaar elke 3 maanden follow-upmetingen.
Belangrijkste resultaten
Na 12 maanden was het voorkomen van agressie in de behandelgroep gemiddeld 50% lager dan in de controlegroep (gemiddelde OAS-M-score 90 versus 186). Deze reductie bleef zichtbaar na 18, maar niet na 24 maanden. Secundaire uitkomstmaten waren op de langere termijn wel positief: MBT-deelname werd geassocieerd met symptoomreductie van de antisociale-persoonlijkheidsstoornis na 12 en 24 maanden, en met recidivereductie na 36 maanden.
Hoe zal dit onderzoek ons vak veranderen?
Deze RCT wijst erop dat MBT bij een antisociale-persoonlijkheidsstoornis kan leiden tot vermindering van agressie en recidiverisico. Dit moedigt aan om therapie in te zetten bij daders met deze persoonlijkheidsstoornis. Het roept ook op om na te denken over de bredere inzet van psychotherapie (zoals MBT) binnen de forensisch psychiatrische doelgroep, zowel in verplicht als in vrijwillig kader.
Literatuur
1 Fonagy P, Simes E, Yirmiya K, e.a. Mentalisation-based treatment for antisocial personality disorder in males convicted of an offence on community probation in England and Wales (Mentalization for Offending Adult Males, MOAM): a multicentre, assessor-blinded, randomised controlled trial. Lancet Psychiatry 2025; 12: 208-19.
Auteurs
Elise Wuyts
Louise Smallenburg
E-mail: elise.wuyts@uantwerpen.be

Deze rubriek komt tot stand in samenwerking met De Jonge Psychiater
Citeren
Tijdschr Psychiatr. 2025;67(10):50-50