Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    New articles Current issue Previous issues Special issues Book reviews
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Current issue
    Nummer 7 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    7 / 2026

    Current issue
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Latest issue
  3. Individual and professional factors associ...
Review

Individual and professional factors associated with burnout symptoms among psychiatrists

A. Mergaert, L. Godderis, C. Bervoets
Previous article Next article

Background Burnout is a work-related syndrome characterized by emotional exhaustion, depersonalization and reduced personal accomplishment, but there a clear-cut definition is lacking. The prevalence of burnout among psychiatrists ranges from 2.2% to 72.6%; however, research on underlying factors is rather limited and reported inconsistently in the literature.

Aim To identify individual and work-related factors associated with burnout symptoms among psychiatrists.

Method A systematic review was conducted in according to PRISMA guidelines in PubMed, Embase and Web of Science. Empirical studies investigating associations between individual and professional factors and burnout symptoms among psychiatrists using validated measurement instruments were included.

Results 25 studies were included. Higher burnout scores were associated with the following individual factors: psychological distress, maladaptive coping, certain personality traits and sluggish cognitive tempo. Work-related factors included: unfavorable work context and climate, work stress, high workload, poor work-life balance, unsafe conditions, violence, clinical and relational patient factors, lack of autonomy, lack of recognition, limited support and poor professional relationships. Protective factors included: adaptive coping, extracurricular activities, supportive relationships, positive work conditions, job satisfaction, positive work attitude, favorable job content, holidays and fair treatment. The reported prevalences and associations varied widely across studies.

Conclusion Higher burnout scores among psychiatrists are associated with a broad, heterogeneous and nonspecific interplay of individual and work-related factors. Interpretation is complicated by methodological heterogeneity and variation in operationalization. Future research requires a more consistent conceptualization and operationalization of the concept of burnout.

Burn-out werd voor het eerst beschreven in 1974 als een psychologisch syndroom bij medische professionals, gekenmerkt door werkgerelateerde mentale en fysieke uitputting door chronische interpersoonlijke stressoren op de werkvloer.1-3 Burn-out wordt doorgaans gedefinieerd als een werkgerelateerd fenomeen met drie kerncomponenten: emotionele uitputting (EE; overbelasting en energieverlies), depersonalisatie (DP; een cynische en afstandelijke houding ten opzichte van werk) en verminderde persoonlijke bekwaamheid (PA; verminderde professionele effectiviteit).4-6 Ondanks deze beschrijving ontbreekt een eenduidige, universeel aanvaarde definitie.7-9

Hoewel burn-out overlappende kenmerken vertoont met depressie, zoals uitputting, anhedonie, amotivatie en concentratieproblemen, verschillen beide conceptueel. Burn-out is niet opgenomen in de DSM-5, maar is sinds 2019 wel door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) opgenomen in de ICD-11 als een syndroom dat voortkomt uit chronische werkstress. Depressie daarentegen wordt erkend als een medische aandoening, meer specifiek een stemmingsstoornis.5,6,10,-12 Tot op heden blijft de term burn-out, evenals de overlap met depressie, controversieel in de wetenschappelijke literatuur.7,8

Artsen worden beschouwd als een kwetsbare groep voor het krijgen van burn-out. Het betreft een actueel en internationaal veelbesproken thema dat steeds meer aandacht krijgt. Hoewel nationale studies suggereren dat burn-outklachten bij artsen epidemische proporties bereiken, laten systematische onderzoeken zien dat de gerapporteerde cijfers sterk uiteenlopen, van 0 tot 80,5%.13-15 De prevalentie van EE, DP en verminderde PA varieerde respectievelijk van 0 tot 86,2%, 0 tot 89,9% en 0 tot 87,1%.15 Ook bij psychiaters tonen internationale studies uiteenlopende prevalentiecijfers, van 2,2 tot 72,6%.16-18

Deze verschillen worden verklaard door heterogeniteit in definities, meetmethoden en afkapwaarden. Dit wijst op een gebrek aan consensus over gevalideerde criteria en diagnostische afbakening in de literatuur, waardoor voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie van deze cijfers.7,9,12,15

Frequent gebruikte, erkende en betrouwbare meetinstrumenten zijn de Maslach Burnout Inventory (MBI), met subdomeinen EE, DP en PA, de Oldenburg Burnout Inventory (OLBI), de Link Burnout Questionnaire (LBQ) en de Copenhagen Burnout Inventory (CBI). In de literatuur wordt burn-out vaak geoperationaliseerd als een concept dat wordt gemeten via dergelijke gevalideerde zelfrapportagevragenlijsten en niet als een klinische diagnose.9,12,19-22

Wat betreft determinanten van burn-out is er uitgebreid bewijs voor verbanden met werkgerelateerde factoren, die doorgaans worden geconceptualiseerd als taakeisen (zoals werkdruk) en hulpbronnen (zoals sociale steun) of binnen het model van inspanning-beloningdisbalans (effort-reward imbalance model).12,23-25 Bij artsen worden onder andere hoge werkdruk en de voortdurende confrontatie met morbiditeit en mortaliteit beschreven als risicofactoren.19,26

Binnen deze groep vormen psychiaters een specifieke kwetsbare doelgroep door uitdagingen zoals het omgaan met patiënten met agressiviteit en suïcidaliteit, de vereiste emotionele betrokkenheid, bepaalde persoonlijkheidskenmerken en het stigma rond psychische kwetsbaarheid. Desondanks is onderzoek naar onderliggende factoren en hun samenhang nogal beperkt en heterogeen gerapporteerd in de literatuur.17,19,27

Met deze systematische review willen wij zowel werkgerelateerde als individuele factoren identificeren die geassocieerd zijn met burn-outklachten bij psychiaters.

METHODE

Zoekstrategie

Wij verrichtten een systematisch literatuuronderzoek in PubMed (MEDLINE), Embase en Web of Science Core Collection. De laatste zoekopdracht werd uitgevoerd op 22 februari 2026. Het protocol van deze systematische review werd opgesteld conform de richtlijnen van de Preferred Reporting Items for Systematic reviews and Meta-Analyses (PRISMA) 2020. Voor deze studie was geen goedkeuring van een ethische commissie vereist. Hoewel geen registratie in PROSPERO plaatsvond, gingen we wel na of er lopende of geregistreerde beoordelingen bestonden.

Voor het literatuuronderzoek maakten wij gebruik van gecontroleerde trefwoorden (MeSH- en Emtree-termen) en vrije zoektermen, waaronder auteurssleutelwoorden en woorden uit titel en abstract. De kernzoektermen voor de drie databanken waren burnout en psychiatrist. Gezien het probleem van de operationalisatie van het concept burn-out binnen de wetenschappelijke literatuur, namen we de belangrijkste meetinstrumenten en burn-outsubschalen ook op in de verfijnde zoekstrategieën per databank (onlinetabel 1).

Selectie van studies

Wij includeerden artikelen waarin men factoren onderzocht geassocieerd met burn-outklachten bij psychiaters. De inclusiecriteria waren: 1. empirische studies met een kwantitatief en/of kwalitatief onderzoeksdesign; 2. expliciete analyse van factoren die samenhangen met burn-outklachten bij psychiaters; 3. identificatie van burn-outklachten via een erkend, betrouwbaar en gevalideerd burn-outinstrument zoals de MBI; 4. een steekproefgrootte van minimaal 20 psychiaters bij kwantitatieve studies; en 5. een responspercentage van meer dan 20%. Artikelen werden geëxcludeerd indien 1. het reviews waren; 2. men factoren onderzocht die niet specifiek betrekking hadden op psychiaters; 3. de studie een steekproef omvatte die voor meer dan 50% bestond uit psychiaters in opleiding; 4. men burn-outklachten niet vaststelde met een erkend en betrouwbaar meetinstrument; of 5. de studie niet in het Engels was gepubliceerd.

RESULTATEN

Geïncludeerde studies

Het systematische literatuuronderzoek, uitgevoerd conform de PRISMA-richtlijnen, resulteerde in 1108 unieke artikelen. Na screening van titels en abstracts selecteerden we 212 publicaties voor volledige tekstanalyse en kwaliteitsbeoordeling. Figuur 1 toont het PRISMA-stroomdiagram. Uiteindelijk voldeden 25 artikelen aan de inclusiecriteria. Deze namen we op in de kwalitatieve synthese en we bespreken ze systematisch in de resultaten.18,28-51

 

Figuur 1. PRISMA-stroomdiagram

 

Kenmerken van geïncludeerde studies

De geïdentificeerde studies betroffen 1 longitudinale en 24 crosssectionele studies, waarvan 1 kwalitatief, 22 kwantitatief en 1 gemengd. De steekproefkenmerken, meetinstrumenten, prevalenties en geassocieerde factoren vatten we per artikel samen in onlinetabel 2. Deze factoren worden ingedeeld als risicovol of beschermend. Bij elke factor rapporteren we of deze verband houdt met totale burn-outscores of met subdomeinscores en vermelden we de p-waarde van de associatie indien deze beschikbaar was.

Gebruikte metingen en schalen

In kwantitatieve studies werd blootstelling gemeten via zelfrapportage met gestandaardiseerde of niet-gestandaardiseerde vragenlijsten over sociodemografie, werk, werktevredenheid, persoonlijkheid, coping, cognitie, sociale steun en stress.18,28-39,41-51 De kwalitatieve studie gebruikte semigestructureerde interviews.40 Burn-outklachten werden in 20 studies gemeten met de MBI inclusief varianten.18,30,31,33,35-46,48-51 In 5 studies werden andere gevalideerde instrumenten gebruikt, namelijk 1 maal de OLBI en 4 maal de CBI.28,29,32,34,47

Prevalentie

In 7 geïncludeerde studies, waarvan men bij 3 gebruikmaakte van meetinstrument MBI (of variant), bij 1 van OLBI en bij 3 van CBI, rapporteerde men prevalentiecijfers voor totale burn-outscores. De prevalenties varieerden van 38,4 tot 60,0% met een uitschieter tot 78% afhankelijk van de afkapwaarde.28,32,34,38,45,47,49 In 4 studies rapporteerde men gemiddelde totaalscores, variërend van 31,7 tot 52,6.28,30,47,51 Deze vielen doorgaans in het matige bereik, met enkele hogere waarden.

In 9 studies onderzocht men de prevalentie van de MBI-domeinen, met een heterogene spreiding. Voor EE varieerde de prevalentie van de hoge scores van 21 tot 59%. Voor DP lag dit tussen 12,2 en 39% en voor PA, waarbij lagere scores wijzen op ernstigere burn-outklachten, tussen 11,5 en 43,9%.31,32,35,42-44,46,49,50 De gemiddelde domeinscores varieerden eveneens: EE 18,9 tot 31,3, DP 4,6 tot 11,4 en PA 14,9 tot 37,4.30,31,33,37,41,43,44,46,48,51 Gemiddeld lag EE in de matige tot hoge range, DP in de lage tot matige range, en PA in de matige range met duidelijke variabiliteit tussen studies.

Deze prevalentiecijfers worden echter in sterke mate beïnvloed door de gebruikte meetinstrumenten, afkapwaarden, subschalen en operationalisaties van het burn-outconcept.

Factoren

In onlinetabel 2 worden de individuele en werkgerelateerde factoren weergegeven die geassocieerd zijn met burn-out(domein)scores. Hoewel de gevonden associaties statistisch significant zijn, zijn de effectgroottes over het algemeen beperkt.18,28-51

Individuele factoren

Demografische factoren

Verschillende studies rapporteerden een associatie tussen hogere leeftijd en lagere burn-out(domein-)scores.18,28-30,37,50 In andere studies vond men geen significant verband.31-34,36,38,46,49,51 In meerdere studies bleek meer ervaring geassocieerd met minder burn-outklachten.29-31,50 Daarentegen werden hogere burn-out(domein)scores gevonden voor 11-20 jaar en ≥ 4 jaar ervaring.32,49 In meerdere studies vond men geen significante relatie.18,33,34,36,45,46,51 In 4 studies koppelde men vrouwelijk geslacht aan hogere scores op burn-outschalen.28-32 Twee studies rapporteerden mannelijk geslacht als risicofactor voor burn-outklachten,35,49 maar in de meerderheid vond men geen significant verband voor ­geslacht.18,30,33,36-38,46,48,51 Getrouwd zijn of een relatie hebben werd geassocieerd met meer persoonlijke bekwaamheid en minder emotionele uitputting.46,48 Het hebben van meerdere kinderen correleerde met minder depersonalisatie, terwijl meer emotionele uitputting werd gevonden bij alleenstaande psychiaters met kinderen.31,33 Er werden vaak geen significante verbanden gevonden voor burgerlijke staat, werkende echtgenoot, aantal kinderen of familiale omstandigheden.30,33-36,46,48,49,51

Psychologische factoren

Stress, zelfgerapporteerde depressie en gebruik van anxiolytica en sedativa correleerden met hogere burn-out(domein)scores.34,37,38,41,45 Persoonlijkheidskenmerken perfectionisme, compulsiviteit en neuroticisme waren geassocieerd met hogere scores op burn-outschalen, terwijl zorgvuldigheid verband hield met meer persoonlijke bekwaamdheid.40,41 Loopbaanadaptabiliteit was geassocieerd met lagere burn-outscores.51 Vermijdende en emotiegerichte coping correleerden met een hoger risico op burn-outklachten, terwijl proactieve en taakgerichte coping en emotionele steun zoeken beschermende factoren bleken.33,41 Cognitieve traagheid was geassocieerd met hogere burn-out(domein)scores.30

Extracurriculaire activiteiten en steun

Mensen die niet aan lichaamsbeweging deden, hadden hogere burn-outscores.34 Extracurriculaire interesses en activiteiten correleerden met minder emotionele uitputting.40 Sociale steun en goede relaties buiten het werk beschermden tegen burn-outklachten,33-35,40,45 wat in één studie niet als significant bevestigd werd.46

Werkgerelateerde factoren

Werkcontext en -klimaat

Werkplekstress, maatschappelijke druk en zorgverwachtingen, veranderende neurowetenschap en richtlijnen en gebrek aan vertrouwen in management en overheid, bleken geassocieerd met hogere totale burn-outscores.29,47 Lange reistijd, gebrekkige administratieve ondersteuning, opgelegde administratieve veranderingen, chronisch personeelstekort en ontoereikende middelen waren gecorreleerd met meer emotionele uitputting.36,37,40,42 Eén studie vond geen significant verband voor middelenvoorziening.47 Waardig werk en goede werksfeer bleken geassocieerd met lagere burn-out(domein)scores.29,51 Er leek geen verschil te zijn in burn-outklachten bij psychiaters die fulltime of parttime werken.28,32,36,37 Bepaalde werksettings (ziekenhuis-, gemeenschaps-, overheidsinstelling, psychiatrische opnameafdeling en zorginstelling) bleken geassocieerd met hogere burn-outscores dan andere settings (polikliniek, academisch, multidisciplinair en privésector).28,29,50 Meerdere onderzoeken vonden geen significant verband voor werksetting.30,33,36,45,46,47

Werkinhoud

Afwezigheid van spoeddiensten, belang van de taak, taakidentiteit, variatie in vaardigheden, voldoende tijd naast patiëntenzorg en tijd voor direct patiëntcontact, huisbezoek en uitdagingen zoals onderzoek, studie en audit, bleken beschermende factoren gecorreleerd met burn-outsubdomeinen.36,37,40,43,50 Tijd besteed aan lesgeven was geassocieerd met minder persoonlijke effectiviteit.36 Meer psychotherapeutische begeleiding was gecorreleerd met minder emotionele uitputting en depersonalisatie, maar deze correlatie was in een ander onderzoek niet duidelijk aanwezig.30,45

Werkbelasting

In een aantal studies kon hoge werkbelasting (werk­intensiteit- en druk, wachtdiensten, klinische taken, administratieve druk, emotionele eisen en waardeconflict) wel in verband worden gebracht met hogere burn-out(domein)scores,29,30,32,33,35,36,39,40,46,48,49 maar in een aantal studies niet.28-30,35,38,41,44,46 Een slechtere werk-privébalans (weinig vakantie, vrije weekends of vrije nachten en impact van werk op privéleven) was geassocieerd met hogere burn-out(domein)scores.34,35,40,46,48

Werkattitude

Werktevredenheid, positieve werkhouding en werkplezier correleerden met lagere burnout(domein-)scores.18,31,33-35,39,40,44,49,51 In één onderzoek bleek dit verband voor werktevredenheid niet significant.46 Werkbetrokkenheid, werkstress en de intentie om van baan te veranderen bleken risicofactoren voor burn-outklachten.37,38,41,47

Patiëntgerelateerde factoren

Dreiging van geweld, onveiligheid en behandeling van schizofrenie/psychose, patiënten bij wie men dacht aan simulatie en veeleisende patiënten en families leken hogere burn-outdomeinscores te geven.29,32,36,38,44 Behandeling van patiënten met bipolaire of andere stemmingsstoornissen en van mensen die beter werden daarentegen gaven lagere scores.29,36 In verschillende studies vond men geen significante verbanden voor relatie met patiënten of families, chronisch zieke patiënten en suïcide van patiënten.18,29,32,33

Autonomie, functiestatus en erkenning

Gebrek aan controle over werk en planning, gebrek aan autonomie en verantwoordelijkheid zonder evenredige controle waren geassocieerd met hogere burn-out(domein)scores.28,32,36,40,43 In één studie vond men geen significante correlatie voor overmatige verantwoordelijkheid.44 Een niet-leidinggevende rol ging samen met een hogere totale burn-outscore, terwijl een professionele titel op intermediair of senior niveau lagere scores gaf.45,49 Voor afdelingshoofd, loopbaanfase, specialisatiestatus, kwalificatie, psychiatrisch subspecialisme of opleidingsniveau werden geen significante verbanden gevonden.28-31,33,34,38,46,48,49,51 Gebrek aan appreciatie en erkenning van collega’s, onderbenutting van talent, mismatch tussen talent en verdiensten en lage beloning waren gecorreleerd met hogere burn-out(domein)scores.34,39 Maandelijks inkomen, promotie en een eerlijke behandeling waren geassocieerd met lagere burn-out(domein)scores.30,35,36 Sommige studies vonden geen significant verband voor inkomen.45,49

Professionele steun en relaties

Ondersteunende relaties met collega’s, managers en senioren, goede samenwerking, samenhangend team en krijgen van feedback correleerden met lagere burn-outdomeinscores.18,33,36,40,43,46 Langdurigere samenwerking, afwezigheid van ondersteunende collega’s, gebrekkige steun van management, afwezig ondersteuningssysteem, beperkte supervisie of raadpleegmogelijkheden bij collega’s en slechte werkrelaties met collega’s, zorgteams, leidinggevenden, superieuren en management correleerden met hogere burn-out(domein-)scores.18,32,34,38,39,40,42,44 Eén studie toonde geen significante correlatie voor relaties met samenwerkingspartners, ziekenhuismanagement of ziekenhuisadministratie.32

Overzicht factoren

Een samenvattend overzicht van de geïdentificeerde persoonlijke kwetsbaarheden, werkgerelateerde stressoren en individuele en professionele beschermende factoren geven we in tabel 1. In deze tabel vermelden we ook factoren waarvoor bij vergelijking van verschillende studies inconsistente bevindingen werden gerapporteerd wat betreft de richting en significantie van de associaties.

 

Tabel 1. Samenvatting geïdentificeerde factoren al dan niet geassocieerd met burn-outklachten

 

Individuele factoren

Werkgerelateerde factoren

Risico

depressie- en stressklachten

persoonlijkheidskenmerken zoals neuroticisme

maladaptieve coping

cognitieve traagheid

ongunstige werkcontext en -klimaat

hoge werkbetrokkenheid en -stress

hoge werkbelasting

slechte werk-privébalans

onveiligheid en dreiging van geweld

klinische en relationele patiëntfactoren

gebrek aan controle en autonomie

gebrekkige appreciatie en erkenning

beperkte ondersteuning

slechte professionele relaties

Beschermend

persoonlijkheidskenmerken zoals adaptabiliteit

adaptieve coping

extracurriculaire activiteiten

sociale steun

waardig werk

goede werksfeer

werktevredenheid

positieve werkhouding

gunstige werkinhoud

vakantie en vrije tijd

gunstige patiëntfactoren

promotie en eerlijke behandeling

ondersteunende relaties

Inconsistentie tussen studies

leeftijd

jaren ervaring

geslacht

burgerlijke staat

ouderlijke status

werksetting

middelenvoorziening op het werk

aantal patiënten dat men psychotherapeutisch begeleidt

werkbelasting

overmatige verantwoordelijkheid

functiestatus

beloning

 

DISCUSSIE

In deze systematische review identificeerden wij zowel individuele als werkgerelateerde factoren die grotendeels consistent geassocieerd zijn met burn-outscores bij psychiaters (tabel 1). Deze factoren zijn heterogeen en de sterkte van de associaties is doorgaans beperkt.18,28-51 Tegelijkertijd werden ook aanzienlijke inconsistenties tussen studies vastgesteld wat betreft de richting en de significantie van bepaalde associaties (tabel 1).

De prevalentie van zowel totale burn-outscores (circa 38-60%, tot 78%) als scores op de MBI-subdomeinen bij psychiaters vertoont een brede spreiding, afhankelijk van de gebruikte meetinstrumenten en afkapwaarden. De gemiddelde totaalscores bevinden zich doorgaans in de matige (tot hoge) range, wat wijst op een aanzienlijke mate van zelfgerapporteerde burn-outklachten. Deze prevalentiecijfers dienen met grote voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, aangezien ze in sterke mate worden beïnvloed door de gehanteerde afkapwaarden, subschalen en operationalisaties van het burn-outconcept.

Methodologische heterogeniteit

Een centrale bevinding van deze review is de aanzienlijke methodologische heterogeniteit tussen de studies. Variaties in meetinstrumenten, subschalen en afkapwaarden beïnvloeden niet alleen de gerapporteerde prevalenties, maar ook de gevonden associaties (onlinetabel 2). Daarnaast spelen crosssectionele studieontwerpen, zelfrapportage en variatie in statistische modellen een rol. Door het ontbreken van eenduidige, gevalideerde diagnostische criteria werden burn-outklachten in de geïncludeerde studies gemeten met instrumenten zoals de MBI, CBI en OLBI. Hierdoor weerspiegelen de bevindingen voornamelijk verschillen in operationalisering en meetkeuzes, eerder dan een uniform, klinisch fenomeen met functionele uitval.

Deze vaststelling benadrukt het fundamentele probleem van constructvaliditeit en meetafhankelijkheid van het burn-outconcept, zoals ook aangehaald door Bianchi en Schonfeld en Vinkers, die pleiten voor een duidelijkere conceptuele afbakening en klinisch gevalideerde criteria.9,12 Deze beperkingen impliceren dat de resultaten primair geïnterpreteerd moeten worden als associaties met zelfgerapporteerde burn-outscores en niet noodzakelijk met een klinisch gedefinieerde, invaliderende aandoening.

Vragen bij concept burn-out

De geïdentificeerde factoren zoals werkstress, coping en persoonlijkheid vertonen bovendien overlap met determinanten van andere psychische stoornissen, zoals depressie en angststoornissen.52-54 Dit suggereert dat de gevonden associaties betrekking hebben op een breder spectrum van werkgerelateerde stress en psychische belasting en niet noodzakelijk specifiek zijn voor burn-out als afzonderlijk construct. In eerder onderzoek beschreven Bianchi e.a. een dergelijke overlap in werkgerelateerde en algemene risicofactoren tussen burn-out en depressie. Zij stellen dat deze overlap de symptomatische gelijkenis tussen burn-out en andere psychische aandoeningen weerspiegelt, de afgrensbaarheid bemoeilijkt en vragen oproept over de validiteit van burn-out als afzonderlijk construct.55,56

Vinkers stelt daarnaast dat burn-out momenteel eerder een breed maatschappelijk begrip is dan een duidelijk afgebakende klinische entiteit en pleit voor integratie binnen bestaande psychopathologische kaders.9 Deze bevindingen onderstrepen dat er in de huidige literatuur geen consensus bestaat over de mate waarin burn-out kan worden beschouwd als een onderscheidbaar klinisch construct. Ze wijzen tevens op een belangrijke beperking van deze review, namelijk dat de geïdentificeerde factoren mogelijk in aanzienlijke mate generiek zijn en overlappen met bredere dimensies van psychisch functioneren, eerder dan specifiek voor burn-out.

De bevinding dat burn-outscores bij psychiaters samenhangen met een breed aspecifiek samenspel van individuele en werkgerelateerde factoren, die elk afzonderlijk een beperkte impact hebben, sluit aan bij bestaande literatuur over burn-out. Meta-analyses tonen aan dat werkgerelateerde factoren een bescheiden bijdrage leveren en dat burn-outklachten niet uitsluitend door werkstress kunnen worden verklaard.12,57,58 Ook individuele en niet-werkgerelateerde factoren, zoals persoonlijkheidskenmerken, psychische kwetsbaarheid, relationele problemen en levensgebeurtenissen, spelen een rol.9,12,59-61

Rol psychiatriespecifieke factoren?

De geïdentificeerde factoren komen grotendeels overeen met bevindingen bij andere medische specialismen en zorgberoepen. Dit wijst op onderliggende generieke mechanismen binnen de gezondheidszorg en suggereert dat deze factoren slechts in beperkte mate specifiek zijn voor psychiaters.62-68 Tegelijkertijd kunnen bepaalde patiëntgebonden en emotioneel belastende aspecten die kenmerkend zijn voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz), zoals het werken met complexe casussen, een bijkomende rol spelen.68-70 Het huidig bewijs maakt het echter niet mogelijk om de relatieve bijdrage van deze psychiatriespecifieke stressoren ten opzichte van meer algemene werkgerelateerde risicofactoren duidelijk af te bakenen. Dit vormt een belangrijke beperking van deze review en benadrukt dat voorzichtigheid geboden is bij het interpreteren van de geïdentificeerde factoren als specifiek voor psychiaters.

Mogelijkheden voor preventie en interventie

Hoewel de resultaten aanknopingspunten bieden voor preventie en interventie, dienen ze voorzichtig te worden geïnterpreteerd, aangezien ze voornamelijk betrekking hebben op zelfgerapporteerde burn-outklachten en niet op klinisch gediagnosticeerde problematiek of functionele uitval. Interventies op individueel en organisatorisch niveau blijven desalniettemin relevant, zoals ook gesuggereerd in meerdere van de geïncludeerde studies.35,36,39,47,65-67 Een systematische review bevestigde dat dergelijke interventies leiden tot een klinisch relevante reductie van burn-outklachten bij artsen.71 Individuele strategieën kunnen zich richten op het versterken van zelfbewustzijn, coping en veerkracht.72 Werkgerelateerde maatregelen kunnen bestaan uit het identificeren en, waar mogelijk, reduceren van de risicofactoren, evenals het verbeteren van ondersteunende structuren binnen de organisatie.2 Gezien de brede waaier aan geassocieerde factoren kunnen ook structurele intervisie en reflectiemomenten bijdragen aan vroegtijdige signalering en preventie.

Sterke punten en beperkingen

Deze systematische review is, voor zover ons bekend, de eerste die systematisch zowel individuele als werkgerelateerde factoren geassocieerd met burn-outklachten bij psychiaters in kaart brengt. Een belangrijke sterkte is de systematische PRISMA-aanpak, met een brede en transparante zoekstrategie over meerdere databanken en inclusie van zowel kwantitatieve als kwalitatieve studies. Door studies uit diverse landen en zorgcontexten te includeren, bieden we met deze review een geïntegreerd overzicht van de complexiteit, heterogeniteit en multidimensionaliteit van burn-outklachten bij psychiaters. Daarbij hebben we de bevindingen geduid in het licht van reeds bestaande internationale literatuur.

Bij de interpretatie moeten we echter enkele beperkingen in acht nemen. Er bestaat aanzienlijke heterogeniteit tussen de geïncludeerde studies in definities, operationalisatie en meting van het concept burn-out. Hoewel enkel gevalideerde instrumenten werden gebruikt, verschillen deze in dimensies en afkapwaarden en ontbreken uniforme, klinisch gevalideerde criteria, wat de vergelijkbaarheid van prevalenties en associaties beperkt. Daarnaast werden veel factoren gemeten met niet-gestandaardiseerde of beperkt gevalideerde instrumenten en uiteenlopende analysemethoden, wat de interpretatie bemoeilijkt.

Het merendeel van de geïncludeerde studies is crosssectioneel en gebaseerd op zelfrapportage, waardoor causale conclusies niet mogelijk zijn en bias, zoals respons- en sociale-wenselijkheidsbias, niet kan worden uitgesloten. Dit bemoeilijkt ook het onderscheid tussen predisponerende, uitlokkende en instandhoudende factoren. Bovendien is kwalitatief onderzoek ondervertegenwoordigd, waardoor inzicht in onderliggende mechanismen en context beperkt blijft.

Verder beperken selectiebias, heterogeniteit in steekproeven, zorgsettings en culturele context, evenals de exclusie van niet-Engelstalige studies, de generaliseerbaarheid. Daarnaast blijft onduidelijk in welke mate de geïdentificeerde factoren specifiek zijn voor burn-outklachten dan wel voor psychiaters, gezien de overlap met respectievelijk depressie, angst en algemene psychische belasting, en met bevindingen bij andere zorgprofessionals.

Tot slot lieten we onze review niet registreren bij PROSPERO en verrichtten we de selectie zonder tweede beoordelaar, wat het risico op selectiebias kan verhogen. Deze beperking ondervingen we deels door dubbele screening, duidelijke criteria en overleg met experts.

Aanbevelingen

Toekomstig onderzoek naar burn-out bij psychiaters vereist een consistentere conceptualisering en operationalisering van het construct. De huidige variabiliteit in definities, subschalen en meetinstrumenten beperkt de vergelijkbaarheid van studies en bemoeilijkt de interpretatie. Het ontwikkelen en toepassen van gestandaardiseerde, klinisch relevante en gevalideerde criteria is daarom essentieel.

Daarnaast is er behoefte aan longitudinale en kwalitatieve studies om onderliggende mechanismen en temporele verbanden beter te begrijpen en om onderscheid te maken tussen predisponerende, uitlokkende en instandhoudende factoren.

Gezien de overlap met andere psychische stoornissen is onderzoek naar burn-outklachten in relatie tot depressie en angststoornissen aangewezen om de conceptuele afbakening en klinische relevantie verder te verduidelijken. Vergelijkend onderzoek tussen medische specialismen en zorgberoepen is bovendien nodig om generieke en beroepsspecifieke factoren te onderscheiden.

Tot slot is onderzoek naar geïntegreerde preventiestrategieën aangewezen, waarbij individuele en werkgerelateerde interventies worden gecombineerd.

CONCLUSIE

Onze systematische review toont aan dat burn-outscores bij psychiaters samenhangen met een breed, heterogeen en grotendeels aspecifiek samenspel van individuele en werkgerelateerde factoren, die elk een beperkte bijdrage leveren. Interpretatie en extrapolatie van deze bevindingen worden echter bemoeilijkt door variatie in de operationalisatie van het concept burn-out en de heterogeniteit in methoden en meetinstrumenten.

De geïdentificeerde factoren vertonen overlap met determinanten van andere psychische stoornissen, wat wijst op een belangrijke mate van generaliseerbaarheid en vragen oproept over de afgrensbaarheid van burn-out als afzonderlijk construct. Daarnaast sluiten de bevindingen aan bij literatuur over burn-outklachten bij andere zorgprofessionals, maar de specificiteit voor psychiaters blijft onzeker.

De resultaten bieden aanknopingspunten voor preventie en interventie, maar suggereren vooral dat literatuur betrekking heeft op zelfgerapporteerde burn-outklachten of -scores, eerder dan op een klinisch gedefinieerde aandoening. Bij toekomstig onderzoek moet men inzetten op betere conceptualisering en operationalisering van burn-out, evenals op de klinische relevantie en specificiteit van burn-outklachten bij psychiaters.

Literatuur

1 Freudenberger HJ. Staff burn-out. J Soc Issues 1974; 30: 159-65.

2 Rothenberger DA. Physician burnout and well-being: a systematic review and framework for action. Dis Colon Rectum 2017; 60: 567-76.

3 Rössler W. Stress, burnout, and job dissatisfaction in mental health workers. Eur Arch Psychiatry Clin Neurosci 2012; 262: 65-9.

4 Maslach C, Jackson S, Leiter MP. The Maslach Burnout Inventory Manual. Eval Stress A B Resour 1997; 3: 191-218.

5 World Health Organization. Burn-out an ‘occupational phenomenon’: International Classification of Diseases. WHO 2019.

6 American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. DSM-5. Arlington: American Psychiatric Association; 2013.

7 Schonfeld IS, Laurent E. The trouble with burnout: an update on burnout-depression overlap. Am J Psychiatry 2019; 176: 79.

8 Bianchi R, Schonfeld IS, Laurent E. Is it time to consider the ‘burn­out syndrome’ a distinct illness? Front Public Health 2015; 3: 158.

9 Vinkers C. Burn-out: ziekte, symptoom of maatschappelijk construct? Tijdschr Psychiatr 2025; 67: 468-72.

10 Chand SP, Arif H. Depression. StatPearls Publishing 2020.

11 Koutsimani P, Montgomery A, Georganta K. The relationship between burnout, depression, and anxiety: A systematic review and meta-analysis. Front Psychol 2019; 10: 284.

12 Bianchi R, Schonfeld IS. Beliefs about burnout. Work Stress 2025; 39: 116-34.

13 Shanafelt TD, Hasan O, Dyrbye LN, e.a. Changes in burnout and satisfaction with work-life balance in physicians and the general US working population between 2011 and 2014. Mayo Clin Proc 2015; 90: 1600-13.

14 Shanafelt TD, Balch CM, Bechamps GJ, e.a. Burnout and career satisfaction among American surgeons. Ann Surg 2009;250:463–71.

15 Rotenstein LS, Torre M, Ramos MA, e.a. Prevalence of burnout among physicians: A systematic review. JAMA 2018; 320: 1131-50.

16 Bykov KV, Zrazhevskaya IA, Topka EO, e.a. Prevalence of burnout among psychiatrists: A systematic review and meta-analysis. J Affect Disord 2022; 308: 47-64.

17 Fothergill A, Edwards D, Burnard P. Stress, burnout, coping and stress management in psychiatrists: Findings from a systematic review. Int J Soc Psychiatry 2004; 50: 54-65.

18 Baumgardt J, Moock J, Rössler W, e.a. Cooperation, job satisfaction and burnout among Swiss psychiatrists. Front Public Health 2015; 3: 25.

19 Rotstein S, Hudaib AR, Facey A, e.a. Psychiatrist burnout: a meta-analysis of Maslach Burnout Inventory means. Australas Psychiatry 2019; 27: 249-54.

20 Halbesleben JRB, Demerouti E. The construct validity of an alternative measure of burnout. Work Stress 2005; 19: 208-20.

21 Makara-StudziƄska M, Murawiec S, Matuszczyk M, e.a. Perceived life stress and the burnout syndrome in a group of Polish psychiatrists. Psychiatria 2019; 16: 185-92.

22 Kristensen TS, Borritz M, Villadsen E, e.a. The Copenhagen Burnout Inventory: A new tool for the assessment of burnout. Work Stress 2005; 19: 192-207.

23 Aronsson G, Theorell T, Grape T, e.a. A systematic review including meta-analysis of work environment and burnout symptoms. BMC Public Health 2017; 17: 264.

24 Halbesleben JRB. Sources of social support and burnout: A meta-analytic test of the conservation of resources model. J Appl Psychol 2006; 91: 1134-45.

25 Seidler A, Thinschmidt M, Deckert S, e.a. The role of psychosocial working conditions on burnout and its core component emotional exhaustion: A systematic review. J Occup Med Toxicol 2014; 9: 10.

26 Patel RS, Bachu R, Adikey A, e.a. Factors related to physician burnout and its consequences: A review. Behav Sci (Basel) 2018; 8: 98.

27 Volpe U, Luciano M, Palumbo C, e.a. Risk of burnout among early career mental health professionals. J Psychiatr Ment Health Nurs 2014; 21: 774-81.

28 Summers RF, Gorrindo T, Hwang SE, e.a. Well-being, burnout, and depression among North American psychiatrists. Am J Psychiatry 2020; 177: 955-64.

29 Nuss P, Tessier C, Masson M, e.a. Factors associated with a higher score of burnout in 860 French psychiatrists. Front Psychiatry 2020; 11: 371.

30 Gül A, Gül H, Özkal UC, e.a. Sluggish cognitive tempo and burnout symptoms in psychiatrists. Psychiatry Res 2017; 252: 284-8.

31 Kumar S, Fischer J, Robinson E, e.a. Burnout and job satisfaction in New Zealand psychiatrists. Int J Soc Psychiatry 2007; 53: 306-16.

32 Hardy P, Costemale-Lacoste J-F, Trichard C, e.a. Burnout, anxiety and depression in hospital psychiatrists and other physicians. Psychiatry Res 2019; 284: 112662.

33 Nimmawitt N, Wannarit K, Pariwatcharakulid P. Thai psychiatrists and burnout: A national survey. PLoS One 2020; 15: e0230204.

34 Sarma PG. Burnout in Indian psychiatrists. Indian J Psychol Med 2018; 40: 156-60.

35 Umene-Nakano W, Kato TA, Kikuchi S, e.a. Work environment, work-life balance and burnout among psychiatrists in Japan. PLoS One 2013;8:e55189.

36 Garcia HA, McGeary CA, Finley EP, e.a. Burnout among psychiatrists in the Veterans Health Administration. Burn Res 2015; 2: 108-14.

37 Benbow SM, Jolley DJ. Burnout and stress amongst old age psychiatrists. Int J Geriatr Psychiatry 2002; 17: 710-4.

38 Korkeila JA, Töyry S, Kumpulainen K, e.a. Burnout and self-perceived health among Finnish psychiatrists. J Public Health 2003; 31: 85-91.

39 Kumar S, Hatcher S, Dutu G, e.a. Stresses experienced by psychiatrists: a national follow-up study. Int J Soc Psychiatry 2011; 57: 166-79.

40 Fischer J, Kumar S, Hatcher S. What makes psychiatry such a stressful profession? Australas Psychiatry 2007; 15: 417-21.

41 Deary IJ, Agius RM, Sadler A. Personality and stress in consultant psychiatrists. Int J Soc Psychiatry 1996; 42: 112-23.

42 Littlewood S, Case P, Gater R, e.a. Recruitment, retention, satisfaction and stress in child/adolescent psychiatrists. Psychiatr Bull 2003; 27: 61-7.

43 Kumar S, Sinha P, Dutu G. Work satisfaction and burnout among psychiatrists. Int J Soc Psychiatry 2013; 59: 460-7.

44 Bressi C, Porcellana M, Gambini O, e.a. Burnout among psychiatrists in Milan. Psychiatr Serv 2009; 60: 985-8.

45 Dong P, Lin X, Wu F, e.a. Depression, anxiety, and burnout among psychiatrists during the COVID-19 pandemic: a cross-sectional study in Beijing, China. BMC Psychiatry 2023; 23: 494.

46 Abu Zied M, Fekry M, Mohsen N, e.a. Burnout syndrome among psychiatrists in Egypt. Middle East Curr Psychiatry 2020; 27: 25.

47 McNicholas F, Sharma S, O’Connor C, e.a. Burnout in CAMHS consultants in Ireland. BMJ Open 2020; 10: e030354.

48 Beschoner P, von Wietersheim J, Jarczok MN, e.a. Effort-reward-imbalance, burnout and depression among psychiatrists 2006-2016. Front Psychiatry 2021; 12: 641912.

49 Yao H, Wang P, Tang Y-L, e.a. Burnout and job satisfaction of psychiatrists in China. BMC Psychiatry 2021; 21: 593.

50 Morovicsová E, Valuš L. Burnout syndrome in psychiatrists in Slovakia. Arch Psychiatry Res 2022; 58: 201-12.

51 Wu H, Zhu S, Wang L, e.a. The relationship between career adaptability, decent work, job satisfaction and burnout among psychiatrists: A cross-sectional study. BMC Psychiatry 2025; 25: 888.

52 Ryan E, Hore K, Power J, e.a. The relationship between physician burnout and depression, anxiety, suicidality and substance abuse: A mixed methods systematic review. Front Public Health 2023; 11: 1133484.

53 Kotov R, Gamez W, Schmidt F, e.a. Linking ‘big’ personality traits to anxiety, depressive, and substance use disorders: A meta-analysis. Psychol Bull 2010; 136: 768-821.

54 Carver CS, Connor-Smith J. Personality and coping. Annu Rev Psychol 2010; 61: 679-704.

55 Bianchi R, Schonfeld IS, Laurent E. Burnout-depression overlap: A review. Clin Psychol Rev 2015; 36: 28-41.

56 Bianchi R, Verkuilen J, Schonfeld IS, e.a. Is burnout a depressive condition? A 14-sample meta-analytic and bifactor analytic study. Clin Psychol Sci 2021; 9: 579-97.

57 Guthier C, Dormann C, Voelkle MC. Reciprocal effects between job stressors and burnout: A continuous time meta-analysis of longitudinal studies. Psychol Bull 2020; 146: 1146-73.

58 Lesener T, Gusy B, Wolter C. The job demands-resources model: A meta-analytic review of longitudinal studies. Work Stress 2019; 33: 76-103.

59 Bianchi R. Burnout is more strongly linked to neuroticism than to work-contextualized factors. Psychiatry Res 2018; 270: 901-5.

60 Hakanen JJ, Bakker AB. Born and bred to burn out: A life-course view and reflections on job burnout. J Occup Health Psychol 2017; 22: 354-64.

61 Swider BW, Zimmerman RD. Born to burnout: A meta-analytic path model of personality, job burnout, and work outcomes. J Vocat Behav 2010; 76: 487-506.

62 Azam K, Khan A, Alam MT. Causes and adverse impact of physician burnout. J Coll Physicians Surg Pakistan 2017; 27: 495-501.

63 West CP, Dyrbye LN, Shanafelt TD. Physician burnout: contributors, consequences and solutions. J Intern Med 2018; 283: 516-29.

64 Sibeoni J, Bellon-Champel L, Mousty A, e.a. Physicians’ perspectives about burnout: a metasynthesis. J Gen Intern Med 2019; 34: 1578-90.

65 Sanfilippo F, Noto A, Foresta G, e.a. Burnout in anesthesiology: a systematic review. Biomed Res Int 2017; 2017: 8648925.

66 Yates M, Samuel V. Burnout in oncologists: A review and meta-analysis. Eur J Cancer Care 2019; 28: e13094.

67 Galaiya R, Kinross J, Arulampalam T. Factors associated with burnout in surgeons: A systematic review. Ann R Coll Surg Engl 2020; 102: 401-7.

68 Chan MK, Chew QH, Sim K. Burnout and associated factors in psychiatry residents: A systematic review. Int J Med Educ 2019; 10: 149-60.

69 Yang Y, Hayes JA. Causes and consequences of burnout among mental health professionals: A practice-oriented review of recent empirical literature. Prof Psychol Res Pr 2020; 57: 426-36.

70 O’Connor K, Muller Neff D, Pitman S. Burnout in mental health professionals: A systematic review and meta-analysis of prevalence and determinants. Eur Psychiatry 2018; 53: 74-99.

71 West CP, Dyrbye LN, Erwin PJ, e.a. Interventions to prevent and reduce physician burnout. Lancet 2016; 388: 2272-81.

72 Simionato GK, Simpson S. Personal risk factors for burnout among psychotherapists. J Clin Psychol 2018; 74: 1431-56.

Download PDF
Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Appendices

Online tabel 1 Online tabel 2

Authors

Anne-Leen Mergaert, arts in opleiding tot kinder- en jeugdpsychiater, Faculteit Geneeskunde, KU Leuven; Zorgprogramma Jeugd, Psychiatrisch en Psychotherapeutisch Centrum Pittem.

Lode Godderis, bedrijfsarts, hoogleraar, Departement Volksgezondheid en Eerstelijnszorg, Centrum Omgeving & Gezondheid, KU Leuven; CEO IDEWE, Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, Heverlee.

Chris Bervoets, psychiater, hoogleraar, dienst Volwassenenpsychiatrie, afd. Neurowetenschappen, UPC KU Leuven; Onderzoeksgroep Psychiatrie, Leuven Brain Institute, KU Leuven; Academisch Centrum voor Neuromodulatie in de Psychiatrie, UPC KU Leuven.

Correspondentie

Anne-Leen Mergaert (anne-leen.mergaert@ppcpittem.be).

 

Geen strijdige belangen gemeld.

 

Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 9-6-2026.

Citeren

Tijdschr Psychiatr. 2026;68(07):384-391

Editie

Dit artikel is onderdeel van: Editie 2026/7
Published by the Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie on behalf of the Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie and the Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie