Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    New articles Current issue Previous issues Special issues Book reviews
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Current issue
    Nummer 6 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    6 / 2026

    Current issue
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Artikelen
  3. Neurocognitive functioning after cognitive...
Psychiatry and COVID-19

Neurocognitive functioning after cognitive treatment in post-COVID

S. Nieuwland, E. Dijkers, M. Deen, N. Reedeker

Background Post-COVID is a post-infectious condition resulting from COVID-19 (SARS-CoV-2) that can cause a wide range of neurocognitive and psychological symptoms. As no curative treatment currently exists, it is important to help patients learn how to manage their symptoms.

Aim To examine whether adults with post-COVID benefit from a treatment program focused on cognitive resilience, in terms of cognitive functioning and psychological symptoms.

Method A pre-post design without a control group was used within a mental health care setting. Twenty-three participants with post-COVID completed a 24-week group-based program consisting of two modules: balancing limited energy and cognitive rehabilitation. Neuropsychological tests, the SCL-90, and the RAND-36 were administered before and after treatment. Differences between pre- and post-treatment scores were analyzed using Wilcoxon signed-rank tests.

Results Of the 23 participants, 15 completed the program. Verbal learning improved significantly (p = 0.01). No significant changes were found in other neurocognitive domains. Psychological symptoms decreased significantly (p = 0.03).

Conclusion Despite the small sample size, several significant improvements were observed. Participants reported feeling supported by peer contact within the group. Further research is needed to clarify a causal relationship between the treatment program and improvements in cognitive functioning.

De infectieziekte COVID-19, veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2, verscheen in december 2019 en heeft geleid tot een wereldwijde pandemie. Veelvoorkomende symptomen zijn koorts, hoesten, vermoeidheid en kortademigheid.1 Daarnaast kan COVID-19 ook neurologische klachten geven, zoals hoofdpijn, duizeligheid, verlies van smaak en geur en verminderd bewustzijn.2

Recent onderzoek van het RIVM (2024) laat zien dat ongeveer 3% van de volwassenen in Nederland (ouder dan 26) die een besmetting met COVID-19 doormaken langdurig klachten blijft houden. Wanneer klachten na COVID-19 langdurig aanhouden, spreken we van post-COVID. De WHO hanteert hiervoor de volgende definitie: ‘The continuation or development of new symptoms 3 months after the initial SARS-CoV-2 infection, with these symptoms lasting for at least 2 months with no other explanation.’3 Vermoeidheid, kortademigheid, hoesten, hoofdpijn, geheugenverlies, depressie, hersenmist en gebrek aan concentratie zijn de meest gerapporteerde klachten bij post-COVID.4 Het exacte aantal mensen met post-COVID is moeilijk vast te stellen doordat beschikbare gegevens beperkt zijn en onderzoeken uiteenlopende definities hanteren.

Kort na het ontstaan van COVID werden de klachten vaak toegeschreven aan burn-out vanwege de overeenkomsten in symptomen.5 Inmiddels is vanuit wetenschappelijk onderzoek bekend dat er verschillen zijn tussen post-COVID en burn-out en dat er diverse biologische markers zijn die verband houden met post-COVID. Zo lijken ontstekingsreacties, neurologische schade en auto-immuunreacties een rol te spelen, waarbij het uiteindelijke mechanisme van het ontstaan van post-COVID nog onduidelijk is.6,7

Onderzoek naar veelvoorkomende neurocognitieve klachten bij post-COVID is niet eenduidig. Er worden met name beperkingen gezien op de domeinen aandacht en snelheid van informatieverwerking, anterograad geheugen (het opslaan van nieuwe informatie), werkgeheugen en executieve functies. De prevalentie van deze neurocognitieve klachten loopt zeer uiteen, van ongeveer 23 tot 100%, afhankelijk van de studie.8 Daarnaast rapporteert ongeveer 6-23% van de mensen met post-COVID depressieve en angstklachten.9 Met al deze fysieke, cognitieve en psychiatrische klachten die kunnen voorkomen bij post-COVID is de kwaliteit van leven bij deze groep aanzienlijk lager dan bij controlepersonen zonder klachten.10

Ondanks meerdere onderzoeken wereldwijd is er op dit moment geen behandeling die post-COVID kan genezen. Daarom is het van waarde om patiënten te leren hoe ze grip kunnen krijgen op deze klachten. Daarvoor kan lering worden getrokken uit andere doelgroepen. Bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of neuropsychiatrische problematiek komen bijvoorbeeld vergelijkbare problemen voor als bij post-COVID, zoals neurocognitieve klachten, psychologische klachten en verminderde kwaliteit van leven.11-13

Binnen het Expertisecentrum voor Neuropsychiatrie en NAH van Antes bieden wij mensen met NAH een behandelprogramma gericht op het leren omgaan met geheugenproblemen, beperkte belastbaarheid en beperkte energieniveaus. Het aanbieden van dit behandelprogramma is gebaseerd op eerder onderzoek dat een voorzichtig positief effect laat zien op vermoeidheid, psychisch functioneren en cognitieve functies.14 Ook cognitieve revalidatie, een programma gericht op het aanleren van geheugenstrategieën, leidt tot verbeteringen in cognitieve functies bij mensen met NAH.15

Bij andere (postinfectieuze) ziektebeelden met vergelijkbare vermoeidheidsklachten als bij NAH en post-COVID, zoals bij het Q-koortsvermoeidheidssyndroom, blijkt dat het toepassen van CGT op basis van het protocol voor ME-CVS (waarbij ook het reguleren van de belastbaarheid en energieniveaus een onderdeel is) effectief is op korte termijn in het verminderen van vermoeidheidsklachten en psychische klachten.16

Dit roept de vraag op of interventies gericht op cognitieve belastbaarheid en cognitieve revalidatie ook effectief kunnen zijn in het verbeteren van cognitieve functies voor mensen met post-COVID-klachten. Vanwege de expertise binnen een behandelcentrum op het gebied van neuropsychiatrie werden wij benaderd door huisartsen van patiënten met post-COVID en collega’s die zelf post-COVID hadden. Patiënten en collega’s met post-COVID waren al lange tijd op zoek naar behandelingen voor de belemmerende klachten. Zij rapporteerden onbegrip door hulpverleners en omgeving, sociale isolatie en uitzichtloosheid van hun situatie.

Het doel van dit onderzoek is dan ook om effectieve behandeling voor patiënten met post-COVID te ontwikkelen. Specifiek zijn onze onderzoeksvragen:

– Hebben mensen met post-COVID baat bij behandeling gericht op cognitieve belastbaarheid bij het verbeteren van hun neurocognitief functioneren?

En in het verlengde hiervan:

– Hebben mensen met post-COVID baat bij behandeling gericht op cognitieve belastbaarheid voor het verminderen van psychische klachten of het verbeteren van hun kwaliteit van leven?

Methode

Setting en deelnemers

Wij verrichtten een pre-poststudie zonder controlegroep. Informatie over het behandelprogramma werd verspreid onder huisartsen in de regio en behandelaren binnen de ggz-instelling. Daarnaast werd de HR-afdeling van de ggz-instelling geïnformeerd zodat ook medewerkers met post-COVID konden deelnemen. De inclusie­periode was oktober 2023-februari 2024.

In- en exclusiecriteria om deel te kunnen nemen aan de behandeling waren ten eerste een post-COVID-diagnose waarbij andere oorzaken van de klachten waren uitgesloten door een medisch specialist, een psychiater of GZ-psycholoog. Daarnaast mocht geen sprake zijn van acute suïcidaliteit, psychose of ernstige verslaving. Als laatste moest de belastbaarheid van deelnemers het toelaten om 1,5 uur groepsbehandeling met pauzes vol te houden.

Deelnemers werden tevoren per brief geïnformeerd dat hun verzamelde gegevens mogelijk gebruikt konden worden voor wetenschappelijk onderzoek. Zij mochten te allen tijde aangeven als zij hiertegen bezwaar hadden, zonder dat dit effect had op hun deelname aan de behandeling.

Voor en na de behandelingen namen we (ROM-)metingen af middels neuropsychologische testen en vragenlijsten. Daarnaast werden de data gebruikt om individuele behandeldoelen op te kunnen stellen en advies voor vervolgbehandeling te kunnen geven na afronding van het programma.

Hierbij hielden we rekening met de beperkte belastbaarheid van patiënten met post-COVID. De deelnemers kregen de vragenlijsten thuis, zodat zij deze op eigen tempo konden invullen, uiterlijk binnen twee weken. Tijdens de afname van de neuropsychologische testen werden in overleg met de patiënten pauzes ingelast om te rusten en te herstellen. Tevens werden de deelnemers individueel geïnformeerd over de uitkomsten van hun neuropsychologische testen en het verschil hierbij tussen hun start- en eindmeting. In de eindevaluatie konden zij ook hun subjectieve ervaringen en bevindingen delen.

Uitkomstvariabelen

De primaire uitkomstmaat was het neurocognitief functioneren, gemeten met neuropsychologische testen in verschillende cognitieve domeinen. De secundaire uitkomstmaten waren psychische klachten en kwaliteit van leven, gemeten met vragenlijsten. We verwachtten dat de onderzochte behandeling een positieve relatie zou hebben met de primaire en secundaire uitkomstmaten. Dit onderzoek bevatte twee metingen: een voor- en een nameting. Voor het meten van het neurocognitief functioneren maakten we gebruik van neuropsychologische testen die we kozen op basis van eerder post-COVID-onderzoek.17 De uitkomstmaten van de cognitieve domeinen, kwaliteit van leven en psychische klachten staan beschreven in tabel 1.

 

Tabel 1. Uitkomstmaten

Domein

Test

Gemeten items

Algemene cognitieve vaardigheden

Montreal Cognitive Assessment (MOCA)

Korte cognitieve screeningslijst gericht op testen van aandacht, geheugen, visuospatiële vaardigheden, taal en executieve functies. Geeft een globaal beeld van cognitief functioneren. De score is een optelsom van correct beantwoorde items.

Complexe aandacht en executief functioneren

Trail making test (TMT) A en B

Verdeelde aandacht en cognitieve flexibiliteit. In deel A worden cijfers in oplopende volgorde verbonden. In deel B wordt afgewisseld tussen cijfers en letters, wat extra schakeling vraagt. De score is het aantal seconden dat nodig is om de taak te voltooien.

Stroop Kleur-woord Test

Gebruikt 3 verschillende kaarten. Mentale snelheid door opnoemen van woorden zoals rood, groen en blauw in zwarte inkt. Visuele benaming en mentale snelheid door benoemen van gekleurde blokjes. Selectieve aandacht en responsinhibitie door kleurwoorden in een andere kleur dan het woord zelf aangeeft, waarbij de kleur van de inkt moet worden benoemd. De score bestaat uit het aantal seconden dat nodig is om de taak te voltooien.

Cijferreeksen WAIS-IV

Aandacht en werkgeheugen. Reeksen cijfers worden herhaald in dezelfde volgorde, in omgekeerde volgorde en in oplopende volgorde. De score wordt berekend door het aantal correct herhaalde reeksen per onderdeel op te tellen.

Symboolsubstitutietest WAIS-IV

Verwerkingssnelheid. Symbolen worden aan cijfers gekoppeld volgens een voorbeeldcode. Binnen een beperkte tijd worden zo veel mogelijk items ingevuld. De score is een optelsom van het aantal correct ingevulde symbolen.

Verbaal geheugen

15-Woordentest

Verbaal leren en geheugen. 15 woorden worden 5 keer aangeboden en na elke aanbieding direct herhaald door de deelnemer (inprenting). De score wordt berekend door het totale aantal correcte woorden van 5 aanbiedingen op te tellen. Na een langere pauze wordt eenmaal opnieuw naar de 15 woorden gevraagd zonder deze opnieuw aan te bieden (recall). De score bestaat uit het aantal correct herhaalde woorden. Daarna worden 30 woorden aangeboden waarvan 15 eerder zijn aangeboden (herkenning). De score bestaat uit het aantal correct herkende woorden.

Visueel-ruimtelijke perceptie

Judgement of Line Orientation (JLO)

Visueel ruimtelijke perceptie. Er worden twee voorbeeldlijnen aangeboden samen met 11 referentielijnen die in verschillende oriëntaties worden aangeboden. De score is het aantal correcte overeenkomsten tussen voorbeeldlijnen en de referentielijnen.

Taal

Boston benoemtaak (BNT)

Woordvinding en visuele benoeming. Afbeeldingen van objecten worden benoemd. De score is gebaseerd op een puntenaantal dat wordt toegekend aan de gegeven antwoorden.

Fluency letters en categorie

Verbale taaltest en executieve functies. Bij lettervloeiendheid worden woorden die beginnen met een bepaalde letter opgesomd. Bij categorievloeiendheid worden woorden binnen een betekenisgroep genoemd, zoals dieren.

De scores van letter- en categorievloeiendheid is het aantal correcte unieke woorden binnen één minuut.

Symptoomvaliditeit

Test of Memory Malingering (TOMM)

Onderpresteren. Afbeeldingen worden getoond en later wordt nagevraagd welke eerder zijn getoond. De score is dichotoom met een afkappunt.

Kwaliteit van leven

RAND-36 item Health Survey (RAND-36)

Zelfrapportagelijst voor de ervaren gezondheid en kwaliteit van leven. De vragenlijst meet onder andere lichamelijk functioneren, pijn, vitaliteit, sociaal functioneren en mentale gezondheid. De antwoorden zijn omgezet naar een totaalscore.

Psychische klachten

Symptom-Checklist 90 (SCL-90)

Zelfrapportagelijst voor psychische en lichamelijke klachten, zoals angst, depressie en slaapproblemen. De antwoorden zijn omgezet naar een totaalscore.

 

Interventie

Tijdens de intake werden leerdoelen opgesteld en werd de belastbaarheid ingeschat. Daarna volgde de voormeting en startte de behandeling, die bestond uit twee opeenvolgende modules. Er waren verschillende groepen waarin de behandeling face-to-face of online werd aangeboden. Deelnemers die online deelnamen, konden ook liggend het programma volgen. De behandelmodules bestonden uit 12 wekelijkse groepssessies gericht op omgaan met beperkte belastbaarheid (herkennen van vermoeidheid, energie verdelen, rust leren nemen en grenzen aangeven). Tijdens de sessies werd er elke 10-20 minuten een korte pauze aangeboden, door een korte ontspannings- of ademhalingsoefening of even de ogen te sluiten.

De tweede module was gericht op cognitieve revalidatie (technieken om het geheugen te ondersteunen, zowel verbaal als visueel). Er werd bewust gekozen om de modules in deze volgorde aan te bieden. Klinische ervaring leerde dat voor het succesvol kunnen toepassen van geheugenstrategieën het noodzakelijk is dat patiënten hun energie beter kunnen verdelen en zichzelf minder overvragen. Voor een uitgebreidere toelichting van de behandelde onderwerpen verwijzen we naar tabel 2. Aan het eind van de tweede module werd de nameting afgenomen. De resultaten hiervan werden teruggekoppeld aan individuele deelnemers in de evaluatiegesprekken.

 

Tabel 2. Overzicht interventies van beide modules

Aangeboden interventies

Sessie

Module 1. Omgaan met beperkte belastbaarheid

Module 2. Cognitieve revalidatie

1

Introductie en doelen opstellen

Introductie en doelen opstellen

2

Psycho-educatie over vermoeidheid en post-exertionele malaise (PEM)

Psycho-educatie over het geheugen

3

Psycho-educatie over het zenuwstelsel en stressresponssysteem

In- en externe geheugenstrategieën

4

Overbelasting leren herkennen

Lezen en onthouden van tekst

5

Instandhoudende factoren van overbelasting aanpakken

Onthouden van gesprekken

6

Gevolgenmodel

Onthouden van gesprekken

7

Gedachteschema

Spullen kwijt

8

Belemmerende en helpende gedachten

Onthouden van namen

9

Prioriteiten, planning en pacing (tempo)

Omgaan met afleiding

10

Nemen van rust

Doelen evalueren

11

Omgaan met slaapproblemen

Evaluatie cognitieve revalidatie

12

Belasting vanuit de omgeving en assertiviteit

Afsluiting

Een instructie bij het behandelprogramma is op te vragen bij de eerste auteur.

 

Statistische analyse

Ons streven was om 30 deelnemers te includeren in het onderzoek. Verschillen tussen voor- en eindmeting werden geanalyseerd. Gezien de geringe steekproefgrootte voerden we een rangtekentoets van Wilcoxon uit. Uit oogpunt van zorgvuldigheid controleerden we of een bonferroni-correctie per cognitief domein de resultaten zou beïnvloeden; dit bleek niet het geval.

Resultaten

Deelnemers

Via huisartsen en de HR-afdeling werden 23 deelnemers aangemeld bij wie post-COVID aannemelijk werd geacht. Van de deelnemers waren er 14 werkzaam in de ggz als hulpverlener of ondersteuner. 9 deelnemers werden aangemeld via hun huisarts of zorgverlener. Alle deelnemers kregen de behandeling gericht op het neurocognitief functioneren. Tabel 3 toont de sociodemografische gegevens van de deelnemers.

 

Tabel 3. Sociodemografische gegevens van de deelnemers

Kenmerk

Deelnemers (n = 23)

Mannen (n, %)

7 (30%)

Leeftijd (gemiddelde; SD)

45,8 (14,1)

Verhagescore (mediaan)a

6

aDe verhagescore is een maat om opleidingsniveaus in te delen die loopt van 1 (minder dan 6 klassen lager onderwijs) tot 7 (universitaire opleiding).

 

Figuur 1 toont het beloop van de deelnemers tijdens de behandeling. Van de 23 deelnemers stopten er 8 tijdens de behandeling. De uitgevallen deelnemers waren significant ouder (p = 0,01) en lager opgeleid (p = 0,01).

 

Figuur 1. Flowchart van verloop deelname tijdens het behandelprogramma

 

Resultaten behandeling

De resultaten voor de primaire en secundaire uitkomstmaten staan vermeld in tabel 4. We vonden significante verschillen tussen de voor- en nameting op de inprenting van een verbale geheugentaak (r = 0,45; p = 0,01) en bij psychische klachten (r = 0,37; p = 0,03). Uit de meting voor symptoomvaliditeit kwam bij één deelnemer een aanwijzing voor suboptimaal presteren.

Een verbetering in de kwaliteit van leven van deelnemers tussen de voor- en nameting kon niet worden aangetoond (r = 0,36; p = 0,07).

 

Tabel 4. Resultaten voor- en nameting neuropsychologische testen, psychische klachten en kwaliteit van leven

Categorie

Test

Meting

M

SD

Md

r

p

Neuropsychologisch

MOCA

Voormeting

26,87

2,23

27

0,12

0,50

Nameting

26,80

2,34

27

TMT-deel A

Voormeting

34,00

13,56

32

0,03

0,88

Nameting

35,33

21,93

26

TMT-deel B

Voormeting

77,93

46,64

58

0,17

0,35

Nameting

71,13

36,24

59

Stroopkaart 1

Voormeting

57,80

29,52

49

0,04

0,84

Nameting

60,80

27,43

48

Stroopkaart 2

Voormeting

74,07

27,46

70

0,12

0,53

Nameting

70,67

27,59

65

Stroopkaart 3

Voormeting

107,47

36,74

101

0,18

0,32

Nameting

104,00

41,65

98

Cijferreeksen totaal

Voormeting

28,86

4,87

29,5

0,17

0,37

Nameting

27,93

5,38

28

Symboolsubstitutie

Voormeting

72,47

15,20

72

0,06

0,75

Nameting

71,60

19,83

72

15-woordentest inprenting

Voormeting

49,00

10,22

49

0,45

0,01*

Nameting

52,93

12,80

55

15-woordentest recall

Voormeting

10,07

3,69

10

0,13

0,48

Nameting

10,67

4,03

12

15-woordentest

herkenning

Voormeting

29,00

1,36

29

0,12

0,53

Nameting

28,73

1,58

29

JLO

Voormeting

27,47

2,36

28

0,26

0,16

Nameting

26,60

3,00

27

BNT

Voormeting

77,00

7,82

79

0,16

0,41

Nameting

78,14

4,75

78

Fluency letters

Voormeting

38,60

9,30

40

0,15

0,41

Nameting

41,80

16,53

39

Fluency categorie dieren en beroepen

Voormeting

85,13

14,36

80

0,28

0,13

Nameting

73,27

28,07

72

Psychische klachten

SCL-90-totaalscore

Voormeting

176,60

45,90

164

0,40

0,03*

Nameting

159,00

40,70

154

Kwaliteit van leven

RAND-36-totaalscore

Voormeting

113,69

26,16

116

0,36

0,07

Nameting

123,77

37,96

128

M: gemiddelde; SD: standaarddeviatie; Md: mediaan; r: correlatie tussen voor- en nameting; p: significantie van verschil tussen voor- en nameting. *p < 0,05. De gebruikte afkortingen van het testmateriaal worden toegelicht in tabel 1.

 

Tijdens de eindevaluatiegesprekken gaven veel deelnemers aan positief terug te kijken op het programma. Hoewel meerdere deelnemers aangaven dat hun post-COVID-klachten in ernst gelijk bleven, rapporteerden zij beter te weten hoe hiermee om te gaan in het dagelijks leven.

Discussie

In dit pre-postonderzoek gingen we na of er een relatie bestaat tussen deelname aan de groepsbehandeling en veranderingen in neurocognitief functioneren, psychische klachten en kwaliteit van leven bij patiënten met post-COVID. Tussen de voor- en nameting vonden we een significante verbetering in de inprenting van verbaal geheugen en een afname van psychische klachten, terwijl de kwaliteit van leven en andere cognitieve domeinen geen significante verbetering lieten zien.

Dit is één van de eerste onderzoeken naar het effect op neurocognitief functioneren bij patiënten met post-COVID na een gecombineerde behandeling gericht op zowel cognitieve belastbaarheid als cognitieve revalidatie.18 Hoewel de resultaten voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd vanwege het ontbreken van een controlegroep, wijzen deze op een samenhang tussen deelname aan het programma en verbeteringen in het verbale geheugen en psychische klachten.

Effect op psychische klachten

Opvallend was de significante afname in psychische klachten, aangezien de inhoud van het programma hier niet specifiek op gericht was. Dit kan klinisch betekenen dat de interventies indirect verband hielden met psychisch functioneren bij post-COVID en daardoor breed inzetbaar zijn bij psychische klachten.

Een verklaring voor het significante verband tussen de interventie en de psychische klachten zou kunnen liggen in het lotgenotencontact tijdens het programma, wat door meerdere deelnemers werd benoemd als een waardevol en ondersteunend element van de behandeling. Dit blijkt ook uit een eerdere studie onder patiënten met post-COVID, waarin werd gevonden dat begrip en een luisterend oor voor patiënten zeer belangrijk waren.19

Tijdens de eindevaluatiegesprekken gaven veel deelnemers aan dat zij door het behandelprogramma beter wisten hoe ze met hun post-COVID-klachten konden omgaan. Op basis hiervan werd een significante verbetering op het domein ‘kwaliteit van leven’ verwacht. In de resultaten werd echter geen statistisch significant verschil gevonden.

Cognitieve effecten

Betreffende het ontbreken van significante verschillen op de andere cognitieve domeinen is een mogelijke verklaring dat de module cognitieve revalidatie vooral gericht was op het aanleren van geheugenstrategieën. Hierbij was minder aandacht voor andere cognitieve functies. Dit komt overeen met resultaten uit eerder onderzoek, waarbij een revalidatieprogramma werd aangeboden. Hierbij werd gevonden dat behandeling een positief effect had op het verminderen van depressieve klachten, maar niet op het verbeteren van cognitieve functies.20

Beperkingen

Ondanks de relevante bevindingen heeft ons onderzoek enkele beperkingen bij de interpretatie van de resultaten. Vanwege het ontbreken van een controlegroep kunnen we geen uitspraak doen over een causaal verband. We konden niet vaststellen of de verbeterde score op de inprenting van het verbale geheugen en de vermindering in psychische klachten werden veroorzaakt door het behandelprogramma, of door andere factoren, zoals spontaan herstel of omstandigheden buiten de behandeling.

Dit onderzoek moet worden gezien als een pilotstudie, waarbij het ontbreken van een controlegroep samenhing met het oorspronkelijke doel van het programma. Dit was primair gericht op het ontwikkelen van een passende interventie voor patiënten met post-COVID. Ten tijde van de opzet van het programma was weinig bekend over behandelmogelijkheden bij post-COVID.

De steekproef is klein, wat de statistische kracht van de analyses heeft beperkt en mogelijk heeft bijgedragen aan het uitblijven van significante effecten op sommige uitkomstmaten. Daarnaast is in dit onderzoek sprake van multipele tests, wat de kans op fout-positieve bevindingen vergroot. De bevindingen dienen dan ook met voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd en bevestiging in grotere steekproeven is wenselijk.

Ook is de generaliseerbaarheid van de resultaten mogelijk verminderd: zo was het gemiddelde opleidings­niveau van de deelnemers hoog en werkte ongeveer de helft van hen in de ggz. Deelnemers die werkzaam waren in de ggz hadden mogelijk bij aanvang van het behandelprogramma al meer kennis van de aangeboden interventies. Ook konden deelnemers die ondanks meerdere pauzes niet anderhalf uur lang belastbaar waren niet meedoen aan het programma.

Enkele deelnemers ontvingen gelijktijdig behandeling elders voor psychische klachten, of startten tijdens het programma met medicamenteuze behandeling, zoals SSRI’s, wat van invloed kan zijn geweest op de ervaren klachten. Bij de meeste deelnemers werd een lopende behandeling onderbroken voor het post-COVID-behandelprogramma vanwege beperkte belastbaarheid.

Tot slot werd binnen een relatief korte tijdspanne tweemaal een neuropsychologische testbatterij afgenomen. Ondanks het gebruik van alternatieve (B-)versies waar mogelijk, kunnen we een leereffect op de testscores niet geheel uitsluiten.

Conclusie

Gezien de beperkte behandelmogelijkheden voor post-COVID suggereren de bevindingen, ondanks de genoemde beperkingen, dat deze gecombineerde interventies een relevante aanvulling kunnen vormen in de klinische praktijk. Tegelijkertijd is vervolgonderzoek nodig om te bepalen in hoeverre deze interventies daadwerkelijk bijdragen aan cognitief en psychisch herstel. Uit de evaluatiegesprekken kwam naar voren dat deelnemers groepsbehandeling waarderen, ondanks het risico op overprikkeling. Dit vormt een praktische aanbeveling, maar vraagt eveneens verdere wetenschappelijke onderbouwing om te bepalen of groepsaanpak effectiever is dan individuele behandeling.

Wij verrichtten een eerste exploratief onderzoek. Voor toekomstig onderzoek zou een andere opzet, zoals een cohortonderzoek of een RCT, wenselijk zijn om een mogelijk causaal verband te kunnen vinden tussen behandeling gericht op cognitieve belastbaarheid en het neurocognitief en psychisch functioneren van mensen met post-COVID.

Literatuur

1 Pascarella G, Strumia A, Piliego C, e.a. COVID-19 diagnosis and management: a comprehensive review. J Intern Med 2020; 288: 192-206.

2 Rahman J, Muralidharan A, Quazi SJ, e.a. Neurological and psychological effects of coronavirus (COVID-19): An overview of the current era pandemic. Cureus 2020; 12: e8460.

3 WHO WHO. Post COVID-19 condition (Long COVID) 2022. www.who.int/europe/news-room/fact-sheets/item/post-covid-19-condition.

4 Surapaneni KM, Singhal M, Saggu SR, e.a. A scoping review on long COVID-19: physiological and psychological symptoms post-acute, long-post and persistent post COVID-19. Healthcare (Basel) 2022; 10.

5 Van Rosmalen D, Remmers N, Blauw Research bv. Behoeftes van post COVID-patiënten: Rapport over kwalitatief communicatieonderzoek naar de ondersteuning die het ministerie van VWS kan bieden aan post COVID-patiënten op het gebied van communicatie. Rotterdam: Blauw Research; 2022. https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/ronl-df8ebbfe8e159ec3c5e7001dc1f4254360d06aa8

6 Lai YJ, Liu SH, Manachevakul S, e.a. Biomarkers in long COVID-19: A systematic review. Front Med (Lausanne) 2023; 10: 1085988.

7 Castanares-Zapatero D, Chalon P, Kohn L, e.a. Pathophysiology and mechanism of long COVID: a comprehensive review. Ann Med 2022; 54: 1473-87.

8 Warnaerts N, Beeckmans K, Morrens M, e.a. Stoornissen in neurocognitieve functies bij patiënten met long COVID: een systematische review. Tijdschr Psychiatr 2024; 66: 12-8.

9 Sampogna G, Di Vincenzo M, Giallonardo V, e.a. The psychiatric consequences of long-COVID: A scoping review. J Pers Med 2022; 12.

10 Carlile O, Briggs A, Henderson AD, e.a. Impact of long COVID on health-related quality-of-life: an OpenSAFELY population cohort study using patient-reported outcome measures (OpenPROMPT). Lancet Reg Health Eur 2024; 40: 100908.

11 Marsh NV, Ludbrook MR, Gaffaney LC. Cognitive functioning following traumatic brain injury: A five-year follow-up. NeuroRehabilitation 2016; 38: 71-8.

12 Delmonico RL, Theodore BR, Sandel ME, e.a. Prevalence of depression and anxiety disorders following mild traumatic brain injury. PM R 2022; 14: 753-63.

13 von Steinbuchel N, Wilson L, Gibbons H, e.a. Quality of Life after Brain Injury (QOLIBRI): scale validity and correlates of quality of life. J Neurotrauma 2010; 27: 1157-65.

14 Hypher R, Brandt AE, Skovlund E, e.a. Metacognitive strategy training versus psychoeducation for improving fatigue in children and adolescents with acquired brain injuries: A randomized controlled trial. Neuropsychology 2022; 36: 579-96.

15 Chuaykarn U, Thato R, Crago EA. Nonpharmacological interventions to improve the cognitive function among persons with traumatic brain injury: A systematic review. J Nurs Scholarsh 2024; 56: 653-63.

16 Keijmel SP, Delsing CE, Bleijenberg G, e.a. Effectiveness of long-term doxycycline treatment and cognitive-behavioral therapy on fatigue severity in patients with Q fever fatigue syndrome (Qure Study): A randomized controlled trial. Clin Infect Dis 2017; 64: 998-1005.

17 Verwijk E, Geurtsen GJ, Renssen JWA, e.a. Aanbevelingen voor het monitoren van cognitieve gevolgen bij post-IC COVID-19 patiënten. Neuropsychologische testbatterij en follow-up protocol. 2020. www.lvmp.nl/wp-content/uploads/2020/05/Monitoring-COVID-19-patienten.vs2_.1.01052020-1.pdf.

18 Weix NM, Shake HM, Duran Saavedra AF, e.a. Cognitive interventions and rehabilitation to address long-COVID symptoms: a systematic review. OTJR (Thorofare N J) 2026; 46: 74-95.

19 Seers K, Nichols VP, Bruce J, e.a. Qualitative evaluation of the Rehabilitation Exercise and psycholoGical support After COVID-19 InfectioN (REGAIN) randomised controlled trial (RCT): ‘you are not alone’. BMJ Open 2025; 15: e085950.

20 Gaudreau-Majeau F, Gagnon C, Djedaa SC, e.a. Cardiopulmonary rehabilitation’s influence on cognitive functions, psychological state, and sleep quality in long COVID-19 patients: A randomized controlled trial. Neuropsychol Rehabil 2025; 35: 345-61.

NOOT

N. den Hoed (ggz-agoog), M. Jansen (SPV), L. Mirck, D. van der Burg en L. van Impelen (GZ-psychologen), J. Schuurman, M. Pellemans, R. Jansen, R. Van der Veen, L. Nemeth en D. Andeweg (psychologen) en P. Rohrbach (postdoc onderzoeker), boden het behandelprogramma aan, namen de cognitieve screenings af of assisteerden bij het schrijven van dit artikel.

Download PDF
Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Authors

Simone Nieuwland, gz-psycholoog, Parnassia Groep, Antes Expertisecentrum NAH en Neuropsychiatrie, Rotterdam.

Els Dijkers, ggz-agoog, Parnassia Groep, Antes Expertisecentrum NAH en Neuropsychiatrie, Rotterdam.

Mathijs Deen, statisticus/methodoloog, Parnassia Groep, Parnassia Groep Academie, Den Haag; Universiteit Leiden, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Instituut Psychologie, sectie Methodologie & Statistiek, Leiden.

Nanda Reedeker, psychiater, Parnassia Groep, Antes Expertisecentrum NAH en Neuropsychiatrie, Rotterdam.

Correspondentie

Simone Nieuwland (s.nieuwland@parnassiagroep.nl).

 

Geen strijdige belangen gemeld.

 

Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 8-5-2026.

Citeren

Tijdschr Psychiatr. 2026;68(06):274-280

Published by the Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie on behalf of the Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie and the Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie