Wetenschappelijk tijdschrift voor psychiaters, artsen in opleiding tot psychiater en andere geïnteresseerden
  • EN
  • NL
Tijdschrift voor Psychiatrie
  • Tijdschrift
  • Terug naar hoofdmenu
    New articles Current issue Previous issues Special issues Book reviews
    Auteursrichtlijnen Over het tijdschrift Redactie Abonnementen Colofon Adverteren
    Current issue
    Nummer 6 / 2026 Jaargang 68
    Tijdschrift voor Psychiatrie
    6 / 2026

    Current issue
  • Accreditatie
  • Meetinstrumenten
  • Vacatures
Edit
  • EN
  • NL
  1. Home
  2. Artikelen
  3. Antwoord aan Beukema, Mennen e.a. en Van B...
Letter to the editor

Antwoord aan Beukema, Mennen e.a. en Van Balkom e.a.

J. Zinkstok, J. van Gurp, D.H.M. Creemers, S.M.P. van Veen

Wij danken Beukema, Mennen e.a. en Van Balkom e.a. voor hun waardevolle bijdragen waarin zij kanttekeningen plaatsen bij ons essay.

Dit essay is tot stand gekomen na een periode van verhitte discussies in de media. Graag wilden we een constructieve bijdrage aan het discours leveren via het Tijdschrift voor Psychiatrie, het openbare en wetenschappelijke platform van onze beroepsgroep. Het essay is geen sluitstuk, maar heeft als doel om het gesprek te hervatten. Aanvullende perspectieven zoals die naar voren komen in de ingezonden brieven stellen we dan ook zeer op prijs.

We realiseren ons dat we woorden hebben gekozen (zoals ‘nu niet’ en ‘vertragen en verdragen’) die anders zijn opgevat dan onze bedoeling was. Uiteraard realiseren we ons hoezeer deze jongeren en hun ouders vaak al jaren in de ggz achter de rug hebben waarin ze moesten wachten en verdragen.

Waarom dan toch de woorden ‘nu niet’?

Met name bij jongeren met ernstige psychiatrische aandoeningen en persisterende suïcidaliteit kan een escalerende dynamiek ontstaan waarbij crises en op veiligheid gerichte kortdurende dwangbehandelingen elkaar steeds sneller opvolgen.1 Binnen deze context kan bijvoorbeeld een anders kansrijke en passende psychotherapie ook kansloos falen. Patiënten, naasten en (dienstdoende) hulpverleners kunnen hierin worden meegezogen en collectief neemt de wanhoop toe. Een euthanasieverzoek kan onderdeel worden van deze neerwaartse spiraal.

Het idee achter de woorden ‘nu niet’ is niet om euthanasietrajecten te ‘pauzeren’ of om ‘vertragingstactieken’ toe te passen. Het idee is dat van hulpverleners verwacht mag worden dat ze zich bewust zijn van deze potentiële dynamiek. Dit houdt in dat ze reflecteren op de druk die kan ontstaan om tot snelle oplossingen te komen en dat ze, ondanks die druk, ruimte creëren voor bezinning en positiebepaling.

Ons voorstel is ook niet om een ‘leeftijdsgrens’ te introduceren. Dit zou in strijd zijn met de Nederlandse wetgeving die euthanasie mogelijk maakt voor jongeren van 12 jaar en ouder, zoals Mennen e.a. terecht opmerken. Wel wijzen we op de bijzondere omstandigheden bij jongeren.

En waarom de woorden ‘vertragen en verdragen’?

Deze oproep is dus met name gericht op behandelaren, niet aan jongeren en naasten. Vanuit de in het voorgaande beschreven optiek kan een periode van vertragen en verdragen namelijk als redelijk alternatief voor euthanasie worden gezien. Deze strategie kenmerkt zich door het bevorderen van autonomie, het bespreekbaar houden van de doodswens en euthanasie, het bieden van continuïteit en nabijheid, en het tijdelijk pauzeren van zoeken naar nieuwe intensieve curatieve behandelopties. Een uitkomst van deze fase kan zijn dat euthanasie de beste en/of enige handelingsoptie is.

Uitzichtloosheid

De studie waaraan Mennen e.a. refereren, betreft niet de SUNSET-studie, maar een retrospectieve dossierstudie waarin auteurs een groep jonge mensen (n = 12) beschrijven die tussen 2012 en 2021 zijn overleden door euthanasie vanwege uitzichtloos en ondraaglijk psychisch lijden.2 Mennen e.a. en Van Balkom e.a. stellen terecht dat deze mensen ondanks hun jonge leeftijd een lange voorgeschiedenis van behandelingen in de ggz hadden, zonder (voldoende) verbetering.

Een kanttekening is dat het hier gaat om een relatief zeer kleine groep overleden jongeren. Zij maken slechts een paar procent uit van een veel grotere groep jongeren (n = 353 in dezelfde periode) die verzoeken om euthanasie vanwege psychisch lijden. Die laatste groep zien behandelaren (aan wie dit essay gericht is) in de spreekkamer. Ongeveer de helft van de aanvragers trekt hun euthanasieverzoek op een later moment weer in. De behandelvoorgeschiedenis van de grote groep aanvragers is niet eerder systematisch in kaart gebracht. Precies hier richten de SUNSET-onderzoekers zich op; de resultaten zijn nog niet bekend.

Cijfers

Van Balkom e.a. merken terecht op dat het aantal uitgevoerde euthanasieën bij jongeren tot 25 jaar klein is. De cijfers die zij noemen, waren nog niet beschikbaar bij het schrijven van het essay, dus we zijn blij deze nu mee te kunnen nemen. Allereerst valt ons inderdaad ook op dat de euthanasiemeldingen van mensen onder de 25 geen duidelijk opwaartse trend tonen tussen 2021 en 2025. Deze nieuwe cijfers nuanceren de veel gerapporteerde stijging die tussen 2020 en 2024 wel zichtbaar is bij jongeren onder de 30. Ten tweede zien we inderdaad in beide leeftijdsgroepen een duidelijke daling in 2025 ten opzichte van 2024. Het is belangrijk om deze trend de komende jaren in de gaten te houden.

Effectiviteit van behandelingen

Van Balkom e.a. stellen dat er geen evidentie is dat behandeling die eerder ineffectief is, later wel werkt. We hadden moeten specificeren dat we bedoelden dat de in het voorgaande door ons beschreven neerwaartse spiraal curatieve behandeling onmogelijk kan maken. De ervaring leert dat de situatie van jongeren kan stabiliseren, waardoor de eerder geprobeerde behandelingen een betere kans van slagen hebben. In hoeverre dit voor deze specifieke patiëntengroep geldt, is inderdaad nog nooit wetenschappelijk onderzocht.

Tot slot

Net als de NVvP-richtlijn ‘Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis’ benadrukken ook wij als hoofdauteurs van het essay dat euthanasieverzoeken van jongeren altijd serieus moeten worden genomen, en dat een open gesprek en zorgvuldige afweging nodig zijn. Iedere psychiater in Nederland zou zo’n gesprek moeten en kunnen aangaan.

Tot slot en ten overvloede zijn we als auteurs terughoudend als het gaat om euthanasie bij jongeren, maar tegelijk zijn we van mening dat euthanasie soms de minst onmenselijke uitkomst kan zijn. We realiseren ons ook dat de ggz soms faalt voor jongeren die juist het meest kwetsbaar zijn. Het open gesprek met jongeren, ouders en nabestaanden is essentieel; het perspectief van de geleefde ervaring moet worden meegenomen in de visievorming over dit complexe onderwerp. Tegelijk verplicht de mogelijkheid van euthanasie ons maatschappelijk tot het organiseren van goede psychiatrische zorg voor jongeren.

Literatuur

1 Koppel M van de, Mérelle SYM, Stikkelbroek YAJ, e.a. Behandelbeleid bij vrouwelijke adolescenten gegijzeld door chronische suïcidaliteit. Tijdschr Psychiatr 2022; 64: 214-9.

2 Schweren LJS, Rasing SPA, Kammeraat M, e.a. Requests for medical assistance in dying by young Dutch people with psychiatric disorders. JAMA Psychiatry 2025; 82: 246-52.

Download PDF
Twitter Facebook LinkedIn Mail WhatsApp

Authors

Janneke Zinkstok, (kinder- en jeugd)psychiater en universitair hoofddocent, afd. Psychiatrie, Radboudumc, Nijmegen en Karakter kinder- en jeugdpsychiatrie, Nijmegen.

Jelle van Gurp, universitair hoofddocent Ethiek van de Gezondheidszorg, Radboudumc, Nijmegen.

Daan Creemers, klinisch psycholoog en bijzonder hoogleraar, GGZ Oost-Brabant, afd. Depressie Expertise Centrum Jeugd en Radboud Universiteit, BSI, Nijmegen.

Sisco van Veen, psychiater, GGZ inGeest en postdoctoraal onderzoeker, afd. Psychiatrie, Amsterdam UMC en 113 zelfmoordpreventie, Amsterdam.

Correspondentie

Janneke Zinkstok (Janneke.Zinkstok@radboudumc.nl).

Citeren

Tijdschr Psychiatr. 2026;68(06):335-336

Published by the Stichting Tijdschrift voor Psychiatrie on behalf of the Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie and the Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.

Over TvP

Over het tijdschrift Redactie Auteursrichtlijnen Colofon
Abonnementen Abonnee worden Adverteren

Contact

Redactiebureau Tijdschrift voor Psychiatrie
drs. S.L. (Lianne) van der Meer
Telefoon: 030 899 00 80
info@tijdschriftvoorpsychiatrie.nl

Copyright

Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor de inhoud van de onder auteursnaam opgenomen artikelen of van de advertenties. Niets uit dit tijdschrift mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

© copyright 2026 Tijdschrift voor Psychiatrie