Reactie op: ‘Jongeren met een euthanasieverzoek op grond van psychisch lijden: ‘nu niet’ als uitgangspunt’ (3)
Zinkstok e.a. proberen in hun essay ‘Jongeren met een euthanasieverzoek op grond van psychisch lijden: ‘nu niet’ als uitgangspunt’ genuanceerd antwoord te geven op de vraag hoe ggz-hulpverleners zorgvuldig om kunnen gaan met een euthanasieverzoek van jongvolwassenen in hun praktijk.1 Zij introduceren in het artikel een ‘nu niet’-benadering als uitgangspunt voor hulpverleners.
Wij hebben het artikel gelezen als aansporing voor ggz-hulpverleners het euthanasieverzoek serieus met hun patiënten te bespreken. Van de patiënten die zich bij Expertisecentrum Euthanasie aanmelden, horen we dat veel hulpverleners dit niet willen of kunnen. De wens om niet meer te hoeven lijden door te kiezen voor de dood is bij onze patiënten ingegeven doordat de keten aan behandelingen die zij hebben ondergaan niet geleid heeft tot verbetering van hun symptomen.
In het artikel stellen auteurs dat de behandelgeschiedenis van jonge hulpvragers niet lang kan zijn. Patiënten die zich bij het expertisecentrum aanmelden, hebben echter vaak een behandelgeschiedenis die meer dan de helft van hun jonge leven beslaat, vaak meer dan 15 jaar. We zien jonge hulpvragers bij wie in de jeugd vaak affectieve verwaarlozing plaatsvond, dikwijls gecombineerd met langdurige fysieke en seksuele traumatisering. Al vroeg in hun leven zijn deze jongeren geconfronteerd met kinderbescherming, jeugdzorg, kinderpsychiatrie en vaak uithuisplaatsing. In de puberteit ontstonden symptomen als suïcidepogingen, dissociatie, automutilatie, emotionele instabiliteit en vlucht in drugs en/of alcohol, eetklachten, angsten en stemmingsklachten.
De auteurs stellen dat herhaling van een eerdere ineffectieve behandeling op latere leeftijd, na volledige ontwikkeling van het brein, een betere kans van slagen heeft. De auteurs vermelden geen referentie bij deze uitspraak. Ons is geen onderzoek bekend dat deze stelling steunt. Geen van de richtlijnen geeft een dergelijk advies.
Het onderzoek dat het expertisecentrum instelt na aanmelding beslaat maanden tot jaren. De wilsbekwaamheid wordt meermalen in een langdurig traject door meerdere hulpverleners beoordeeld. Altijd vindt overleg plaats met familie, huisarts en ggz-hulpverleners. De huidige wetgeving biedt ruim voldoende waarborgen om bij een euthanasieverzoek vanwege psychisch lijden tot een zorgvuldig oordeel te kunnen komen. Het expertisecentrum helpt psychiaters hier graag bij, met nascholing en ondersteuning door de consulent euthanasie.
Zinkstok e.a. geven cijfers die omineus lijken: er zou een toename plaatsvinden van aanmelding door jonge hulpvragers. Inderdaad is er in de eerste jaren een toename van het aantal aanmeldingen te zien geweest. Dit is vermoedelijk een implementatie-effect van de richtlijn: gaandeweg is meer bekendheid ontstaan over de mogelijkheid van euthanasiezorg bij psychische stoornissen. De toename lijkt de laatste jaren te stabiliseren. Landelijke cijfers van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) laten zien dat het aantal euthanasie-uitvoeringen bij patiënten tot 25 jaar klein is en redelijk stabiel blijft. In de periode 2021-2025 vonden respectievelijk 6, 4, 8, 13 en 7 uitvoeringen plaats.2
Door de tijd die het expertisecentrum neemt om euthanasievragen te onderzoeken resulteert 96% van de aanmeldingen van jonge hulpvragers niet in euthanasie. Bij de helft van de aangemelde jonge hulpvragers verdwijnt de euthanasievraag tijdens een serie open en niet veroordelende gesprekken met artsen en verpleegkundigen van het expertisecentrum over dood, euthanasie, religie, behandelalternatieven, hoop en toekomst. De andere helft van de aanvragers voldoet niet aan de wettelijke eisen.
We hopen dat het artikel van Zinkstok e.a. een handvat kan zijn voor hulpverleners die hierom verlegen zitten, zodat het de deur opent voor het gesprek over euthanasie met hun jonge patiënten. Expertisecentrum Euthanasie wil over euthanasiezorg genuanceerd in gesprek blijven met behandelaars, patiënten en hun naasten vanuit een open houding, waarbij meer perspectieven dan alleen de dood als oplossing voor ervaren lijden, bespreekbaar moeten blijven.
Literatuur
1 Zinkstok J, van Gurp J, Hein I, e.a. Jongeren met een euthanasieverzoek op grond van psychisch lijden: ‘nu niet’ als uitgangspunt’ Tijdschr Psychiatr 2026; 68: 183-8.
Authors
Ton van Balkom, Gertie Casteelen, Frits Oostervink, Paulan Stärcke, Jurre Weersma, psychiaters, Expertisecentrum Euthanasie.
Correspondentie
Ton van Balkom
(t.vanbalkom@expertisecentrumeuthanasie.nl).
Geen strijdige belangen gemeld.
Citeren
Tijdschr Psychiatr. 2026;68(06):334-334