Home

Tvp20 07omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 58 (2016) 3, 215 - 222

Essay

De neurotrofe hypothese van depressie

B.A.A. Bus, M.L. Molendijk

achtergrond De neurotrofe hypothese stelt dat neuronale plasticiteit een belangrijke rol speelt in het ontstaan van een depressieve stoornis en de klinische respons op antidepressiva. De stof brain-derived neurotrophic factor speelt hierin een centrale rol.
doel Een overzicht geven van de wetenschappelijke stand van zaken omtrent de neurotrofe hypothese van depressie. Methode Een literatuurstudie met PubMed.
resultaten Bij patiënten met een depressieve stoornis wordt consistent een lagere serumwaarde bdnf gevonden in vergelijking met een controlegroep zonder depressie. Open-labelbehandelstudies met antidepressiva laten ook zien dat de serumwaarde bdnf significant hoger is na de behandeling in vergelijking met vóór de behandeling. Longitudinale analyse van een grootschalige naturalistische cohortstudie toont echter aan dat de serumwaarde bdnf vooral laag wordt als gevolg van depressie.
conclusie Deze bevindingen suggereren dat de neurotrofe hypothese van depressie complexer is dan aanvankelijk gedacht. Waar dierexperimenteel onderzoek een verband laat zien tussen het ervaren van stress, een verminderde bdnf-expressie in het brein en gedrag dat op depressie lijkt, is het bij mensen aannemelijk dat depressie, of het voortduren ervan, de serumwaarde bdnf verlaagt.

trefwoorden antidepressiva, depressie, neurotrofe hypothese