Home

Tvp20 05 omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 55 (2013) 7, 562 - 563

2012 138 gotink opt

Geschiedenis van de Psychiatrie

Beweging in de ggz. Van antipsychiatrie tot protocol

Gotink, W.

Koninklijke Van Gorcum, Assen 2012 123 pagina’s, isbn 978-90-232-4851-4, € 22,75

In een goed leesbaar boekje geeft Gotink zijn perceptie van de ontwikkelingen in de ggz van de laatste 35 jaar. Daartoe heeft de auteur een twintigtal bekenden met de ggz geïnterviewd. Hun namen staan vermeld, maar zonder hun professie of specifieke deskundigheid. Hun visies komen niet terug als citaten. De literatuur wordt per hoofdstuk vermeld, zonder dat in de tekst citaten of verwijzingen worden gedaan. Zo ontstaat een betoog van de auteur.

Hij behandelt eerst in tien bladzijden de psychiatrische zorg vanaf de middeleeuwen tot 1975. Het tweede hoofdstuk neemt de episode van 1975 tot 2000. In vijftig pagina’s passeren de antipsychiatrie, opkomst en ondergang van de regionale instelling voor ambulante geestelijke gezondheidszorg (riagg), de financiering van de ggz, de extramuralisering, de cliëntenbeweging, professionalisering, visies en wetgeving rond gedwongen opname en behandeling, separeergebruik en preventie. Het volgende grote hoofdstuk (20 pagina’s) behandelt aan de hand van zeven zieketebeelden niet alleen de ontwikkeling van diagnostiek en behandeling, maar ook de invloed van de maatschappelijke ontwikkelingen op die ziektebeelden en de behandeling. Ten slotte is er een hoofdstuk over het nieuwe millenium, met nieuwe financiering en digitalisering.

Al deze onderwerpen worden met sterk wisselende diepgang en onderbouwing behandeld, waarbij de auteur op veel plaatsen zijn eigen oordeel niet onder stoelen of banken steekt. Het is een impressionistische benadering van de geschiedenis van de ggz, populairwetenschappelijk, een aaneenschakeling van columns. De auteur geeft aan geen volledigheid na te streven. Maar het boek houdt wel steeds de pretentie van een doorwrochte geschiedschrijving en analyse. En dan is het hinderlijk dat er veel onjuistheden in de tekst sluipen. Daarbij komt de oppervlakkigheid: wie in zo weinig tekst zoveel wil behandelen, doet alle onderwerpen uiteindelijk tekort. Dat komt de beeldvorming van de ggz niet ten goede.

Voor wie is dit boek nu geschikt of nuttig? In opleidingen van ggz-professionals zou ik het niet willen adviseren wegens te weinig diepgang en onderbouwing. Maar voor veel ggz-werkers kan het aardig zijn dit te lezen. Lees het dan als een reisverslag van een ggz-professsional, meer dan dertig jaar werkend in de ggz, die serieus heeft gepoogd de ontwikkelingen in die sector te plaatsen en de zin en onzin van ontwikkelingen te peilen. Zo’n verslag roept herkenning op en dan is een zekere oppervlakkigheid ook niet meer zo erg. Dan word je ook nieuwsgierig naar de lessen die de auteur trekt voor de ggz: waar het heen gaat, wat hij voorziet of zelfs adviseert. Helaas ontbreekt die slotbeschouwing.

R. van Veldhuizen