Home

Omslag 2020 10 kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 7, 522 - 523

Managing self harm

Persoonlijkheid en persoonlijkheidsstoornissen

Managing Self-Harm. Psychological Perspectives

Motz, A. (Red.)

Routledge, East Sussex 2009 232 pagina 's, ISBN 978-1-58391-705-3, $34,95

In dit boek tracht men self-harm of zelfbeschadiging, gedefinieerd als ‘zichzelf intentioneel fysiek letsel toebrengen zonder de intentie om zichzelf van het leven te benemen’, te beschrijven en te verklaren vanuit een (voornamelijk) psychodynamisch en gehechtheidstheoretisch kader. Het boek is geschreven voor patiënten, hulpverleners en familieleden. In het eerste deel wordt stilgestaan bij de betekenis van zelfbeschadiging. Zelfbeschadiging wordt beschouwd als non-verbaal gedrag en als een cry for help. De dialectiek van zelfbeschadiging wordt in de eerste twee hoofdstukken duidelijk geïllustreerd: ‘beschadigen om te helen’, ‘dader en slachtoffer zijn’, ‘hulp vragen en afgewezen worden’. Omgaan met deze dialectiek is een belangrijke opgave in de behandeling. In het tweede deel beschouwt men zelfbeschadiging in de ruimere sociale context. Scanlon en Adlam (hoofdstuk 3) verzetten zich tegen de term ‘deliberate’ of ‘opzettelijke’ zelfbeschadiging, zij leggen de verantwoordelijkheid voor de zelfbeschadiging niet bij de patiënt, maar in de samenleving. In de hoofdstukken 4 en 5 staat het verband tussen zelfbeschadiging en hechting centraal. Veel patiënten kennen een geschiedenis van traumatische relaties, die herhaald wordt door de patiënt zelf (zelfbeschadiging) en/of door de omgeving (inclusief hulpverlening). Het aangaan van een vertrouwensrelatie is dan ook een cruciaal punt in de behandeling. In deel drie worden verschillende aspecten van de hulpverlening besproken in psychiatrische en forensische settings voor vrouwen. Kleinot (hoofdstuk 6) stelt dat de patiënt moet leren overschakelen van ‘wonden’ naar ‘woorden’ in een veilige sociale context. Lawday (hoofdstuk 8) beschrijft het belang van een motiverende en een integratieve aanpak en Greenwood (hoofdstuk 7) benadrukt het gevaar van comorbiditeit, waarbij de ene vorm van zelfbeschadiging de andere vervangt. Ook wijst deze op het gevaar van het afbouwen van de behandeling: activatie van het schema ‘verwerping’. Grocutt (hoofdstuk 9) ten slotte beschrijft helpende factoren voor het afbouwen van zelfbeschadiging. In hoofdstuk 10 volgt een samenvatting. Dit boek biedt een interessante invalshoek op zelfbeschadiging vanuit een psychodynamische en gehechtheidstheoretische invalshoek, en onderscheidt zich hier van de vele handboeken over zelfbeschadiging die voornamelijk intrapsychische processen centraal stellen vanuit een gedragstheoretische benadering (bijv. Claes & Vandereycken 2007). Het is echter verwonderlijk dat in geen enkele bijdrage verwezen wordt naar de internationale autoriteit op het vlak van zelfverwonding, Matthew Nock, die in 2009 een state-of-the-artboek publiceerde over zelfverwonding.

L. Claes