Home

Omslag 2020 10 kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 4

Symposia

Een nieuwe as II voor de DSM-V? Persoonlijkheidsdiagnostiek in perspectief

T.J.M. Ingenhoven, J.G. Berghuis

S-2

achtergrond De diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen heeft zich de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Met de dsm-v op komst is persoonlijkheidsdiagnostiek verfijnder geworden.
doel Een integratief diagnostisch referentiekader bieden waarbinnen een plaatsbepaling mogelijk is voor uiteenlopende theoretische modellen en hun bijbehorende diagnostische instrumenten.
methode Bij deze casusbespreking wordt een integratief diagnostisch referentiekader gepresenteerd waarbinnen de verschillende instrumenten en methoden gewogen kunnen worden ten aanzien van hun theoretische en conceptuele achtergronden, empirische onderbouwing en klinische toepasbaarheid. Deelnemers worden actief betrokken in het ontvouwen van de casus vanuit verschillende perspectieven en op basis van uiteenlopende informatiebronnen.
resultaten De behandeling van een 50-jarige onderwijzer (gehuwd, drie kinderen) stagneert na meer dan een jaar individuele psychotherapie. Stoppen? Gewoon langer doorgaan? Intensievere behandeling? Wat kunnen de verschillende diagnostische referentiekaders en instrumenten bijdragen aan het proces van diagnostiek, indicatiestelling en zorgtoewijzing? Naast gebruikelijke klinische diagnostische informatie komen onder andere aan bod: —— Diagnostische interviews: Structured Clinical Interview for dsm-iv Axis II Disorders (scid-ii), Structurele Interview (Kernberg), Ontwikkelingsprofiel (Abraham); —— Persoonlijkheidsvragenlijsten: persoonlijkheidstrekken en dimensies (Minnesota Multiphasic Personality Inventory-2 (mmpi-2), Revised neo Personality Inventory (neo-pi-r), dappbq, sipp), dynamische variabelen (ipo, nvm), cognitieve schema's (ysq). Een gedegen psychodiagnostisch onderzoek vergt niet alleen een grote tijdsinvestering, maar vereist tevens een hoge mate van scholing en expertise. Waar convergeren de verschillende methoden? Waar lopen ze juist uiteen? Wat is de unieke bijdrage van de verschillende instrumenten en methoden? Wat voorspellen ze over wat ons te wachten staat tijdens de behandeling? Wat zijn realistische doelstellingen ten aanzien van psychotherapie die eruit te destilleren zijn?
conclusie Voor de diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen en persoonlijkheidsproblematiek zijn uiteenlopende theoretische referentiekaders voorhanden met bijbehorende interviews en vragenlijsten. Door middel van interpretatie van informatie kan worden gezocht naar de cruciale beslismomenten om tot een juiste diagnostische formulering te komen. De conclusie is dat state-of-the-art diagnostiek van persoonlijkheidspathologie is gebaat bij de integratie van informatie binnen een multiconceptuele en multi-instrumentele werkwijze.

Literatuur

Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ (2008). Multidisciplinaire Richtlijn persoonlijkheidsstoornissen. Utrecht: Trimbos-instituut (www.ggzrichtlijnen.nl).