Reactie op: ‘Jongeren met een euthanasieverzoek op grond van psychisch lijden: ‘nu niet’ als uitgangspunt’ (1)
Als Stichting In liefde laten gaan hebben wij intensief contact met naasten. We horen aangrijpende verhalen van jongeren die jarenlang therapieën hebben gevolgd, opnames hebben doorstaan en alles hebben geprobeerd. Ouders die uiteindelijk meebewegen met de euthanasiewens van hun kind, niet omdat zij opgeven, maar uit liefde en uit het besef dat hun kind ondraaglijk lijdt.
Het idee om jongeren met een euthanasieverzoek tijdelijk af te remmen met een reactie als ‘nu niet’, zoals voorgesteld in het essay van Zinkstok e.a.,1 voelt voor ons niet alleen ontoereikend, maar ook pijnlijk. Juist deze jongeren hebben ons nodig in het contact: dat zij zich gehoord en serieus genomen voelen. Een uitstelreactie kan al snel voelen als afwijzing, terwijl zij vaak al jarenlang leven met een diep gevoel van eenzaamheid en niet gezien worden.
We ontvangen als stichting regelmatig signalen van ouders dat wanneer hun kind zicht niet gehoord voelt, de wanhoop toeneemt met als gevolg mogelijk risicovol gedrag. Dat maakt het des te urgenter om hier zorgvuldig én menselijk mee om te gaan.
Onze conclusie is helder: een instelling van ‘nu niet’ kunnen we niet maken richting hulp vragende jongeren. Zij verdienen een open, eerlijk en betrokken gesprek, geen vertragingstactiek. Het zijn de hulpverleners die vertragen, terwijl de jongere moet verdragen: het ondraaglijke lijden, dag in, dag uit. Ook naasten verdragen mee, terwijl zij hun kind zien worstelen met een leven dat niet meer te leven is.
In hun essay stellen Zinkstok e.a. dat het gesprek over een doodswens altijd gevoerd moet worden. Ook in de richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie benadrukt men het belang van zorgvuldige en open bespreking van euthanasieverzoeken. In de praktijk blijkt dat niet altijd vanzelfsprekend. We zien dat jongeren zich in de praktijk regelmatig niet serieus genomen of zelfs afgewezen voelen.
Wat ons blijft raken, is dat niet iedereen beter wordt, ook niet in de psychiatrie. Dat is een harde realiteit. Juist daarom helpt het als we die machteloosheid durven delen: de jongere, de behandelaar en de naasten, in plaats van tegenover elkaar te komen staan.
Uiteraard moet er met de grootste zorgvuldigheid naar een euthanasieverzoek worden gekeken, zoals ook beschreven door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie.
Het voorstel in het essay voor ‘nu niet’-benadering bij jongeren tot 25 jaar voelt voor ons als een indirecte leeftijdsbeperking. Ook zonder wetswijziging zal dit in de praktijk leiden tot hetzelfde resultaat. Wij betwijfelen of dat wenselijk is.
Ziekte en lijden kennen geen leeftijd. Toch voelt het alsof we jongeren soms anders benaderen dan volwassenen, terwijl zij in andere belangrijke keuzes wel worden vertrouwd.
Wat ons daarnaast opvalt, is dat de stemmen van de jongere zelf, van naasten en van verpleegkundigen die dichtbij staan, in het essay ontbreken. Juist die stemmen zijn essentieel om het volledige beeld te begrijpen.
Tot slot: we spreken vaak over een inclusieve samenleving, maar in de praktijk merken wij dat het lastig blijft om echt mee te bewegen wanneer het ingewikkeld wordt.
Kortom: jongeren met een euthanasieverzoek hebben geen uitstel nodig, maar echte aandacht en erkenning. Alleen door hen werkelijk te horen, alle perspectieven serieus te nemen en zorgvuldig te handelen volgens de geldende richtlijnen, kunnen we recht doen aan hun lijden en komen tot menswaardige keuzes.
Literatuur
1 Zinkstok J, van Gurp J, Hein I, e.a. Jongeren met een euthanasieverzoek op grond van psychisch lijden: ‘nu niet’ als uitgangspunt’ Tijdschr Psychiatr 2026; 68: 183-8.
Authors
Ellen Beukema, namens Stichting In liefde laten gaan.
Correspondentie
Ellen Beukema (ellen.inliefdelatengaan@gmail.com)
Geen strijdige belangen gemeld.
Citeren
Tijdschr Psychiatr. 2026;68(06):332-332