Effectiviteit van cognitieve gedragstherapie gericht op suïcidepreventie bij psychose
Het aantal studies naar psychologische interventies ter preventie van suïcide bij personen met een psychose is beperkt. Gooding en collega’s onderzochten daarom in een gerandomiseerde, gecontroleerde trial de effectiviteit van cognitive behavioural suicide prevention for psychosis (CBSPp).1 Zij includeerden 292 personen met een psychose en suïcidale gedachten en deelden dezen willekeurig in bij een interventiegroep (CBSPp + treatment as usual; TAU) of een controlegroep (alleen TAU). De interventie bestond uit 24 therapiesessies van 50 minuten. De ernst van de suïcidale gedachten werd geëvalueerd met de Adult Suicide Ideation Questionnaire (ASIQ) bij aanvang van het onderzoek en na zes en twaalf maanden.
Hoewel de CBSPp-groep een daling liet zien in de ernst van suïcidale gedachten was het verschil met de controlegroep niet statistisch significant (p = 0,07; Cohens d = -0,20; 95%-BI: -0,24-0,02). Wel werd een significant indirect effect gevonden door het ervaren van sociale steun (indirect effect: -2,85; 95%-BI: -7,00--0,23). Dit wijst erop dat het versterken van sociale verbondenheid effect kan hebben op suïcidaliteit.
De auteurs van het artikel noemen enkele belangrijke beperkingen. Zo had hun studie slechts twee follow-upmomenten, bestond de onderzoekspopulatie grotendeels uit personen van blanke afkomst en is de ASIQ uitsluitend gericht op suïcidale gedachten en niet op suïcidaal gedrag. Een beperking die de auteurs niet noemen, is het ontbreken van een differentiatie naar psychotische symptomen en ziektestadium. Zo werden personen met een vroege psychose en personen in de postpsychotische fase – die extra kwetsbaar zijn voor suïcidaliteit – niet apart onderzocht. Ook werd een voorgeschiedenis van suïcidaliteit niet meegenomen in de analyses. Omdat suïcide een relatief zeldzame uitkomst is van schizofreniespectrumstoornissen is een grote steekproef met meerdere follow-upmomenten noodzakelijk om inzicht te krijgen in de prevalentie van suïcide-ideaties, suïcidaal gedrag en overlijden door suïcide.
Ten slotte is verder onderzoek wenselijk naar de mechanismen die ten grondslag liggen aan het gevonden behandelresultaat. In het besproken artikel werden zes potentiële onderliggende psychologische mechanismen benoemd: sociale steun, emotieregulatie, oplossingsvermogen voor sociale problematiek, social defeat, entrapment en hopeloosheid. Therapie leek het perspectief op sociale steun significant te veranderen, maar onduidelijk blijft via welk mechanisme. Indien sociaal contact de belangrijkste component is, is het zinvol om dit te integreren in behandelvormen. Deze bevinding sluit aan bij een systematische review waarin men een significante associatie aantoonde tussen de therapeutische alliantie en de behandeluitkomst bij psychologische behandelingen voor psychose.2 Ook onderzoek bij personen met paranoïde wanen suggereert dat betekenisvol sociaal contact een beschermende rol speelt tegen suïcidaliteit.3
Literatuur
1 Gooding P, Pratt D, Edwards D, e.a. Underlying mechanisms and efficacy of a suicide-focused psychological intervention for psychosis, the Cognitive Approaches to Combatting Suicidality (CARMS): a multicentre, assessor-masked, randomised controlled trial in the UK. Lancet Psychiatry 2025; 12: 177-88.
2 Bourke E, Barker C, Fornells-Ambrojo M. Systematic review and meta-analysis of therapeutic alliance, engagement, and outcome in psychological therapies for psychosis. Psychol Psychother 2021; 94: 822-53.
3 Fried EI, Koenders MA, Blom JD. Bleuler revisited: on persecutory delusions and their resistance to therapy. Lancet Psychiatry 2021; 8: 644-6.
Authors
Iris van der Hoeven, arts in opleiding tot psychiater, Parnassia Groep, Den Haag.
Jan Dirk Blom, plaatsvervangend opleider psychiatrie, Parnassia Groep, Den Haag; hoogleraar Klinische psychopathologie, Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit Leiden; universitair docent, vakgroep Psychiatrie, Rijksuniversiteit Groningen.
Correspondentie
I. van der Hoeven (i.vanderhoeven@parnassia.nl).
Geen strijdige belangen gemeld.
Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op 17-10-2025.
Citeren
Tijdschr Psychiatr. 2026;68(1):48-48