Home

Tvp22 01 omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 45 (2003) 7

Psychiatry of Old Age and Neuropsychiatry

Delirium in the Old Age

Lindesay, J., Rockwood, K., & MacDonald, A. (Red.)

Oxford University Press, Oxford 2002 226 pagina's, ISBN 0 19 263275 2, £55

Het delier behoort met de melancholie tot de oudste psychiatrische ziektebeschrijvingen, die teruggaan tot Hippocrates. Het delier wordt al eeuwenlang beschouwd als een ernstige ontregeling van de mentale functies ten gevolge van een somatische ziekte. Het beloop van de onderliggende somatische ziekte is bepalend voor de uiteindelijke uitkomst van de delirante ontregeling: dood of volledig herstel. Het medische beleid bij een delier moet daarom primair gericht zijn op de herkenning en de behandeling van de onderliggende somatische aandoening.

Deze kenschets van het delier - een welomschreven ziektebeeld met een duidelijk herkenbare oorzaak en een karakteristiek beloop - is nog steeds bepalend voor de begripsbepaling in de leerboeken. In de hedendaagse geneeskunde echter, zijn de meeste aandoeningen die vroeger gepaard gingen met ernstige delirante ontregelingen, al in een vroeg stadium behandelbaar, en worden delirante ontregelingen nu vooral gezien bij kwetsbare ouderen met een meervoudige medische problematiek. Het klinisch beeld bij ouderen is in vergelijking met het klassieke beeld vaak atypisch, het beloop is op langere termijn nogal eens ongunstig en de oorzaak is bijna altijd multifactorieel van aard. Er zijn daarom alle redenen om het delier bij ouderen afzonderlijk te bespreken en daarbij in te gaan op de verschillen met de klassieke beschrijvingen van het delier waartoe de gangbare leerboeken over de psychiatrie zich beperken. Deze bundel voldoet aan deze eis en op voortreffelijke wijze wordt het empirisch onderzoek dat de afgelopen jaren is verricht naar het delier bij ouderen samengevat en worden de implicaties ervan voor de diagnostiek en het beleid besproken.

Belangrijk is de bevinding dat bij ouderen het delier bijna altijd multifactorieel bepaald is en beschouwd kan worden als de resultante van tal van predisponerende en precipiterende factoren. Deze factoren zijn inmiddels redelijk in kaart gebracht en een aantal ervan is bruikbaar gebleken om op systematische wijze gerichte preventieve maatregelen te nemen om het ontstaan van een delirant beeld te voorkomen. In een lezenswaardig hoofdstuk over de pathofysiologie van het delier maken Trzepacz en Van der Mast duidelijk hoe de verschillende pathogenetische factoren kunnen leiden tot een common pathogenetic pathway. Zij beargumenteren dat verschillende oorzakelijke factoren in hun onderlinge samenspel leiden tot een ontregeling van de stress-regulerende cerebrale systemen. Deze zienswijze maakt duidelijk waarom bij deze typische organische aandoening omgevingsfactoren vaak een belangrijke en soms beslissende rol spelen bij het ontstaan van een delier. In andere hoofdstukken worden op eveneens heldere wijze de specifieke oorzaken voor een delier bij ouderen besproken, de schalen voor screening en diagnose, het medische beleid, de rol van familie en caregivers en de mogelijkheden voor preventie. De verschillende hoofdstukken sluiten goed op elkaar aan.

De bundel geeft een goed en voor de dagelijkse praktijk bruikbaar overzicht van het delier bij ouderen. Dit boek is zonder meer aan te bevelen aan iedere medicus die actief is in de zorg voor ouderen. Niet alleen om bij ouderen een delier tijdig te herkennen en te behandelen, maar ook, en mogelijk vooral, omdat zich een conceptueel raamwerk begint af te tekenen voor een meer preventief beleid.

P. Eikelenboom