Home

Tvp22 01 omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 60 (2018) 2, 130 - 130

2017 221 cover maarten bak

General Psychiatry

Innovatief leerboek persoonlijke psychiatrie. Terug naar de essentie

Maarten Bak, Patrick Domen, Jim Van Os, Red.

Diagnosis, Leusden 2017 575 pagina’s, isbn 978-94-919-6916-4, € 49,-

Psychiatrie is een boeiend vak, waarin we voortdurend nadenken over onze eigen grondslagen en modellen. Momenteel staat het medische model, met zijn sterke nadruk op neurobiologische verklaringsmodellen en uitgesproken categorisatiedrang, ter discussie. De auteurs van dit boek gaan er terecht van uit dat dit enge model ons vakgebied onrecht aandoet. Terug dus naar de essentie, zoals de ondertitel van het boek luidt.

Wat is dan de essentie volgens de auteurs? Zoals het prachtige citaat van Hippocrates bij het begin stelt, is het vaak belangrijker te weten welk soort persoon de ziekte heeft dan te weten welk soort ziekte de persoon heeft. De persoon begrijpen, wat betekent dat dan precies? Het gaat over het verkennen en het in de overwegingen betrekken van de levensgeschiedenis van de betrokkene, van de traumatische zaken, maar ook van de goede dingen die hem of haar overkomen zijn. Het gaat over een nauwkeurige inschatting van de draagkracht, weerbaarheid en coping van de persoon en van de context. Het gaat over een zorgvuldig verkennen van de persoonlijkheidsstructuur en hoe die helpend of belemmerend kan zijn bij het herstel. Het gaat over het inzicht dat hierover vanuit verschillende psychotherapeutische modellen belangrijke dingen kunnen worden gezegd, zonder dat één daarvan op zich zaligmakend is. Het gaat over een zekere bescheidenheid van de hulpverlener, die zich wil laten verrassen door de herstelmogelijk­heden van de patiënt en die actief op zoek gaat om deze te stimuleren. Het gaat over het inzicht dat elke diagnose een dimensioneel gegeven is.

Misschien vindt u dit allemaal evident. Wie van ons heeft ooit echt gedacht dat ons vak zich kon beperken tot het afnemen van een vragenlijst, om daarna de daaruit volgende diagnose te lijf te gaan met een richtlijn? Heb je daar overigens een psychiater voor nodig? Op een bepaalde manier kan je zeggen dat dit boek bevestigt wat we allemaal weten: dat een goede psychiatrische praktijk zoveel meer is dan dat. Maar tegelijk kan je ook zeggen dat het goed en belangrijk is dat we dit niet enkel weten, maar het ook expliciteren, uitwerken en beschrijven, zoals de auteurs in dit boek doen. Belangrijk voor onszelf als beroepsgroep, maar zeker ook voor de overheden en andere instanties die ons vakgebied willen dichtmetselen met protocollen, behandeltermijnen en uitkomstmaten, en die daarbij vrolijk voorbijgaan aan waar het eigenlijk om gaat.

Het tweede deel van het boek betreft de syndromen. Over het algemeen zeer degelijk werk, geschreven door topspecialisten. Ik vermoed dat ze van de redactie de instructie gekregen hebben om in hun beschrijvingen van de syndromen de nadruk te leggen op dimensionaliteit, kwetsbaarheid en coping en om dsm-criteria te vermijden - in min of meerdere mate lukt dat ook. Toch voel je hier dat men - hoe zou het ook anders kunnen - een stuk terugvalt in klassieke patronen.

Het is misschien zinvol om de term ‘stoornis’ systematisch te vervangen door ‘syndroom’, maar het voelt wat artificieel aan als je bijvoorbeeld een hoofdstuk schrijft over het ‘angstsyndroom’, waarin je het dan vervolgens hebt over het ‘panieksyndroom’, het ‘gegeneraliseerd angstsyndroom’, enzovoorts. Je voelt dan onvermijdelijk de hete adem van de verfoeide dsm-criteria in de nek. En misschien ligt de oplossing ook niet bij het overboord gooien van diagnostische criteria en classificaties – we zullen die blijven nodig hebben in onze communicatie met patiënten en in ons onderzoek - maar eerder bij het verrijken ervan, door het verhelderen van de ontstaansgeschiedenis, de verschuivingen door de tijd en de individuele manier van een persoon en van zijn of haar context om ermee om te gaan.

Het zou overdreven zijn om te zeggen dat dit boek een volledig nieuwe psychiatrie uit de grond stampt; dat zou ook niet wenselijk zijn. Maar het brengt wel op een heel verfrissende manier de aandacht van de psychiater terug naar waar die moet liggen: bij de persoon van de patiënt. En net daardoor toont het hoe boeiend, gelaagd en rijk ons vak is.

S. Claes, psychiater, Leuven