Literatuur
Algemeen
- Beperk het gebruik van bibliografische referenties tot essentiële literatuur. Verzamel ze aan het einde van het artikel in alfabetische volgorde, niet genummerd.
Waarom een nieuwe referentiestijl voor het Tijdschrift?
De ‘oude’ stijl bevatte veel overbodige leestekens en typografische opsmuk. De nieuwe stijl is minder bewerkelijk.
De nieuwe stijl komt overeen met die van het tijdschrift Brain.
Literatuurlijst
- Bij meerdere publicaties van dezelfde auteur, komen die van de auteur alleen als eerste, dan die met 2 auteurs en vervolgens die met 3 of meer auteurs. Geef deze laatste met een maximum van 6, de overige auteurs wordt aangegeven met ‘e.a.’.
- Als er meer dan een publicatie is voor een gegeven jaar, dienen deze aangeduid te worden met a, b, c, etc.
- Geef tijdschrifttitels in hun afgekorte vorm (zie PubMed).
Verwijzing in tekst
- De literatuurverwijzing in de tekst wordt tussen haakjes weergegeven met de achternaam van de auteur(s) gevolgd door het jaartal (Pieters 1999). Bij 2 auteurs: (Sabbe & Claes 2006) (NB: Brain gebruikt hier 'and', maar wij kiezen voor: &.) Bij 3 en meer auteurs wordt alleen de eerste auteur vermeld, gevolgd door e a. (Pieters e.a. 1999).
- Bij directe verwijzing in de tekst volgt na de achternaam van de auteur tussen haakjes het jaar van publicatie; bij 3 en meer auteurs wordt alleen de eerste auteur vermeld, bijvoorbeeld: ‘Jansen (2009) concluderen hetzelfde en Kok e.a. (2008) wezen hier eerder op’.
- Verwijzing naar pagina's, bijvoorbeeld in geval van citaten, geschiedt na vermelding van het jaar.
Enkele voorbeelden
Hoofdstuk van een boek:
Barkovich AJ. Disorders of neuronal migration and organization. In: Kuzniecky RI, Jackson GD, editors. Magnetic resonance in epilepsy. New York: Raven; 1994. p. 235-55.
Boek:
Costa DC, Morgan GF, Lassen NA, editors. New trends in neurology and psychiatry. London: Libbey; 1993.
Tijdschriftartikel:
Bushby KMD, Gardner-Medwin D. The clinical, genetic and dystrophin characteristics of Becker muscular dystrophy. I. Natural history. J Neurol 1993; 240: 98-104.
Allen P, Amaro E, Fu CH, Williams SC, Brammer MJ, Johns LC, e.a. Neural correlates of the misattribution of speech in schizophrenia. Br J Psychiatry 2007; 190: 162–9.
Alphen SPJ van, Videler AC, van Royen RJJ, Verhey FRJ. Multidisciplinaire richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen; nader gespecificeerd voor ouderen. Tijdschr Psychiatr 2009; 51: 249-53.
- Meer voorbeelden vindt u in de auteursinstructies op de website van Brain (http://www.oxfordjournals.org/our_journals/brainj/for_authors/general.html) of in vrij toegankelijke artikelen uit een actueel nummer van Brain.
- Verwijzingen naar artikelen ‘in preparation’ or ‘submitted’ zijn niet bruikbaar (deze kunnen immers nog afgewezen worden); geef bij artikelen die ‘ter perse’ zijn de naam van het tijdschrift of het boek.
- Verwijzingen naar ‘personal communications’ of andere niet voor de lezer toegankelijke informatie horen niet in de literatuurlijst: verwijs indien nodig hiernaar in de tekst (J. Janssen, schriftelijke mededeling 2010). Dit geldt ook voor ongepubliceerd werk van de auteurs zelf.
- De literatuurlijst reserveren we voor onveranderlijke, duurzame bronnen (bronnen waarin de lezer hetzelfde aantreft als de schrijver van het artikel). Dat betekent dat we sommige internetvindplaatsen in de literatuurlijst opnemen, zoals verwijzingen naar rapporten, richtlijnen, Kamerstukken en verslagen. Bijvoorbeeld: Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ. Richtlijn ADHD bij kinderen en jeugdigen.Utrecht: Trimbos-instituut; 2007.http://www.ggzrichtlijnen.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=741&richtlijn_id=66.
- Internetvindplaatsen die tijdelijke informatie bevatten, worden tussenhaakjes in de lopende tekst aangehaald, bijvoorbeeld: 'Op de website van het tijdschrift is een verzameling meetinstrumenten te vinden (http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/measuringinstruments).'
- Het is de verantwoordelijkheid van auteurs dat de verwijzingen naar de literatuur in het ingezonden artikel accuraat zijn. Gebruik bij voorkeur referentiesoftware zoals EndNote, Reference Manager en ProCite. Download referenties direct van bronnen zoals PubMed.




