Home

Afb omslag tvp19 01 kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 61 (2019) 1, 16 - 21

Onderzoeksartikel

Elektroconvulsietherapie bij persisterende depressie in Nederland; zeer lage toepassingsgraad

D.S. Scheepens, J.A. van Waarde, A. Lok, J.B. Zantvoord, B.J.H.B. de Pont, H.G. Ruhé, D.A.J.P. Denys, G.A. van Wingen

achtergrond Bij 20% van de patiënten met depressie heeft deze een chronisch beloop. Elektroconvulsietherapie (ect) is een van de aangewezen behandelingen bij deze patiëntenpopulatie, omdat ect de potentste behandeling is voor (therapieresistente) depressie. De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn depressie adviseert het gebruik van ect bij een persisterende depressieve episode, ongeveer na 12 maanden onvoldoende effect van psychotherapie en/of farmacotherapie.
doel Kwantificeren van het gebruik van ect bij een depressieve episode die langer dan 2 jaar duurt (persisterende depressieve stoornis).
methode Kwantitatief onderzoek met het dbc-informatiesysteem (dis) van de Nederlandse Zorgautoriteit (nza).
resultaten 23.597 (26%) van alle dbc’s in 2014 met de hoofddiagnose unipolaire depressie hadden een doorloop die langer dan 2 jaar duurde. De betrokken patiënten hadden ergens in dit traject een ect-indicatie kunnen hebben. Van deze patiënten kregen er 278 (1,2%) ect.
conclusie In Nederland krijgt 1,2% van de patiënten met een persisterende depressie ect, terwijl bij 26% deze behandeling overwogen had kunnen worden. Mogelijke verklaringen voor deze lage toepassingsgraad zijn onvoldoende verwijzing voor ect door professionals en een voortijdige inzet van het handicapmodel.

trefwoorden dbc-informatiesysteem, elektroconvulsietherapie, persisterende depressieve episode