Home

Tvp22 01 omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 58 (2016) 4, 334 - 335

2015 182 cover rijnders

Algemene psychiatrie

Handboek KOP-model Kortdurende psychologische interventies voor de basis-GGZ

Paul Rijnders, Els Heene (red.)

Uitgeverij Boom,Amsterdam, 2015 480 pagina’s, isbn 978-90-895-3502-3, € 42,50

Het Handboek KOP-model is een uitgebreide en herziene versie van het in 2010 verschenen boek Kortdurende psychologische interventies voor de eerste lijn eveneens onder redactie van Rijnders en Heene.

Het boek bestaat uit een deel waarin het kop-model wordt uitgelegd en de praktische toepassing wordt besproken en een tweede deel over de toepassing ervan bij bepaalde doelgroepen, zoals kinderen en ouderen. Daarnaast werken de auteurs de behandeling uit voor enkele typische eerstelijnsproblemen, zoals relatieproblemen, lichte verslavingen, calamiteiten, suïcidaliteit en chronische psychiatrische problematiek.

Het KOP-model gaat uit van een zeer eenvoudig model van ziekte en genezing, te weten: Wat zijn de klachten (K)? Welke oorzaken leveren daar een bijdrage aan (O)? Is er een persoonlijk aandeel in die klachten (P)? Bij dit model gaat men ervan uit dat bepaalde omstandigheden bij een bepaald individu en de niet-adaptieve manier waarop de patiënt met die stressvolle omstandigheden omgaat, kunnen leiden tot klachten. Samengevat: erfelijkheid en pech leiden tot klachten.

In het kop-model is het uitgangspunt dat de individuele kenmerken van de persoon een cruciale rol spelen bij het ontstaan en de instandhouding van klachten. De patiënt wordt vervolgens geholpen overzicht en greep te krijgen op achtergrond en oorzaken van die klachten.

In gewoon Nederlands wordt hier de essentie van de cognitieve gedragstherapie samengevat. Succesvolle behandelingen zijn vaardigheidstrainingen. Helemaal niets mis mee. Iemand heeft angst, vermijdingsgedrag, conflicten en aan de hand van schema’s wordt de patiënt geleerd hier anders mee om te gaan. Dit blijkt vaak effectief in relatief weinig zittingen.

Jammer is dat het onderzoek naar de effectiviteit van dit kop-model, ondanks de grote populariteit, onvoldoende is. In het boek wordt een open effectstudie beschreven die met een uitvalpercentage van 53% geen conclusies mogelijk maakt. De gecontroleerde studie van Van Straaten e.a. (2006) naar onder andere het effect van de kop-behandeling, stemt ook al niet vrolijk. Behalve dat deze studie methodologisch zeer zwak is uitgevoerd, bleken de geïncludeerde patiënten veel te ziek om met deze behandelingsstrategie te beginnen. Na afloop van de behandeling daalde de score op de Symptom CheckList (scl-90) bij deze patiënten van gemiddeld 223 naar 171, een eindscore die ongeveer overeenkomt met de gemiddelde score bij aanmelding van patiënten met psychische klachten in de eerste lijn.

Conclusie: een op face-value, interessante, kortdurende behandeling voor patiënten met relatief eenvoudige problemen, geschikt voor toepassing in de basis-ggz en voor de praktijkondersteuner van de huisarts (POH). Ik begreep dat er een gecontroleerde studie op stapel staat. Het werd tijd.

  • Straten A van, Tiemens B, Hakkaart L, Nolen W, Donkers A. MCH Stepped care vs. matched care for mood and anxiety disorders: a randomized trial in routine practice. Acta Psychiatr Scand 2006; 113, 468-76.
  • Rijnders P, Heene E, red. Kortdurende psychologische interventie voor de eerste lijn. Amsterdam: Boom; 2010.

K. Hoogduin