Home

Tvp2020 09 omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 55 (2013) 12, 1011 - 1012

Antoine mooij opt

Psychiatrie, Filosofie en Ethiek

Psychiatry as a Human Science. Phenomenological, hermeneutical and Lacanian perspectives (vert. Peter van Nieuwkoop)

Antoine Mooij

Rodopi bv, Amsterdam-New York 2012 288 pagina’s, isbn 978-90-420-3596-6, € 64,-

In de serie Contemporary Analytic Studies verscheen onlangs de Engelse vertaling en herziene versie van De psychische realiteit (Mooij 2006). Een rijk boek heeft daarmee een grotere reikwijdte en verdieping gekregen.

De originele Nederlandse versie is een hecht en compact werk waarin Mooij zijn visie en uitwerking geeft van de geesteswetenschappelijke benadering van de psychiatrie. Deze krijgt daarin een stevige fundering vanuit beknopte geschiedenissen van de psychiatrie zelf, de relevante wetenschapsfilosofie en de philosophy of mind . Kern van het boek is de geschematiseerde beschrijving van zijn onderwerp als ‘zelfstandige grootheid’, die vervolgens wordt toegelicht aan de hand van psychiatrische stoornissen en verder uitgewerkt voor de praktijk. Het boek bevat vele vertakkingen naar relevante filosofische werken, die gelukkig in de noten na elk hoofdstuk nader worden toegelicht. Daarmee biedt het ook een routekaart van een rijke filosofische literatuur.

In de Engelse editie zijn de noten binnen de reguliere tekst verwerkt. Dit komt de leesbaarheid ten goede. Belangrijker zijn de inhoudelijke vernieuwingen in het werk: recente publicaties zijn in het stuk geïntegreerd. Zo wordt via Thornton (2007) de hermeneutische ruimte nu verbonden aan Sellars’ space of reasons , een verhelderende verbinding met de Angelsaksische literatuur. Mooij neemt ook meer ruimte voor fenomenologie en toelichting van Lacans ideeën. De meest in het oog springende vernieuwing is echter de integratie van het werk van Cassirer (o.a. 1953-1957) over symbolisering, dat naar een aangepast, procesgericht schema van de psychische realiteit voert.

Ik heb met veel genoegen beide teksten gelezen. De wijze waarop de auteur zijn stukken opbouwt, heeft iets speels: hij poneert iets, waarop de lezer denkt: ‘Nou, dat hoeft niet zo te zijn’; dan volgen de onderbouwing en nuancering, waardoor de twijfel voor een aardig deel opgeheven wordt. Ik nam me telkens voor de volgende keer niet te snel te oordelen, om er dan toch weer in te tuinen. Deze stijl heeft het prettige neveneffect de lezer geduld bij te brengen, een nuttige vaardigheid voor een hermeneut. Het karakteristieke taalgebruik van de auteur neemt de lezer mee terug in de tijd.

De vertaler heeft een dappere poging gedaan dit ook in het Engels te bewerkstelligen, maar om in de termen van de auteur te blijven: het is onvermijdelijk dat zich hierin een zeker tekort voltrekt. Dit doet niets af aan de toegevoegde waarde die dit werk gekregen heeft met de oversteek naar het Engelse taalgebied: het heeft zijn vleugels verder uitgeslagen, de lezer kan daar zijn voordeel mee doen.

A. Ralston