Home

Tvp2020 09 omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 54 (2012) 12, 1069 - 1070

12 89 barrett   reicha opt

Kinder- en jeugdpsychiatrie

Fijn: vrienden. Handleiding voor trainers om emotionele veerkracht door middel van spel op te bouwen bij 4 t/m 7 jarigen

Paula Barrett

Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam 2011 127 pagina’s, isbn 9789075584202, € 37,50

Fijn: vrienden is de nieuwste uitgave van de makers van het veelgebruikte en bewezen effectieve cognitiefgedragstherapeutische vrienden -programma. Het vrienden -programma richt zich op preventie en behandeling van angst- en stemmingsklachten bij kinderen en jongeren. Fijn: vrienden richt zich op de jongste doelgroep, namelijk kinderen van 4 tot en met 7 jaar en beoogt de emotionele veerkracht te vergroten en hen te leren omgaan met angstige, maar ook boze of verdrietige gevoelens.

Het programma bestaat uit twaalf sessies en wordt bij voorkeur in groepsverband uitgevoerd. Elementen die aan de orde komen in deze uitgave zijn onder andere het aanleren van sociale vaardigheden, het leren herkennen van gevoelens en het vergroten van empathie, het stimuleren van dapper gedrag, het vervangen van negatieve gedachten door positieve, ontspanningsspelletjes en zoeken van afleiding en het met een stappenplan oefenen met moeilijke situaties.

De sessies hebben een spelenderwijs karakter. De inhoud van het programma wordt veelal aangeboden in de vorm van liedjes, spelletjes en tekeningen. Fijn: vrienden kan volgens de auteur zowel worden uitgevoerd door hulpverleners als door leerkrachten, interne schoolbegeleiders en onderwijsassistenten. Voor de generalisatie naar het dagelijks leven speelt gezien de jonge leeftijd van de doelgroep – misschien nog wel meer dan bij de andere vrienden -programma’s – het oefenen in de thuissituatie een belangrijke rol. Per sessie wordt dan ook een uitgebreide beschrijving gegeven aan ouders van wat is geleerd, het huiswerk en aandachtspunten voor ouders tijdens het begeleiden van het huiswerk. Daarmee ligt dus een belangrijke verantwoordelijkheid bij de ouders, waarbij men zich kan afvragen in hoeverre ouders over voldoende tijd, motivatie en didactische vaardigheden beschikken om deze verantwoordelijkheid ook te dragen.

De handleiding is overzichtelijk ingedeeld: per bijeenkomst worden de verschillende oefeningen nauwkeurig beschreven en zijn de instructies voor ouders en de thuisoefeningen opgenomen. Achter in het boek zijn nog enkele bijlagen opgenomen die gebruikt kunnen worden tijdens de verschillende bijeenkomsten. Qua opmaak oogt het boek her en der enigszins onrustig, doordat op de achtergrond een paginabrede tekening is afgebeeld.

 

Catrien Reichart