Home

Tvp19 012omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 54 (2012) 10, 879 - 888

Overzichtsartikel

Vraagtekens bij het werkingsmechanisme van slow-breathing en hartcoherentietraining

J.H. Houtveen, H.K. Hornsveld, J. van Trier, L.J.P. van Doornen

achtergrond Slow-breathing en hartcoherentietraining worden steeds vaker aangeboden als behandeling voor angst, depressie en stressgerelateerde mentale en lichamelijke klachten. Beide interventies zijn gericht op beïnvloeding (verhogen of ‘optimaliseren’) van de hartslag­variabiliteit, waarbij het werkingsmechanisme wordt beschreven met termen als ‘hartcoherentie’, ‘resonante ademhaling’ en ‘hart-breincommunicatie’.
doel In kaart brengen of optimalisatie van de hartslagvariabiliteit inderdaad ten grondslag zou kunnen liggen aan het behandeleffect.
methode Literatuuronderzoek gericht op: 1) de aanname dat er een positieve samenhang bestaat tussen het hebben van psychische klachten en een suboptimale hartslagvariabiliteit, en 2) de aanname dat het optimaliseren van de hartslagvariabiliteit specifiek leidt tot een afname van de klachten.
resultaten Er bestaat onvoldoende empirische ondersteuning voor beide aannames.
conclusie Deze interventies werken waarschijnlijk via niet-specifieke psychologische mechanismen.

trefwoorden hartcoherentie, hartslagvariabiliteit, niet-specifieke behandeleffecten, slow-breathing