Home

Tvp21 02omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 53 (2011) 7, 442 - 442

Next generation antidepressants

Stemmings- en angststoornissen

Next Generation Antidepressants. Moving Beyond Monoamines to Discover Novel Treatment Strategies for Mood Disorders

Beyer, C.E., & Stahl, S.M. (Red.)

Cambridge University Press, Cambridge/New York 2010 137 pagina’s, ISBN 978-0-521-76058-4, € 50,-

Het eerste dat aan dit boek opvalt, is dat de titel de inhoud niet dekt. Hoofdstuk 7 en hoofdstuk 2 (gedeeltelijk) gaan over eventuele nieuwe antidepressiva, die grotendeels nog in ontwikkeling zijn. Over nieuwe behandelingsstrategieën gaat het boek niet of nauwelijks. Waar gaat het dan wel over?

Hoofdstuk 1 is een algemeen hoofdstuk over de monoaminetheorie betreffende depressie, mogelijke diagnostische problemen, vooral de afgrenzing van unipolaire depressie met de bipolaire stoornis en de beperkingen van de momenteel beschikbare antidepressiva. In hoofdstuk 2 wordt de effectiviteit van de momenteel beschikbare antidepressiva op wel zeer globale wijze besproken, zonder dat de geciteerde studies kritisch worden besproken. Vervolgens worden experimentele middelen (onder andere triple reuptake inhibitors) behandeld en stoffen die een effect hebben op de hyperactiviteit van de hypofyse-bijnieras (mifepriston, metyrapon). Over deze nieuwe middelen wordt niet veel informatie gegeven. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de meest gebruikte diermodellen van depressie en in hoofdstuk 4 worden diverse biomarkers besproken.

De interessantste hoofdstukken vond ik hoofdstuk 5 en 6, waarin respectievelijk een endofenotype voor depressie, te weten anhedonie, wordt besproken, en de genetische aspecten van depressie. In het hoofdstuk over endofenotypes wordt goed uitgelegd dat het mogelijke voordeel van het onderzoeken van een endofenotype is dat het wellicht homogenere populaties oplevert dan de classificatie depressie, dus dat onderzoek met endofenotypes mogelijk eerder tot het vinden van kwetsbaarheidsgenen zal leiden. Ook wordt goed uitgelegd aan welke criteria een marker moet voldoen om als endofenotype te worden beschouwd. In het hoofdstuk over genetische aspecten worden de beperkingen van genome wide association studies besproken en andere vormen van genetisch onderzoek.

Ik concludeer: dit boek gaat eigenlijk maar zeer ten dele over nieuwe antidepressiva en geeft hier ook weinig informatie over. Het is een weinig samenhangend boek, dat wel enkele interessante hoofdstukken bevat, maar dat lijkt mij te weinig om het artsen in opleiding tot psychiater of psychiaters aan te raden.

T.K. Birkenhäger