Home

Tvp22 01 omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 12, 858 - 859

Mental health and disasters

Stemmings- en angststoornissen

Mental Health and Disasters

Neria, Y., Galea, S., & Norris, F.H. (Red.)

Cambridge University Press, Cambridge/New York 2009 624 pagina’s, isbn 978-0-521-88387-0, £ 80,-

Een ramp kan in principe iedereen overkomen, ook in Nederland: een vliegtuig stort neer, een grote brand breekt uit, een overstroming – een ongeluk zit in een klein hoekje. We weten dat in Nederland 4 op de 5 mensen in hun leven ooit een traumatische gebeurtenis meemaken. Gelukkig leidt dit voor het grootste deel van de bevolking niet tot psychische stoornissen. Bij zo’n 10% van hen ontwikkelt zich echter toch een posttraumatische stressstoornis (ptss) en een aanzienlijk deel krijgt ook andere stoornissen ten gevolge van trauma, zoals een paniekstoornis, een depressie of verslavingsproblematiek. De terroristische aanslagen op 11 september in 2001 hebben ook in de VS de aandacht gevestigd op de psychosociale gevolgen van zo’n ingrijpende gebeurtenis en hoe daar mee om te gaan. Het boek Mental health and disasters, onder redactie van drie grootheden op het gebied van de gevolgen van rampen – Yuval Neria, Sandro Galea en Fran Norris –, bevat een uitgebreide beschrijving van het scala aan stoornissen dat kan ontstaan na het meemaken van een ramp en hoe deze behandeld kunnen worden. Het boek bestaat uit 7 delen en bevat 35 hoofdstukken met bijdragen van 91 auteurs. Het boek heeft een sterk Amerikaanse basis, alhoewel gelukkig ook Nederlandse trauma-experts hebben bijgedragen zoals Kleber, Van der Velden, IJzermans en Dirkzwager.
Na de introductie zet men in deel 1 de concepten uiteen, beschrijft de geschiedenis van de
psychosociale aspecten van rampen en blikt vooruit op toekomstig onderzoek op dit gebied. Interessant is de beschrijving van de persoonlijke versus de collectieve betekenis van rampen. Deel 2 beschrijft in vijf hoofdstukken de meest voorkomende psychiatrische stoornissen na rampen: ptss en andere angststoornissen, het grote domein van lichamelijke onverklaarde klachten, middelenmisbruik, en de veelvoorkomende posttraumatische depressie en rouwreacties. Al deze reacties kunnen optreden na trauma en ook vaak comorbide aan elkaar. Het is goed dat de breedte van psychiatrische stoornissen aan de orde komt. Zeker de gecompliceerde of traumatische rouw is
ondanks de waarschijnlijk hoge incidentie nog weinig bestudeerd. Ook het laatste hoofdstuk benadrukt dit en het laat het hele spectrum van reacties zien, van subsyndromaal tot stoornis. In deel 3, over kwetsbaarheid en weerstand, ligt de nadruk op de vraag welke factoren maken dat iemand er ongeschonden uitkomt. Ook komen predictoren van herstel aan de orde en is er aandacht voor het ingewikkelde concept sociale steun. Deel 4 biedt een beschrijving van specifieke doelgroepen zoals vrouwen, kinderen, ouderen, mensen met een handicap evenals journalisten en mensen met geüniformeerde beroepen. Uit eigen ervaring weet ik hoeveel bijvoorbeeld politiemensen te verduren krijgen en hoe – ondanks de relatief sterke copingstijlen – toch een aanzienlijk deel van hen ptss of andere stoornissen krijgt. Gelukkig zijn psychiatrische stoornissen ten gevolge van trauma goed te behandelen. In deel 5 worden preventieve en curatieve interventies beschreven. Om ptss te voorkomen is debriefing niet effectief en is ‘psychological first aid’ de aangewezen interventie. Ook hiervan is echter de effectiviteit hanteren hiervan aangezien deze ‘psychologische eerste hulp’ gebaseerd is op het verhogen van het gevoel van veiligheid en controle, het verlagen van de hyperactivatie en het activeren van actieve coping en sociale contacten. Dit zijn allemaal factoren waarvan bekend is dat ze de kans op posttraumatische psychiatrische aandoeningen verkleinen. Wanneer er toch klachten ontstaan, wordt cognitieve gedragstherapie aanbevolen. Eye movement reprocessing and desensitisation (emdr), inmiddels toch ook in verschillende trials effectief bevonden voor de behandeling van ptss, komt nauwelijks aan de orde. Behandeling gericht op kinderen en het gebruik van de gezondheidzorg worden in dit deel ook beschreven. Dit deel is het minst uitgewerkt. Hoewel er
bijvoorbeeld gemeld wordt dat er na 9/11 18,2% meer selectieve serotonineheropnameremmers (ssri’s) werden voorgeschreven aan mensen die binnen 3 mijl van het wtc woonden, is er verder nauwelijks aandacht voor medicamenteuze behandeling van ptss of andere stoornissen. Dit terwijl er toch zeker evidence is voor ssri’s in de behandeling van ptss, in het bijzonder met comorbide ernstige depressie. Meer ruimte had er ook besteed kunnen worden aan het gebruik van internet na rampen, hoe internet als een platform kan dienen voor het snel en adequaat informeren van de slachtoffers en hun omgeving. Meer aandacht voor moderne e-healthmethoden en webbased interventies zou het boek compleet gemaakt hebben. Juist na grootschalige rampen is internet het medium van de toekomst.
Het boek eindigt met nuttige richtlijnen voor toekomstig onderzoek. Maar daarvoor worden in het interessante deel 6 11 casussen beschreven van natuurrampen, zoals de tsunami en de orkaan Katrina, van technologische rampen zoals Tsjernobyl, en de vuurwerkramp Enschede en van massageweld zoals 11 september en de bommen in de Londense ondergrondse. Hierin vallen de verschillende facetten van ‘mental health and disasters’ zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken mooi op hun plek. Kortom, een mooi overzicht voor iedereen die geïnteresseerd in de psychosociale gevolgen van rampen en hoe hier mee om te gaan. Voor uitgebreide informatie over de behandeling schiet het boek tekort.

M. Olff