Home

Omslag 2020 10 kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 7, 501 - 502

Constructivist psychotherapy

Psychotherapie algemeen

Constructivist Psychotherapy. The CBT Distinctive Features Series

Neimeyer, R.A.

Routledge Taylor & Francis, East Sussex 2009 150 pagina 's, ISBN 978-0-415-44234-3, £9,99

Dit boekje behoort tot een reeks waarin elke cognitief-gedragstherapeutische richting beknopt de eigen specificiteit belicht. Ook vooraanstaande cliëntgerichte psychotherapeuten, zoals Les Greenberg, worden hier voorgesteld als ‘constructivistische psychotherapeut’. Neimeyer besteedt 9 van de 30 hem opgelegde mini-hoofdstukken aan theorie en 21 aan praktijk. Het lijkt het wel of hier een halfbroer van de cliëntgerichte oriëntatie aan het schrijven is, met veel nadruk op de uniciteit van individuele betekenisverlening, maar tegelijk onbevangen zijn cliënt beïnvloedend, steeds op voorwaarde dat de cliënt bepaalt welke betekenissen hij voor zichzelf wil verwerken. Neimeyer heeft duidelijk vertrouwen in procesdirectiviteit en maakt gebruik van een groeiende waaier aan procesbevorderende technieken. Hij vertrouwt erop dat hij kan inschatten wanneer zijn cliënt een technisch stootje of zelfs stevige stoot zal aankunnen. Deze therapievorm legt de cliënt de taak op gerigidiseerde veellagige constructbouwsels aan te passen tot ze bevredigender de huidige levenswerkelijkheid kunnen vatten. Dit gebeurt in een kader van respectvolle reflectieve aanwezigheid van de therapeut, optimaliter actief op de uitkijk naar elk signaal van authentieke beleving (eventueel via schijnbaar het huidig leven hinderende symptomen of strategieën). Het behandelmedium is het belevingsproces van de cliënt. Affectieve en/of metacommunicatieve verlevendigingen onthullen waar de cliënt de benodigde leidraden kan vinden. Volgens Neimeyer moet de therapeut de cliënt helpen een fijnproever en echte kenner vanhet eigen ervaringsproces te worden. Deze psychotherapieschool richt zich dus meer op tussenkomsten in het betekenisverlenend proces dan op symptoombestrijding of het optrainen van gezonde gewoontes en vaardigheden. Lukt de aanpassing van de betekenisverlening, dan kan volgens deze school de rest volgen. Neimeyer steunt zeer expliciet op Kelly’s Personal Construct Psychology (1955). Hij straalt tevens uit dat constructivisten oordeelkundig met directiviteit kunnen omgaan. Hun niveau van sofisticatie inzake procedurele bekommernissen zou hen voldoende betrouwbaar in een correcte procesdirectieve koers houden. De uitgebreide casus op het einde is voldoende uit het leven gegrepen om geloofwaardig te zijn: niet alleen met een hortend verloop, maar ook schatplichtig aan de kwaliteit van de verbondenheidsbeleving die de cliënt en zijn omgeving behoedt tegen het risico op ontsporing onderweg. Neimeyer stelt hier dus een school van procesdirectieve therapeuten voor die geloofwaardig maken dat wij hen serieus mogen nemen. Het boekje is wat mij betreft de moeite waard wegens de vele herkenningen, de geactualiseerde (summiere) informatie over de ontwikkeling van de autodiagnostische repertory gridmethodiek en de doordenkertjes in de gepresenteerde procesbevorderende technieken.

 

L. Roelens