Home

Omslag 2020 10 kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 4

Presentaties onderzoekslijnen

Hyperactiviteit en leptine: dierexperimenteel onderzoek

R.A.H. Adan, J.J.G. Hillebrand

PO-53

achtergrond Een groot gedeelte (tot 80%) van de patiënten met anorexia nervosa van het restrictieve type vertoont hyperactiviteit. Dit is geassocieerd met een laag leptineniveau. Het is echter onbekend of dit lage leptineniveau hyperactiviteit veroorzaakt.
doel Het doel van onze studie was om aan te tonen dat leptine-injecties in het ventrale tegmentale gebied (ventral tegmental area, vta) hyperactiviteit onderdrukken.
methoden Er is gebruikgemaakt van een diermodel (het activity-based anorexiamodel, aba) dat belangrijke kenmerken van anorexia nervosa nabootst inclusief hyperactiviteit ten gevolge van voedselrestrictie. Hyperactiviteit wordt hierin vastgesteld door loopwielgedrag (running wheel activity, rwa).
resultaten Onze hypothese werd bevestigd. Tevens zorgde de veranderde leptinesignalering die veroorzaakt werd door het minder goed functioneren van leptinereceptoren in de vta dat de toegenomen rwa nog sterker werd. Gebrek aan leptinesignalering in de vta zorgt dus voor een toename in rwa. Hoewel is aangetoond dat leptine rwa reduceert in het diermodel van anorexia nervosa, bleken centrale injecties met leptine toch geen effect te hebben op het inhiberen van rwa wanneer leptinereceptoren uitgeschakeld waren in de vta.
conclusie Deze bevindingen ondersteunen het idee dat afname van het leptineniveau dat optreedt bij een beperking van calorie-inname resulteert in verhoogde locomotoractiviteit doordat de leptinesignalering in de vta is afgenomen. Aangezien is aangetoond dat leptine de activiteit van dopaminerge vta-neuronen onderdrukt, is onze hypothese dat toegenomen activiteit in het mesolimbische systeem ten grondslag ligt aan hyperactiviteit die door uithongering is geïnduceerd.