Home

Tvp17-09omslag kijk verder

Tijdschrift voor Psychiatrie 50 (2008) 12, 797 - 798

Stemmings- en angststoornissen

De depressie-epidemie

Dehue, T.

Uitgeverij Augustus, Amsterdam 2008, ISBN 978-90-45700-95-3, € 24,90

De Groningse filosofe en hoogleraar Wetenschapstheorie en Geschiedenis van de psychologie Trudy Dehue heeft met haar boek De depressie-epidemie in de Nederlandse media veel stof doen opwaaien. De auteur is vele malen geïnterviewd in kranten en op radio en tv. In haar boek verbaast zij zich erover dat hoewel Nederland tot de welvarendste en gelukkigste landen hoort, jaarlijks 1 miljoen Nederlanders (zo'n 10% van de volwassenen) antidepressiva slikken. Daarnaast zijn er talloze andere therapieën, zelfhulpboeken en websites over depressiviteit. In haar boek probeert ze een antwoord te vinden op de vraag hoe dat komt. Komt depressie inderdaad vaker voor? Wordt depressie beter herkend en vaker behandeld? Praten de hulpverlening en de farmaceutische industrie ons psychische stoornissen aan? Of bracht de verzorgingsstaat mentale kleinzerigheid op grote schaal? Dehue lijkt dit alles eigenlijk niet te geloven. Ze beziet het toegenomen gebruik van antidepressiva als een gevolg van 'het verbond dat de neoliberale politiek aanging met het farmaceutisch-wetenschappelijk complex, de marketingbedrijven en de mega-ggz'. Ze hekelt de farmaceutische industrie, die alleen maar geld wil verdienen aan de verkoop van zoveel mogelijk antidepressiva aan zoveel mogelijk Nederlanders, en dat terwijl de werkzaamheid van antidepressiva volgens haar nauwelijks verschilt van die van placebo en ze wel veel en vaak ook ernstige bijwerkingen veroorzaken. In hoofdlijnen ben ik het eens met de aanleiding tot (en conclusie van) haar boek: het is ongewenst dat zoveel mensen antidepressiva gebruiken. Antidepressiva zijn bij de depressieve stoornis (majeure depressie) alleen werkzaam (d.w.z. effectiever dan placebo) bij patiënten met matige of ernstige depressies en niet bij mensen met lichte depressies. Echter, dat is niets nieuws: dat staat al letterlijk zo in de Nederlandse Multidisciplinaire richtlijn Depressie (Landelijke Stuurgroep 2005). Daarin wordt verder expliciet geadviseerd om bij een lichte depressie niet meteen tot behandeling over te gaan (met antidepressiva of psychotherapie), maar ook een afwachtend beleid te overwegen. Het interessante van het boek is dat Dehue zich als wetenschapsfilosoof verdiept in een ingewikkeld begrip als depressie. De geschiedenis van hoe dit begrip is ontstaan en in de loop der eeuwen is geëvolueerd, heb ik met interesse gelezen. Ze komt echter ook tot rare conclusies, als zou de dsm depressie (en nog honderden andere psychiatrische stoornissen) als ziektes willen 'promoten'. Ze gaat er geheel aan voorbij dat dit niet de schuld is van de dsm (in het dsm-handboek wordt juist benadrukt dat de diverse classificaties geen ziekten zijn), maar eerder toe te schrijven is aan mensen die de dsm zijn gaan gebruiken of zelfs misbruiken. Het boek bevat veel slordigheden (vooral waar het gaat over een beschrijving van de diverse antidepressiva) en onzorgvuldigheden. Waarom wordt wél bij de werkzaamheid gewezen op het geringe verschil tussen antidepressiva en placebo, maar wordt vervolgens bij het bespreken van de bijwerkingen volledig genegeerd dat daarbij het verschil met placebo ook heel gering is? Denkt Dehue soms dat placebo's geen bijwerkingen kunnen veroorzaken? Dehue haalt hard uit naar diverse psychiaters met banden met de farmaceutische industrie, zelfs als zij hun mogelijke conflicterende belangen vermelden. In haar ogen zijn zulke psychiaters allemaal verdacht. Ook de Multidisciplinaire richtlijn Depressie deugt volgens haar niet; deze is immers niet onderschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap en de Stichting Pandora. Dehue documenteert dat in haar boek door uitgebreid uit de brief te citeren die Pandora in de laatste commentaarronde bij het opstellen van de richtlijn heeft ingebracht. Het is daarbij verwonderlijk (en naar mijn mening onzorgvuldig) dat Dehue nergens in haar boek vermeldt dat zij zelf deel uitmaakt van het wetenschappelijk netwerk van Pandora. (Voor alle duidelijkheid: ik heb subsidies en honoraria ontvangen van diverse farmaceutische bedrijven voor onderzoek, voor het geven van lezingen en als lid van adviesraden. Tevens was ik lid van de commissie die de Multidisciplinaire richtlijn Depressie heeft opgesteld.)

Literatuur

Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de ggz. (2005). Multidisciplinaire richtlijn Depressie. Richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van volwassen cliënten met een depressie. Utrecht: Trimbos-instituut.

W.A. Nolen