Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010) 7, 515 - 516
Groeps-, relatie- en gezinstherapie
Common Factors in Couple and family Therapy. The overlooked Foundation for Effective Practice
The Guilford Press, New York/Londen 2009 226 pagina 's, ISBN 978-1-60623-325-2, £21,95
De bevindingen van jaren onderzoek naar de uitkomsten van psychotherapie laten er geen twijfel over bestaan: psychotherapie werkt (Lambert 2004). Maar daarmee zijn al onze vragen over psychotherapie zeker nog niet beantwoord. De discussie die nu op de voorgrond komt, heeft te maken met de vraag: wat maakt dat psychotherapie werkt? Sommigen vermoeden dat het gaat om specifieke ingrediënten die in sommige therapievormen aanwezig zijn. Anderen denken dat het vooral de niet-specifieke factoren of common factors zijn die maken dat therapie effectief is. Immers, psychotherapieonderzoek laat zien dat er qua effectiviteit nauwelijks verschil is tussen verschillende psychotherapeutische benaderingen. De discussie over het belang van de niet-specifieke factoren is ook in het domein van de relatieen gezinstherapie erg actueel. De afgelopen jaren is er een aantal interessante discussies geweest in de belangrijkste vaktijdschriften (bijv. Sexton e.a. 2004; Sexton 2007; Sprenkle & Blow 2004 en 2007). Douglas Sprenkle en zijn medewerkers kiezen in het debat de kant van de pleitbezorgers van het belang van de niet-specifieke factoren. Ze nemen, wat ze zelf noemen, een gematigd standpunt in (‘a moderate view’). Ze benadrukken het belang van niet-specifieke factoren zoals de therapeutische alliantie, maar stellen dat specifieke modellen ook belangrijk zijn omdat de niet-specifieke factoren slechts kunnen werken via specifieke modellen. Nu hebben Sprenkle, Davis en Lebow samen een boek geschreven waarin ze uitgebreid hun standpunt toelichten, onderbouwen en nuanceren. Ze zetten op een heldere manier hun argumenten op een rijtje en bespreken in detail de werkzaamste niet-specifieke factoren: de mogelijkheden van de cliënt en diens context, de competentie van de therapeut, de verwachtingen van de cliënt en de therapeutische alliantie. Ze stellen een door niet-specifieke factoren gestuurd metamodel van therapeutische verandering voor: een globaal model dat de bestaande psychotherapiemodellen overkoepelt en vooral gebaseerd is op niet-specifieke factoren. Het model is breed genoeg om de bestaande therapeutische benaderingen te overstijgen en specifiek genoeg om de therapeut in de praktijk van dienst te zijn. Ze beschrijven dit model en belichten aan de hand van interessante concrete voorbeelden de implicaties van het model voor de klinische praktijk, voor training en voor supervisie. Common factors in couple and family therapy is een belangrijk boek omdat het doet wat het belooft: het verheldert de basis voor een effectieve psychotherapeutische praktijk, die in deze tijden van evidence-based practice te vaak over het hoofd wordt gezien.
Literatuur
Lambert, M.J. (Red.). (2004). Bergin and Garfield’s handbook of psychotherapy
and behavior change. New York: Wiley.
Sexton, T.L., Ridley, C.R., & Kleiner, A.J. (2004). Beyond common factors: multilevel-process models of therapeutic change in marriage and family therapy. Journal of Marital and Family Therapy,
30, 131-149.
Sexton, T.L. (2007). The therapist as a moderator and mediator in successful therapeutic change. Journal of Family Therapy, 29, 103- 107.
Sprenkle, D.H., & Blow, A.J. (2004). Common factors and our sacred models. Journal of Marital and Family Therapy, 30, 113-129.
Sprenkle, D.H., & Blow, A.J. (2007). The role of the therapist as a bridge between common factors and therapeutic change: more complex than congruency with a worldview. Journal of Family Therapy,
29, 109-113.
P. Rober




